De kattensaga van Sylvia Witteman

Sylvia Witteman krijgt vaak de vraag of ze niet vaker over katten kan schrijven.

Sylvia Witteman
null Beeld Robin de Puy
Beeld Robin de Puy

Mensen zijn niet goed snik. Echt niet. Toen ik eens voor de lol een twitteraccount aanmaakte voor mijn kat Lola had ze binnen een dag meer dan duizend volgers. Dat zou nog best te rechtvaardigen zijn geweest als ze haar tweets zélf had geschreven, met trefzekere pootjes op mijn toetsenbord. Een kat die gedachten op schrift kan stellen, en dan ook nog zonder spelfouten of halverwege in slaap sukkelen, dat zie je niet zo vaak. Maar helaas, daar is Lola veel te dom voor, en die onbenullige tweetjes ('Als ik maar lang genoeg aan de kraan lik, dan komt er vanzelf water uit!') schreef ik natuurlijk zélf. En dat wisten de lezers ook, zó gek zijn ze nou ook weer niet.

Ik hief na een dag Lola's account op. Er zijn grenzen aan flauwe ongein, zelfs voor mij. Maar ik kreeg wel Lola's ontgoochelde volgers op mijn nek. Ze zouden met liefde die kattentweets hebben gelezen tot aan het einde der tijden. Óók in de wetenschap dat ze niet waren geschreven door een schrandere kat, maar door een zenuwzwakke vrouw van middelbare leeftijd.

null Beeld Robin de Puy
Beeld Robin de Puy

Memory
We maakten speciaal voor de kattenspecial een memoryspel, bestaande uit kattengifjes.
Speel dit memoryspel hier en deel met je vrienden hoe snel je bent.

Ik vergat het hele incident. Een paar maanden later kreeg ik er een jong poesje bij, Siepie. Lola moest in eerste instantie niets van de indringer hebben, maar het kleintje hield stug vol. Van die toenaderingspogingen maakte ik foto's. Ik zette ze op Twitter, met onderschriften. De kleine kat sprak de grote eerbiedig aan met 'Majesteit', en de grote noemde het kleintje minachtend 'Coyote'.

Nogmaals, die gesprekken waren uiteraard weer geheel fictief. Katten spreken elkaar niet aan, en geven elkaar geen namen. Ook is het maar helemaal de vraag of ze werkelijk gevoelens kennen als eerbied of minachting. Waarschijnlijk niet. Gewoon, twee stomme beesten die een beetje aan elkaar moesten wennen. Maar in mijn eenvoudig huisvrouwenbrein maakte ik er een fascinerend koningsdrama van. Arme Lola, die haar aanvankelijke doodsangst en vervolgens wat mopperige heerschappij over dat brutale kleintje geleidelijk ziet overgaan in lichte vertedering, en zich vervolgens langzaam maar zeker laat verdringen van haar troon, dat lekkere plekje op de krantenmand bij de verwarming.

Mijn kattensaga vond gretig aftrek. Elke foto met onderschrift ('Majesteit! Wat bent u lekker warm!' 'Coyote. Hou op met dat zinloos gespin.') werd enthousiast verslonden op Twitter. Het kleine binnenshuisdrama'tje sprak blijkbaar meer mensen aan dan mij alleen. Veel meer zelfs. Ik kreeg er tienduizenden volgers bij, die zich allemaal lieten meeslepen door de onbenullige belevenissen van mijn katten. Dat was leuk, eerlijk is eerlijk. Ik voelde me, via mijn katten, een heel klein beetje zoals The Beatles zich gevoeld moeten hebben in 1964.

Maar, zoals die jongens ook ondervonden hebben; met de roem komt een zware verantwoordelijkheid. Als ik een halve dag geen foto's plaatste kreeg ik smekende, verlangende of zelfs boze brieven in de mail. Waar of de foto's bleven? En of ik niet ook in de krant wat vaker over mijn katten kon schrijven? Tientallen mensen berichtten dat ze er nu óók een klein poesje bij hadden genomen. Er was iemand die aanbood een persoonlijke poezenmand te maken voor Siepie, zodat Lola haar plaatsje op de krantenbak weer terug kon krijgen. Er was zelfs iemand die Lola wilde adopteren, want 'het arme dier werd zo gepest door dat kleine kreng.' De saga was, kortom, behoorlijk uit de hand gelopen.

De katten van Sylvia Witteman Beeld .
De katten van Sylvia WittemanBeeld .

Pas weken nadat ik gestopt was met die kattentweets hielden de smeekbeden op.

Mijn uitgever maakt nu een boekje van die foto's. Echt waar. Het verschijnt pas in de lente, maar is nu al door meer boekhandels besteld dan al mijn vorige boeken.

Mensen zijn niet goed snik. Echt niet.

Meer over