De heidenen dansen op het altaar

Cd's met Frank Sinatra-achtige deuntjes, een cowboy met een gitaar. Wat moeten kerken met wensen van leden die zelden komen, maar er wel willen trouwen, hun kind dopen of vader begraven?...

Door Steffie Kouters

Nee, besloot Lemckert. Eén cd'tje, alla. Maar alleen maar? Néé. Hij trok zich terug.

'Bij mij slaan alle stoppen door als er cd's worden opgezet', zegt hij. 'Meestal van die Frank Sinatra-achtige dingen met een klam tekstje dat je normaal niet in de mond zou durven nemen. Zo ongelooflijk flut. Dat een meneer uit Amerika moet vertellen wat jóu bezighoudt.'

De predikant van de Abdijkerk was minder streng in de leer. Het stel trouwde voor de kerk, Lemckerts plek werd ingenomen door een pragmatischer organist. Die later toegaf dat hij er voor joker bij had gezeten.

'Ik denk over zo'n huwelijk: huur een zaaltje en draai daar Frank Sinatra', zegt Lemckert. 'Ga op kussens zitten, gezellig kaarsjes aan en een glaasje wijn erbij. Maar hou de kerk erbuiten.'

Pastoor Mennen van de Grote Kerk in Oss concludeerde in 2000, in zijn vorige parochie, dat de grens was bereikt. Jarenlang tolereerde Mennen onwaardige taferelen in zijn kerk; hij ziet de voorbeelden nog voor zich.

De 'cowboy' met zijn gitaar, die bruidsparen in onverstaanbaar Amerikaans toezong. Het zangduo dat zich wiegend naar voren drong, richting het altaar, hij zijn arm 'om haar leest'. Het orkestje dat ook 's avonds op het bruiloftsfeest speelde en waar de koster aan één stuk door naartoe moest snellen, 'zachter, zachter', want de muziek denderde de kerk uit.

'Geef ze een vinger en ze pakken je hele hand', zegt Mennen. De pastoor was zo flexibel omdat hij niemand wilde afstoten. Hij hoopte mensen op een 'spoor te zetten', misschien werden ze 'geraakt' tijdens een religieuze viering.

Nu gelooft hij daar niet meer in. 'Als ze de regie opeisen, klinkt de boodschap van de kerk ook nauwelijks meer. Dan willen ze er alleen een happening van maken.'

In zijn kerk mag nog slechts religieuze muziek ten gehore worden gebracht. Dat is al een concessie. De pastoor geeft boven alles de voorkeur aan liturgische zang. 'Dat er op een lezing een psalm volgt en dat er een halleluja klinkt vlak voor het evangelie.'

Vorige maand verscheen een brochure onder zijn leiding, op verzoek van het bisdom Den Bosch:

Kiezen voor een kerkelijke uitvaart. Daarin staan strikte voorschriften voor de uitvaartmis. Het bisdom wil geen wereldse muziek meer. Geen cd's, geen eigen teksten, liederen en gedichten.

Mennen kreeg vele emotionele telefoontjes. Welwillend hoorde hij de bellers aan en vroeg vervolgens: 'Gaat u nog elke zondag naar de kerk?' Nee, moesten ze toegeven. 'Dan hebt u in de kerk ook niet zo heel veel te vertellen.'

Er is een soort 'niemandsland' tussen kerkelijk en onkerkelijk, legt de Nijmeegse godsdienstsocioloog Jan Peters uit. Daartussen zitten mensen die weinig meer doen aan het geloof, maar zich nog wel tot de kerk wenden voor de rites de passage. De overgangsrituelen bij geboorte, trouwen en dood. De kerk helpt hiermee om ingrijpende gebeurtenissen in het leven een plaats te geven – mensen hebben een universele behoefte aan zingeving.

'Ze hebben antwoorden nodig op vragen waarmee ze vroeg of laat worden geconfronteerd', zegt Peters. ”Waar heb ik voor geleefd? God, het was wel erg kort.” Die rites de passage zijn wezenlijk voor elke godsdienst. Als de riten verdwijnen, sterven de goden. Zonder ritueel is er geen geloof.'

Maar in hoeverre moeten de kerken voldoen aan wensen van leden die zelden meer komen, terwijl ze er vanuit een vaag religieus gevoel wel hun kind willen laten dopen, trouwen of vader begraven? Trouwe kerkgangers hebben geen afwijkende verlangens, weten Lemckert en Mennen. Die kennen de liturgie. Die beseffen nog dat in de kerk altijd God in het middelpunt staat – niet de overledene, niet het bruidspaar.

De afkomstigen uit het 'niemandsland' willen daarentegen steeds persoonlijker getinte rituelen. 'Mijn vrouw hechtte zo aan deze muziek', krijgt Mennen geregeld te horen tijdens de voorbespreking van een begrafenis, terwijl hem een stapeltje cd's wordt toegeschoven. 'Het gaat toch om ons?' Iemand besloot zijn toespraak voor een overledene met: 'Zeg, als er iets is, hoop ik dat je er bent.' Vreselijk, vindt de pastoor. 'Zoiets kan niet in de kerk. Daar moet je weten wat je zegt of je mond houden.'

Hij citeert Telegraaf-columnist Bob Smalhout, die een parodie maakte op begrafenisredes: 'Nou Kees, vermaak je maar een beetje daarboven. Tussen al die engelen moet wel een lekker stuk zitten. Je hebt het echt verdiend gabber.'

Ja, beaamt Mennen de opvatting van Smalhout, hoe anders klinkt dan nummer 273 uit het Liedboek voor de Kerken:

Heer herinner U de namen van hen die gestorven zijn En vergeet niet dat ze kwamen langs de straten van de pijn, langs de wegen van het lijden, door het woud van eenzaam heid. . .

Het gaat ook om smaak, wil Mennen maar zeggen. Een eredienst als een trouwerij of begrafenis moet een bepaald niveau hebben, waarover de kerk dient te waken: 'Die viering is een daad van geloof. Een paar trouwt voor Gods aanschijn en daar zouden ze zich van bewust moeten zijn.'

Met afschuw verhaalt de pastoor over een toespraak waarin werd verklaard dat het huwelijk zo'n geweldig instituut was omdat je dan elkaars rug kon krabben. 'Dat is toch. . . Zó ordinair. En dat schrijven ze ook nog allemaal van elkaar over. Het heet persoonlijk, maar het is belachelijk.'

Mennen wil niet twisten over smaak. Nee, Frans Bauer, logisch dat die niet mag, wordt hem voorgehouden, maar een cd'tje van Bach moet toch kunnen in de kerk? Daar gaat de pastoor niet over – er moeten objectieve richtlijnen zijn. 'Ik heb niet zoveel gevoelens bij gospel. Maar sommigen vinden het prachtig en het is christelijk-religieuze muziek. Dus gospel kan hier.'

In deze tijd van afkalvend etiquettebesef doet organist Lemckert liever rouw-dan trouwdiensten – hoe vreemd dat misschien ook mag klinken. 'De warmte die je ontmoet bij begrafenissen, doet je meer goed dan een opgeklopte trouwerij met veel show.' Of, zoals een oudere pastoor tegen Mennen opbiechtte: 'Van die paar huwelijken die ik nog heb, lijd ik meer dan van al die uitvaarten.'

De Abdijkerk is het oudste gebouw van Den Haag, een prachtige historische kerk met een mooi orgel. Lemckert verdenkt sommige bruidsparen er dan ook van dat ze er vooral willen trouwen vanwege de entourage. 'De gasten komen vaak al wat uitgelaten binnen. Altijd te laat. Je merkt dat ze de orde van de kerk totaal niet gewend zijn. Kinderen die lopen te jensen, waardoor een predikant zich vreselijk opgelaten voelt. Wat is er op tegen die kinderen even uit de kerk te verwijderen?'

In de loop der jaren heeft de organist geleerd, 'huilende bruiden in aanmerking genomen', niet te hardvochtig te zijn over de muziekkeuze van het bruidspaar. Wordt hem gevraagd een bekend operastuk te spelen, dan doet hij dat – met pijn in het hart. Het heeft niks met de kerk te maken. Er is zoveel passender muziek.

'Vaak zijn die stukken ook te lang hè', weet Lemckert. 'Geen enkel bruidspaar heeft erop geoefend om de kerk binnen te schrijden. Ik heb zo vaak meegemaakt dat ze met een rotvaart naar voren kwamen. Zaten ze in de stoel en was ik pas in de derde maat. Dan was mijn orgel eigenlijk de stoorzender. Daar ben je toch niet voor opgeleid?'

Soms krijgt pastoor Mennen het gevoel dat mensen denken: als wij ons ding maar mogen doen, onze cd draaien, ons gedichtje voordragen, dan gaat u uw gang maar, meneer pastoor, dan magde bidden wa ge wilt. 'Het interesseert ze niet echt, wat ik doe. Dat groeit. Het lijkt af en toe wel of de heidenen op het altaar dansen.'

Met geld is alles te koop – dat is tegenwoordig de mentaliteit, volgens Mennen. De pastoor krijgt te horen: 'Jullie moeten blij zijn dat we nog komen.' Ongelooflijk. 'Jullie moeten blij zijn dat jullie nog mógen komen', antwoordt hij dan. 'Jullie hebben het er niet naar gemaakt. We zijn geen supermarkt voor religieuze artikelen waar je iets komt halen, we zijn een gemeenschap.'

Een poosje geleden werd hij gebeld door een vrouw die haar huwelijk aan het plannen was. Kon het in de Grote Kerk? Onder begeleiding van een zanggroepje? 'Alleen als het religieuze muziek is', zei de pastoor. Twee dagen later ging de telefoon bij de kerk de Heilige Geest, waar Mennen ook pastoor is. Zelfde mevrouw, die niet in de gaten had dat ze weer Mennen trof. Een zanggroepje, kon dat in de Heilige Geest? 'Ik dacht dat u met de Grote Kerk bezig was', zei Mennen. De vrouw verslikte zich. Na wat rondbellen bleek dat ze overal al was geweest. 'Aan het shoppen', zegt Mennen. 'Ga maar naar je eigen parochie, heb ik gezegd.'

De kerk buigt al zo ver mee, vindt de pastoor. Er gebeurt al zoveel wat volgens de officiële regels niet zou mogen. Samenwonen en scheiden en dan weer hertrouwen. Iemand die niet leeft volgens de normen van de kerk zou daarin ook niet begraven mogen worden als hij geen berouw heeft getoond. 'Tucht wordt niet meer zo erg toegepast. Maar is het nog duidelijk voor welke normen en waarden de kerk staat? Of is dat slechts theorie en geen praktijk?

Organist Lemckert begrijpt wel waarom predikanten zich flexibel opstellen. Elk schaapje dat (weer) in aanraking komt met de kerk is meegenomen. 'Gods wegen zijn ondoorgrondelijk', is de gedachte. 'En een breuk is een breuk.'

Niettemin constateert de organist bedroefd dat de kerk steeds meer 'een gezelligheidsclub' dreigt te worden,'waar men vrijblijvend over God babbelt. Dat hoort niet zo.

'In de kerk kom je omdat God onderdeel van je leven uitmaakt. We geloven wel degelijk dat het leven niet als een vuilniszak eindigt als we dood zijn. Dat belijden we met elkaar. Over elke letter van onze diensten is gepraat en nagedacht. Iemand die daar geen affiniteit mee heeft, hoort niet de kerk te arrangeren om daar plaatjes te draaien.'

De protestantse kerken hebben een liedboek met ruim zeshonderd psalmen en gezangen. Een paar daarvan zijn zo bekend, die kon iedere heiden nog wel meezingen, volgens de organist. De Heer is mijn herder; Beveel gerust Uw wegen. 'Tegenwoordig maak je mee dat er niemand meer is die die liedjes nog kent. Dus brul ik dan maar mee vanaf dat orgel. Maar als mensen daar al geen benul meer van hebben. . .

Met geloof is het net als met de liefde, vindt pastoor Mennen. 'Als je alleen maar zegt: ik hou van haar, of ik hou van hem, maar die ander merkt daar nooit iets van, dan is die liefde toch ver weg.'

Mensen hebben behoefte aan rituelen, jazeker. Maar of ze behoefte hebben aan religieuze rituelen? De pastoor heeft nog nooit geweigerd een kind te dopen. 'Ik vraag me wel af wat ik moet met ouders die niet eens voor de kerk zijn getrouwd en wel hun kind ter doop aanbieden. Hoe moeten die het geloof overbrengen? Ik krijg kinderen voor de eerste communie die niet eens een kruisteken kunnen slaan.'

De pastoor waakt voor de rol van makelaar in rituelen, zoveel wil hij maar zeggen. Laten ze hem maar ouderwets noemen. Vrijzinnigheid leidt tot niets.

'Willen wij als kerk overleven, dan zullen we duidelijk moeten zijn. Wij zijn een religieus instituut dat religieuze waarden uitdraagt. Jezus was ook niet uit op de grote getallen, hoor. Die was uit op de boodschap. Jezus wilde iedereen ontvangen, maar niet ten koste van alles. Dan zei hij: ”Wilt ook gij soms heengaan?”.'

Meer over