De klemschaats

Zagen wij vorige week niet marathonschaatser Lammert Huitema laat op de avond op televisie bij de heer P.J. Rens, waar hij een actie aankondigde tegen de klapschaats?...

Huitema moet eens bellen met Arnold Barends uit Leiden, de uitvinder van een vergrendelbare klapschaats. Barends heeft net octrooi verkregen op een mechaniek dat een klapschaats desgewenst vastzet. Het is onder nummer 1001618 opgenomen in de patentliteratuur.

Barends prutst, zoals hij het zelf omschrijft, al vijftien jaar voor deze en gene technische dingetjes in elkaar. Architecten, brouwerijen, jachtbouwers, dol zijn ze op zijn talent om fijnmechanische mouwen te passen aan technische hoofdbrekens.

Jaren terug stond de Leidenaar op de Haagse schaatsbaan de Uithof met zijn zoon Menno, toen veertien en al vastbesloten beroemd te worden op de schaats. Van Menno's trainer begreep vader Barends dat er zoiets als een klapschaats bestond. 'Ik kreeg zo'n ding in handen en het eerste wat ik dacht was: wat een wiebelig geval. Dat kon ik beter, dat was duidelijk.'

In zijn werkplaats in Leiden bouwde hij met buizen van het schaatsmerk Viking zijn eerste eigen klapschaats. Eerst een paar, voor Menno, daarna al snel voor de halve wedstrijdploeg. Ze reden er de afgelopen twee jaar de sterren mee van de hemel tijdens de Nederlandse amateurkampioenschappen.

Maar perfect was anders. Barends: 'Voor de korte afstand weegt het rijgemak niet op tegen de trage start op klapschaatsen. En je hebt enorm veel valse starts, vooral omdat de schaatser onvaster staat dan met de normale puntstart op vaste noren.'

Voorvorig jaar zomer ploeterde een verbeten Barends in zijn werkplaats met mechaniekjes die de klapschaats bij de start vastzetten. De idiootste contructies werden dat aanvankelijk, vol haakjes, veertjes en heveltjes. Maar een simpel verzwaard vergrendelhaakje aan een hefboom, onder de hak van de schaats, dat bij de eerste klap op het ijs losschiet en veilig wordt weggedrukt door een veertje, bleek te volstaan voor een patente puntstart. Het vergt enig fijn afregelwerk, maar het werkt daarna feilloos.

Bewegingswetenschapper prof. dr. G. van Ingen Schenau van de Vrije Universiteit Amsterdam, bedenker van het klapschaatsprincipe, had zelf ook ooit een vergrendeling voor zijn geesteskind verzonnen. Daarbij kreeg de rijder een touwtje achterin zijn broekspijp waarmee hij zijn ijzers op het juist moment moest loskoppelen.

Bij stilstand werkte dat uitstekend, maar een startende wedstrijdrijder bleek wel wat anders aan zijn hoofd te hebben. Het mechaniek, Nederlands octrooi nummer 8500483, werd nimmer serieus in productie genomen.

Barends' nieuwe ontwerp, waarop hij op aandringen van Van Ingen Schenau en met hulp van een fanatiek schaatsende gemachtigde in Rijswijk octrooi aanvroeg, wel. De eerste exemplaren maakte hij de afgelopen jaren nog zelf in de eigen werkplaats. Maar nu hebben twee schaatsenfabrieken, Finn en Centro, licentie genomen. Zij zullen de eerste echte series de komende weken afleveren aan professionele wedstrijdrijders die er rond de 750 gulden voor betalen. Exclusief schoen.

De grote klapper, denkt Barends, gaat echter pas over enkele jaren komen. 'Recreanten moeten eerst eens een wintertje van wedstrijdrijders zien hoe soepel en moeiteloos die dingen rijden. Het jaar daarop kun je je niet meer zónder vertonen.'

Zoon Menno, inmiddels zestien, draagt in elk geval zijn steentje bij. Vorige week werd hij in Inzell internationaal kampioen print bij de junioren B. Na een perfecte puntstart op zijn vaders klemschaatsen.

Martijn van Calmthout

Meer over