Het Eeuwige LevenJoris Schouten (1926-2021)

De krachtige stem van de boerenlobby

‘Vergaderboer’ Joris Schouten vertolkte het ongenoegen in de landbouw. Hij verweerde zich krachtig tegen de milieubeweging.

Joris Schouten Beeld ANP
Joris SchoutenBeeld ANP

Boeren en tuinders hingen aan zijn lippen. Massaal luisterden zij tijdens het middageten naar het praatje van hun landbouwvoorman Joris Schouten op de KRO-radio. Hij zorgde er en passant voor dat zij in het CDA nog de partij zagen die hun belangen te vuur en te zwaard zou verdedigen. Schouten was in elk opzicht een briljant landbouwlobbyïst. Hij was goed van de tongriem gesneden en kon met zijn karakteristieke stem de ingewikkelde Brusselse beleidsmaatregelen op voor iedereen begrijpelijke wijze uitleggen.

Boeren en tuinders kwamen toen door de energiecrisis, de rapporten van de Club van Rome en de groeiende overschotten al steeds meer in de knel te zitten. Hij kon tekeergaan als het NOS Journaal weer beelden van een gierkar toonde als bewijs van de verzuring van bossen. Dankzij Schouten kon het Groene Front een krachtige vuist maken in het debat met de milieubeweging.

Jarenlang was hij voorzitter van de toen nog bijna 70 duizend leden tellende KNBTB (Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond). Daarnaast was hij tot twee keer toe voorzitter van het Landbouwschap en Eerste Kamerlid en landbouwwoordvoerder voor het CDA. Zijn eretitel was ‘de vergaderboer’.

Dierenarts

Joris Schouten overleed 3 juli op 94-jarige leeftijd. Vijf maanden eerder had hij zijn woning in Voorhout moeten verruilen voor zorgvilla Rosorum in Amersfoort vanwege de verslechterde gezondheid van hemzelf en zijn vrouw. Hij wordt overleefd door zijn vijf kinderen. Dochter Marlies: ‘Hij was bevlogen en rechtoe-rechtaan. Hij vond dat boeren en tuinders goed moesten kunnen leven van hun familiebedrijf. Dat leidde soms tot hoogoplopende discussies met mij. Hij had weinig begrip voor een scriptie die ik ooit maakte over de nadelige effecten van de landbouw. Aan het einde van zijn leven werd hij milder en drong dit besef wel bij hem door.’

Schouten was een West-Friese boerenzoon, de oudste van zeven kinderen van een veehouder in Oosterblokker. Zijn vader was daar ook wethouder. Hij liet zich door de hoofdmeester van de school overtuigen dat Joris als slimste van de klas de kans moest krijgen om te gaan studeren. ‘Mijn opa zag daarbij een carrière als dierenarts, een heel respectabel beroep.’

Maar Joris koos na de HBS en de Hogere Landbouwschool in Dordrecht voor een studie theoretische economie aan de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg. In 1955 trad hij in dienst van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB). In 1967 werd hij hoofdredacteur van het blad Boer en Tuinder.

Tegelijkertijd begon hij met zijn praatjes in het KRO-programma Van Twaalf tot Twee die hij dertien jaar zou doen. In 1975 werd hij voorzitter van de KNBTB als opvolger van Gérard Mertens. Marlies: ‘Hij was nooit thuis, altijd op pad om met de boeren en tuinders ergens in een zaaltje te vergaderen. Hij wilde weten wat er speelde.’ Tot twee keer was hij voorzitter van het Landbouwschap, toen nog een van de machtigste instituties in Nederland. Ook was hij lange tijd lid van de Sociaal-Economische Raad (SER), het adviesorgaan van de regering. Na zijn pensionering werd hij actief in de raad van toezicht van de Rabobank en de lokale kerkgemeenschap waar hij zelfs lector zou worden. ‘En als er feestjes of bijeenkomsten waren dan deed hij de speeches. Daar was hij erg goed in.’

Joris werd steeds meer een familieman, die er was voor zijn kinderen en kleinkinderen. ‘Hij maakte de afwezigheid in onze vroege jeugd weer goed’, zegt Marlies.

Meer over