AlfabetsoepAlies Döppenbecker (35)

‘De Jehova’s getuigen hebben mijn jeugd afgepakt’

Alies Döppenbecker  Beeld Harmen Meinsma - visagie Ed Tijsen
Alies DöppenbeckerBeeld Harmen Meinsma - visagie Ed Tijsen

Hoe ziet het leven van lhbti’ers er vandaag de dag uit? Haroon Ali interviewt wekelijks iemand over seksualiteit, genderidentiteit, hokjes en alles wat daarbuiten valt.

Haroon Ali

Alles wat Alies Döppenbecker (35) deed, werd gestuurd door de Jehova’s getuigen. Ze mocht haar middelbare school afmaken, maar een vervolgopleiding werd sterk afgeraden. ‘Als je doorstudeert, leer je kritisch nadenken en kun je aan het twijfelen worden gebracht.’ Ze deed daarom een thuisopleiding en werd tandartsassistent, waarmee ze mensen op afstand hield. ‘Jehova’s getuigen hebben vaak praktische beroepen die ze alleen doen, zoals loodgieter. Of ze hebben een eigen bedrijfje waar ze alleen geloofsgenoten aannemen.’

Döppenbecker werkte om ‘leefgeld’ te verdienen, maar spendeerde daarnaast zo veel mogelijk tijd aan bijbelstudie en ‘pionieren’. Ze ging zeventig uur per maand langs de deuren in Amsterdam, maar begon te twijfelen aan de normen en waarden die ze moest verkondigen. Toen ze op haar 30ste als poliklinisch assistent ging werken in een ziekenhuis, viel ze als een blok voor haar leidinggevende arts, een vrouw. De vonk sloeg over, en onlangs zijn ze getrouwd. Dat betekende dat Döppenbecker afscheid moest van haar geloof – en haar familie.

Hoe label je jezelf?

‘Ik ben een lesbische vrouw, maar ik identificeer me vooral als ex-Jehova’s getuige. Dat label heeft mijn hele leven bepaald en alles wat ik niet mocht.’

Hoe verliep je coming-out?

‘Ik wist wat er in onze lectuur over homoseksualiteit werd geschreven. Het is een fase die overgaat, en anders moet je gewoon veel bidden. Ik wilde rein blijven, dus ik stopte mijn gevoelens voor meisjes weg. Maar op mijn 18de werd ik verliefd op een vriendin in de gemeenschap, die ik leerde kennen tijdens een intensief bijbelkamp. We begonnen over seks te praten, en hoe het zou voelen om elkaar te zoenen. Dat leidde tot een geheime relatie die twee jaar duurde. Ik had me erbij neergelegd dat ik niet in het paradijs op aarde zou komen, maar zou ophouden te bestaan. (Jehova’s getuigen kennen geen hel, red.) Maar mijn vriendin kreeg gewetenswroeging en biechtte bij de ouderlingen; neutrale personen met een geheimhoudingsplicht, ook naar je ouders toe. Ik werd ook ondervraagd, en dat ging ver. Of ik was klaargekomen en hoe vaak. Omdat ik pas 20 was en spijt betuigde, kreeg ik een relatief milde straf en mocht drie maanden geen antwoorden geven in onze vergaderingen. Die vriendin heb ik nooit meer gesproken of gezien.’

Wat is de grootste hindernis die je hebt overwonnen?

‘Toen ik mijn vrouw ontmoette, waren er al veel dingen in het geloof die me tegen de borst stuitten. Dat je geen bloedtransfusie mag, maar ook hoe er naar transgender personen wordt gekeken – die moet je walgelijk vinden. Ik wist dat ik mijn geloof wilde opgeven, maar besloot anderhalf jaar te wachten, zodat ik het vijftigjarig huwelijk van mijn ouders nog kon vieren. Ondertussen kreeg ik mijn eigen huis en verborg mijn relatie. Mijn leven stond haaks op wat ik aan de deuren vertelde, dus ik hield het niet meer vol. Na een week niet te hebben geslapen, heb ik een mail gestuurd naar twee ouderlingen. Ik schreef dat ik twijfelde aan het geloof en een relatie had met een vrouw, waar ik niet mee ging stoppen. Ik wist wat de consequenties waren: dat ik zou worden uitgesloten, en slechts een paar dagen had om afscheid te nemen van familie en vrienden.

‘Ik ging koffiedrinken bij mijn ouders en heb het er gelijk uitgegooid. Mijn moeder zei dat ze al dacht dat ik eruit zou stappen, ook toen ik zei dat het om een vrouw ging zei ze dat – terwijl we daar nooit over hadden gesproken. Mijn vader moest hard huilen, zo had ik hem nog nooit gezien. Hij is een gerespecteerde ouderling in de gemeenschap, dus hij schoot daarna in die rol en zei dat ik moest blijven studeren. Ik gaf ze een knuffel en toen ik wegfietste, zag ik dat ze vanaf het balkon zwaaiden.’

Is er sindsdien helemaal geen contact meer?

‘Ik ben onaangekondigd langsgegaan toen mijn ouders dus vijftig jaar waren getrouwd. Ik werd binnengelaten, en we hebben toen even gehuild, maar tien minuten later moest ik weer weg. Afgelopen zomer heb ik mijn moeder opgezocht toen ze een hartoperatie had gehad. Toen heb ik haar gezegd dat het niet mijn keuze was om het contact te verbreken. Mijn broers en zus willen me ook niet meer zien en goede vrienden hebben me laten vallen. Dat vind ik moeilijk om te beseffen. Ik snap gewoon niet dat je je eigen kind uit je leven kunt weren. Maar mijn familie denkt oprecht dat ze het juiste doen.’

Wat hoop je voor de toekomst?

‘Hoewel het zwaar was, heb ik nooit spijt gehad van mijn beslissing. Mijn vrouw zegt ik dat ik vrijer ben in wat ik doe, ook in mijn seksualiteit. Ik kan nu zeggen dat de Jehova’s getuigen een sekte zijn. Het is gelukkig geen sekte die je blijft achtervolgen. Als je eenmaal bent uitgesloten, laten ze je met rust. Ik ben wel geschrokken van het grootschalige misbruik waarover ik nu lees. In de gemeenschap wordt dit nooit gemeld, omdat je alles onderling moet oplossen, zonder wereldse instituten.

‘Ik heb andere ex-Jehova’s getuigen ontmoet met wie ik ervaringen kan uitwisselen. We kunnen soms jaloers zijn op jongeren die zich in alle vrijheid kunnen ontwikkelen, terwijl onze jeugd is afgepakt en we achterlopen op de maatschappij. Zo heb ik vorig jaar pas voor het eerst gestemd. Maar het voelt goed om mijn eigen keuzen te maken. Ik doe nu de lerarenopleiding Nederlands en wil een écht diploma halen. Ik wil ook een boek schrijven over de Jehova’s getuigen.

‘Geloofsgenoten die twijfelen wil ik het volgende meegeven. Ga op zoek naar een kritisch tegengeluid. Je bent vast bang om iedereen kwijt te raken. Maar als je besluit om uit de gemeenschap te stappen, staat er een nieuwe community klaar om je op te vangen.’

Meer over