De Italiaan met een hart voor Haags erfgoed

Hij was er eentje van twaalf ambachten en dertien ongelukken. De Haagse uitbater Louis Centazzo blies de oude distilleerderij Van Kleef nieuw leven in en zette dit erfgoed op de kaart.

Louis Centazzo Beeld
Louis CentazzoBeeld

Eind jaren negentig vergaderde het bestuur van Stadsherstel Den Haag vaak in Louis Centazzo's café De Tapperij aan de Atjehstraat. Onderwerp op de agenda was de bestemming voor een historisch pand aan de Lange Beestenmarkt waar tot 1986 de Haagse distilleerderij en winkel Van Kleef was gevestigd. Ineens werd tussen neus en lippen gevraagd of Centazzo iets in gedachten had. Hij had al een keer het idee geopperd om de horecagelegenheid van het Haagse Gemeentemuseum tot 22.00 uur 's avonds te exploiteren.

Na lang wikken en weken besloot hij zelf met Van Kleef aan de gang te gaan, omdat het behoud van dit erfgoed in zijn ogen belangrijk was voor de stad. Hij werd de exploitant van de slijterij, de proeverij en het museum, dat nu onder de naam Van Kleef duizenden bezoekers per jaar naar de stad trekt. En het verdwenen merk Van Kleef wordt weer ambachtelijk gestookt en als jenever, korenwijn en bitter in meer dan honderd slijterijen in Nederland verkocht.

Onverwacht overleden

Louis Centazzo overleed onverwacht op 13 september. Tijdens een vaartocht kreeg hij last van een acute aderafsluiting in zijn been. Na een operatie leek alles goed te gaan, maar een bloedvergiftiging werd hem toch fataal. Hij stierf in de armen van Fleur Kruyt, die de laatste veertien jaar zijn partner was. 'Zeer intelligent, breed geïnteresseerd, heel loyaal en sociaal begaan', zo omschrijft zij Centazzo. Ze ontmoette hem in een van zijn horecagelegenheden.

Vader Centazzo trok met zijn familie in 1926 van Italië naar Nederland. Hij speelde viool en had een mooie zangstem, maar een carrière in de muziek was niet voor hem weggelegd. Hij werkte zich niettemin op en bekleedde jarenlang een administratieve functie. Samen met zijn Nederlandse vrouw kreeg hij in 1955 een zoon, die hij Lucio noemde, maar die door iedereen Louis werd genoemd.

Uitermate slim

Hoewel Louis uitermate slim was, had hij geen studiehoofd en verliet hij door omstandigheden de middelbare school voortijds. Hij was er eentje van twaalf ambachten en dertien ongelukken. Zo werkte hij voor een drukkerij en een verhuisbedrijf. Hij organiseerde flamenco-avonden, werkte bij de radio, deed mee aan hoorspelen en werd bedrijfsleider bij jazzcafé Van Merle. De atleet Troy Douglas, die begin jaren negentig naar Nederland kwam, woonde boven het café. Douglas had veel connecties en kende de Amerikaanse jazzmuzikant Miles Davis. Samen met Centazzo organiseerde hij in café Van Merle de allereerste expositie van tekeningen en schilderijen van Davis in Nederland.

Centazzo begon een eigen onderneming: naast De Tapperij was hij ook uitbater van café Zeldenrust. In 1999 werd hij, middels de Stichting Museum Van Kleef, de exploitant van de uit 1842 stammende distilleerderij. Het moest een monument worden dat was gewijd aan de Haagse distilleerderijen. In de 19de eeuw stookten veertien bedrijven in Den Haag jenever. Ter vergelijking: in Schiedam waren toentertijd vierhonderd verschillende stokerijen gevestigd.

Businessmodel

Omdat voor de exploitatie van Van Kleef geen subsidie beschikbaar was, moest een businessmodel worden ontwikkeld. In het Haagse gemeentearchief vond Centazzo de recepten van Van Kleef. Vijf stokers waren bereid om volgens die oude receptuur weer jenever te distilleren. In 2000 ging het museum open, plus een bottelarij en een proeverij. Al gauw werden de eigen merken van Van Kleef weer in het hele land verkocht.

Toen Louis Centazzo zijn partner Fleur Kruyt leerde kennen, was hij daarvoor enige jaren gehuwd geweest. Hij had geen kinderen.

Meer over