De jaren tachtig en de jaren tien: wat is er anders?

Doet de crisis van nu denken aan die van begin jaren tachtig? Nou, in zoverre dan, dat Nederland in 1982 was wat Griekenland nu is....

Een liter super kostte bijna twee gulden (0,85 euro), een ticket naar New York 1.050 gulden (475 euro) en een minuut bellen met Spanje 2,10 gulden (bijna een euro) per minuut.

Zo erg veel duurder is het sinds 1982 niet geworden, maar we rijden twee keer zoveel, vliegen drie keer zoveel en bellen tien keer meer dan toen.

Op 1 december 1981 schreef minister Fons van der Stee van Financiën een tienjarige staatslening uit met een rentepercentage van 12,75 . De lening bracht 2,5 miljard gulden op, onvoldoende om het snel oplopende overheidstekort te kunnen financieren. Daarom werden in kleine kring voor honderden miljoenen ook nog enkele leningen geplaatst tegen 13 à 14 procent.

In 1982 was het overheidstekort 6,2 procent van het bruto binnenlands product. In 2010 zal die volgens de prognose ongeveer uitkomen op 6,3 procent van het bbp. Niettemin hoeft het ministerie van Financiën nu voor een tienjarige lening minder dan 3 procent rente te betalen, terwijl voor kortlopende leningen zelfs een kwart procent volstaat.

Doet de crisis van nu denken aan die van begin jaren tachtig, de andere grote economische neergang? Niet in alle opzichten. Toen waren we het stoutste jongetje van de klas, nu bijna het braafste. Nederland was in 1982 wat Griekenland nu is.

Oliecrisis
De crisis van begin jaren tachtig werd veroorzaakt door de tweede oliecrisis en een aftakelende industrie die met uitzondering van de Scandinavische landen en Japan wereldwijd toesloeg. Maar nergens zo erg als hier.

In 1981 daalde het bbp al met 2,4 procent en in 1982 nog eens met 1,8 procent. Het kabinet-Van Agt-Wiegel wilde naar eigen zeggen ‘puinruimen’ zoals nu de Griekse premier Papandreou. Maar toenmalig minister van Financiën Frans Andriessen zag al in 1980 dat met dit kabinet geen orde op zaken kon worden gesteld.

Als nieuwe minister werd Fons van der Stee aangesteld, een uitgesproken Bourgondiër die graag een goed glas dronk en nooit te beroerd was voor een compromis. Met hem was door iedere minister altijd te praten over een deal, omdat men wist dat Fons’ eerste woord nooit zijn laatste was.

Saneren
‘Jongens, take it easy. Er wordt heel wat afgevochten in deze wereld, maar twee weken later is het volstrekt voorbij en vraagt iedereen zich af waar het ook alweer over ging’, zei de laconieke Van der Stee. Intussen moesten bedrijven massaal saneren of sluiten. Conglomeraten als Ogem, papierconcern Van Gelder en RSV gingen met grote maatschappelijke onrust ten onder.

Voor het eerst deed zich het fenomeen van de massale jeugdwerkloosheid voor: jongeren met diploma’s en bullen gingen meteen de bijstand in. De werkloosheid liep op tot 10,2 procent van de beroepsbevolking. Ongeveer 600 duizend mensen hadden geen baan. In het crisisjaar 1982 stortte ook de woningmarkt in en steeg het aantal faillissementen tot een record. Dat Nederland niet volledig bankroet ging en bij het IMF moest aankloppen was te danken aan het Groningse gas die een overschot op de lopende rekening garandeerde.

Huizenmarkt
Ook in deze crisis die in september 2008 begon, heeft Nederland een overschot op de lopende rekening. De economische krimp was in 2009 met 5,1 procent weliswaar hoger dan die in 1981 en 1982 samen, maar minder dan in andere landen. Ook is de huizenmarkt (nog) niet ingestort, is er (nog) nauwelijks inflatie en is de werkloosheid met 5,0 procent slechts de helft van die van toen.

In 1982 keerde het tij. De crisis van toen baande de weg voor Reaganomics en Thatcherism. De yuppies verdrongen de hippies als de generatie met de grootste mond. In 1982 verdween ook Van der Stee samen met Van Agt en Wiegel uit de Haagse politiek.

Kok en Van Veen sloten in Wassenaar een akkoord voor loonmatiging en Ruding mocht in het eerste kabinet-Lubbers proberen weer orde te brengen in de overheidsfinanciën. Het werd een kwestie van de lange adem. In 1983 was de staatsschuld 60 procent van het bbp. Tien jaar later was die ondanks alle bezuinigingen opgelopen tot 78 procent.

Het was het laatste jaar van Wim Kok als minister van Financiën. Daarna daalde de schuld, gloorde het poldermodel aan de horizon en ontstond langzaam de nieuwe zeepbel.

Meer over