InterviewNico Cornelisse (100 jaar)

‘De keerzijde van op hoge leeftijd nog samen zijn met je vrouw, is de angst haar te verliezen’

Nico Cornelisse is net zoals de Volkskrant 100 jaar. Hoe kijkt de geboren en getogen Amsterdammer die gelukkiger is op het platteland van Oost-Groningen, terug op de afgelopen eeuw en wat vindt hij van het huidige tijdsgewricht?

Marjon Bolwijn
100-jarige Nico Cornelisse uit Bellingwolde, nog steeds samen met zijn vrouw Anna (98). Beeld Aurélie Geurts
100-jarige Nico Cornelisse uit Bellingwolde, nog steeds samen met zijn vrouw Anna (98).Beeld Aurélie Geurts

Nico Cornelisse is een geluksvogel: 100 jaar en nog steeds samen met zijn twee jaar jongere vrouw Anna, met wie hij 79 jaar geleden in het huwelijk trad. Ze wonen nog zelfstandig in hun vrijstaande woning in een dorp in Oost-Groningen, met uitzicht op uitgestrekte landbouwakkers die net aan hun winterslaap zijn begonnen. Het paar doet vrijwel alles zelf. Hun dochter (78 jaar) en een kleindochter doen de zware boodschappen, een 15-jarige jongen uit het dorp het snoeiwerk in de tuin. Nico gaat over de kleine inkopen, de stofzuiger, het schillen van de aardappelen en de afwas. Anna dekt de tafel, kookt, boent de vloer en doet de was.

Pas sinds twee maanden hebben ze voor het eerst een hulp in de huishouding, voor drie uur in de week. Geregeld door het ziekenhuis, waar Anna voor de zomer was opgenomen met een TIA waardoor haar benen verlamd waren geraakt, en waar ze na de zomer terechtkwam met een longontsteking. De arts had gezegd dat ze het rustig aan moest doen en herstel van de TIA wel zes jaar kan duren.

Ze demonstreert trots het resultaat van stug blijven oefenen. Ze laat haar rollator los en snelt op haar gymschoenen in tien stappen, met haar handen wijd, naar het aanrecht. ‘Als ik langzaam loop, val ik om.’ Een interview met Nico is ook een interview met Anna – beiden met een onvervalst Amsterdamse tongval – want ze vormen een onafscheidelijk duo. Geduldig luistert hij elke keer naar haar aanvullingen of correcties op zijn verhaal.

Hoe is het om 100 jaar oud te zijn?

‘Oud worden is een zegen, oud zijn een ramp. De laatste loodjes wegen zwaar. Alles is kunst bij ons: gehoorapparaat, kunstgebit, een rollator. Achttien jaar geleden heb ik een nieuwe hartklep gekregen. Die zou vijftien jaar meegaan, maar ze zit er nog steeds. Zo’n hartklep is van een koe of een varken. Dus Anna zegt: je hebt er zeker een van een jong varken.’

Anna: ‘Een big, dat zei ik.’

‘De keerzijde van samen zo oud worden, is dat je steeds banger wordt dat je de ander verliest. Het meest van alles vrees ik dat ik alleen achterblijf, verdorie wat moet ik dan? Toen mijn vrouw in juni een TIA kreeg, was ik verschrikkelijk geschrokken. In de weken daarna ben ik acht kilo afgevallen.’

Anna: ‘Als hij doodgaat, ga ik ook. Dat heb ik met de dokter besproken en als die niks doet, doe ik het zelf. Ik ga niet zonder hem verder leven.’

Nico, geruststellend: ‘Als een van ons als eerste gaat, wordt de ander de volgende dag niet meer wakker. Dat gaat vanzelf.’

Het kortetermijndoel is 16 september 2022 halen, want dan zijn ze 80 jaar getrouwd, een mijlpaal die ze niet willen missen. Een groot feest hoeft het niet te worden. ‘Niet zoals toen we 75 jaar getrouwd waren, dat was zo’n poeha. De kamerheer van de koning kwam langs, de burgemeester, TV Noord en de NOS-radio wilde een interview in Hilversum. Dat laatste doen we nooit meer. We werden om half 12 opgehaald met een taxi en waren pas half 9 ’s avonds weer thuis, met een honger... Die hele dag hadden we maar één kop koffie gekregen, verder niks. Toen we een rondleiding kregen door de studio’s dacht ik: nu zal er ook wel wat te eten komen, maar nee hoor. Schandalig.’

Hoe houden twee mensen het 79 jaar vol met elkaar?

‘Geven en nemen. En er moet harmonie zijn, en die is er, altijd geweest ook. We zijn zo op elkaar ingesteld, dat als ik denk: ik ga zo naar de winkel, zij zegt: ‘Ga je naar de winkel?’ We denken hetzelfde.’

Anna: ‘Ik ben nog steeds verliefd op hem. Geen dag in mijn leven heb ik spijt gehad dat ik met Nico getrouwd ben. Hij is altijd lief en heeft nooit lelijk tegen mij gedaan. Aan ruzie doen we niet en ik knuffel hem nog graag, hè piemel?’

Nico, lachend: ‘Ja, trut.’

Nico: ‘Toevallig hebben we ook dezelfde interesses. Als ik een camper wil kopen om mee door Europa te reizen, vindt zij dat leuk en gaat mee. Tot mijn 89ste zijn we naar Spanje gereden om te overwinteren. Ze is meegaand.’

Anna corrigeert: ‘Ik vind veel leuk en ben makkelijk.’

Uw eerste huwelijksjaren, in oorlogstijd, verliepen niet zo rooskleurig, vertelde u in een interview vier jaar geleden.

‘We waren in 1942 twee weken getrouwd toen ik werd opgepakt door de Duitsers. Met nog twintig jonge Amsterdamse trambestuurders werd ik naar Maagdenburg in Duitsland gebracht om dwangarbeid te verrichten. We sliepen in barakken, onder bewaking van SA-soldaten. Overdag moest ik de tram in Maagdenburg besturen. Mijn vrouw was zwanger toen we trouwden. Na de bevalling mocht ik gelukkig zes weken met verlof. In totaal hebben we elkaar 2,5 jaar niet gezien. Eind juni 1945 keerde ik terug. Ik was twee maanden eerder al in Maastricht aangekomen, maar kon toen niet verder reizen naar Amsterdam omdat de oorlog daar nog in volle gang was. Ik verbleef zolang in een klooster in Eijsden, waar ik goed te eten kreeg. Het was mooi weer, waardoor ik eind juni bruin en goed gevoed thuiskwam, alsof ik op vakantie was geweest. Ik trof een stad aan vol inwoners die vel over been waren. Amsterdammers hadden het duidelijk heel zwaar gehad. Er werd nog veel gefeest, overal waren bandjes aan het spelen. Voor mijn dochter was ik een vreemde, ze keek mij aan van: wie is die rare man? Het is goed gekomen, ze is nog wel steeds een moederskindje. Vanaf die dag in juni 1945 zijn Anna en ik nooit meer uit elkaar geweest.’

Nico Cornelisse trouwde in 1942 met Anna, twee weken later werd hij opgepakt door de Duitsers. Beeld Aurélie Geurts
Nico Cornelisse trouwde in 1942 met Anna, twee weken later werd hij opgepakt door de Duitsers.Beeld Aurélie Geurts

Anna: ‘De maanden ervoor had ik geen brieven meer van hem gekregen, dus ik dacht dat hij dood was. En toen stond hij ineens op de stoep.’

U bent geboren en getogen Amsterdammers, hoe bent u in Oost-Groningen verzeild geraakt?

‘Ik ben nooit een stadsmens geweest. Zodra het maar kon, ging ik de natuur in. Eerst op de fiets naar Egmond aan Zee, Bloemendaal of Hilversum. Vanaf 1951 op de Solex, tent achterop, uit kamperen. We ontvluchtten Amsterdam zo vaak mogelijk. Dus zodra ik in 1976 met vervroegd pensioen ging, verhuisden we. We hebben jaren in Friesland gewoond en toen onze dochter naar Duitsland verhuisde, zijn we hier, bij haar in de buurt gaan wonen.’

Hoe hield u het zolang uit in Amsterdam, als u geen stadsmens was?

Nico: ‘Ik had er mijn werk. Ik heb jaren tramlijn 3 bestuurd en daarna ben ik conciërge geweest op een middelbare school, waar ik ook sportlessen gaf. We woonden mooi, aan het water, in een woonark en hadden een bootje waarmee we vaak uit varen gingen. Onze boot lag een tijd aangemeerd in Landsmeer, achter de boerderij van kunstenaar Anton Heijboer. Een leuke man, alleen stapelgek, met zijn twee vrouwen en later zelfs drie. Hij nam een hond maar wilde het dier niet in huis hebben. Hij timmerde geen hok, maar kocht een busje, dus die hond woonde in een busje. Als hij met zijn vrouwen in de auto ging tanken, betaalde hij nooit. De pompeigenaar hield bij hoeveel hij nog tegoed had. Toen hij Heijboer daar op een dag mee confronteerde, zei die: ‘Ik maak wel een schilderij voor je, dat is wel 30 duizend gulden waard.’ Hahaha.’

Wat vindt u de mooiste uitvinding van de afgelopen eeuw?

‘Wat wij niet aan uitvindingen hebben meegemaakt: de eerste lampenradio, de stofzuiger, de telefoon, de auto, de iPad – we hebben er allebei één. Maar de televisie vind ik de mooiste, want die geeft ons een venster op de hele wereld. Mijn moeder kon als eerste in onze buurt een televisie kopen. Ze had een goed pensioen van mijn vader, die overleed toen ik in mijn moeders buik zat. Elke woensdagmiddag kwamen buurtkinderen bij ons tv kijken, voor een dubbeltje per keer. Niet dat het zo leuk is wat er nu met de wereld gebeurt. De natuur neemt wraak op wat de mens haar aandoet: bossen kappen, vervuiling, olie en gas opmaken. En dan nu corona. Het zou mij niet verbazen als er steeds weer nieuwe varianten komen, die we op een gegeven moment niet meer kunnen bestrijden. Ik zie het somber in.’

Heeft u ooit ergens spijt van gehad?

Zonder aarzelen: ‘Van slechts één ding: dat ik vorig jaar onze auto heb weggedaan. Ik mis hem. Van mij hoefde het niet, maar onze dochter zei dat ze elke keer als ik achter het stuur zat, trilde van angst dat ons iets zou overkomen. Daarom heb ik hem weggedaan.’

Anna: ‘We mogen niet klagen want ze doet alles voor ons.’

Nico: ‘Ja, zoals de boodschappen. Maar wat ik kwijt ben, is mijn vrijheid. We gingen elke week naar de supermarkt in Winschoten, waar een koffietafel staat en we steeds hetzelfde ploegje mensen ontmoetten. Die hebben we nooit meer gezien. Ik lees veel boeken, vier thrillers per maand, en merk dat ik een sterkere leesbril nodig heb. Tot een jaar geleden had ik de auto kunnen pakken om naar de opticien te gaan, maar dat kan nu niet. Voor het verlies van de vrijheid komt afhankelijkheid in de plaats. Dat is het moeilijkste van oud worden.’

Naam: Nico Cornelisse

Geboren: 3 juli 1921 in Amsterdam

Woont: zelfstandig, in Westerwolde

Familie: zijn vrouw Anna, een dochter, vier kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen