Grote verwachtingen

De grote verwachtingen van Midas Dekkers, die absoluut geen bioloog wilde worden

Midas Dekkers vangt vlinders Beeld rv
Midas Dekkers vangt vlindersBeeld rv

Het leven: wat dachten we, wie waren we en hoe is het allemaal zo gekomen? Een gesprek aan de hand van jeugdfoto’s, met Midas Dekkers.

Naam: Midas Dekkers

Leeftijd: 75 jaar

Is: Bioloog en schrijver van fictie en non-fictie

Bekend van: Radio- en tv-programma’s als Vroege Vogels en De Eilanden

Vlinders vangen

‘Mijn ouders hadden een café in Amsterdam, zo’n ouderwetse met obers, biefstuk, karbonade en veel drank, en in de drukke paastijd werden wij kinderen naar opa en oma gestuurd, anders liepen we maar in de weg. Zij bevonden zich in een burgermanswoning in Soestdijk, en op de foto sta ik daar met een vlindernetje in de tuin. Iedereen denkt bij deze foto meteen: zozo, dat zat er al vroeg in, maar ik wóú helemaal geen bioloog worden. Ik had het katholicisme net ingeruild voor het geloof in de wetenschap en wilde professor worden, en wel in de echtste wetenschap die ik me voor kon stellen: natuurkunde. Nee, niet biologie. Tegenwoordig is biologie weer helemaal boven Jan maar toentertijd, in de jaren vijftig, was dat iets voor prikkebenen, daar keek je op neer. Ik ook: als ik bij opa en oma logeerde mocht er nog weleens een vlindernetje aan te pas komen, maar de weg stond vast: ik was een kleine Wernher von Braun, ik ging raketten bouwen. Ik ben uiteindelijk ook natuurkunde gaan studeren, maar dat duurde maar een jaar: ik bleek er helaas te dom voor. Bovendien moest ik dat eerste jaar bijkomen van mijn verbazing over het bestaan van al die andere denkbeelden in de studentensociëteit, en van het bestaan van het andere geslacht, want ook die kennis was ons door de paters Jezuïeten onthouden. Ik had mijn handen vol aan het mens worden, kortom, en het professor worden schoot daarbij in.’

Tweedehands bakbeest

Midas en zijn Underwood-typemachine. Beeld rv
Midas en zijn Underwood-typemachine.Beeld rv

‘Dit is kort na mijn afstuderen, ik zit hier achter een tweedehands bakbeest van ene typemachine, ik geloof dat het een Underwood was. Ik had toen een bijbaantje als vertaler van een dierenencyclopedie. Mijn ideaal was niet zozeer schrijver te worden, maar boekenmaker, en dan het hele proces: van het maken van papier tot het zetten van letters en het verzinnen van het verhaal en het uitgeven aan toe, de hele bende. Een Gesamtbuchmacher zou ik worden. Ik had ook een bordje op het raam geplakt: boekmaker, maar daar kwamen allemaal verkeerde types op af, dus dat heb ik weer weggehaald.

‘Ik heb toen veel geleerd, al zie je dat altijd pas achteraf. Als je wilt leren schrijven, en dat is een les die ik iedere beginnende journalist of schrijver zou willen meegeven, begin dan met vertalen. Weg met de School voor Journalistiek en al die schrijfopleidingen, ga vertalen. Als je er namelijk in slaagt om wat iemand anders ooit aan het papier heeft toevertrouwd op min of meer juiste wijze in je eigen taal na te schrijven, dan ben je al een heel, héél eind. Ja, dat zijn andermans gedachten, maar leer eerst maar eens formuleren, dan komen die eigen gedachten later wel. Trouwens, die heeft iedereen, die gedachten, daar ben je geen schrijver voor. Je bent schrijver om te formuleren. Mensen die dat heel goed kunnen hebben eigenlijk ook nauwelijks meer een gedachte nodig. De formulering an sich is al zo’n verschrikkelijk genot om te lezen, dat is wat mij betreft de hoogste vorm van schrijverij.’

Het noodlot

Kunstenaar Ruth Thiadens met haar man Midas Dekkers in Patagonië. Beeld rv
Kunstenaar Ruth Thiadens met haar man Midas Dekkers in Patagonië.Beeld rv

‘Ik was nooit van plan om 47 jaar met dezelfde vrouw door het leven te gaan. Ik wilde mijn leven wijden aan de wetenschap, en vrouwen en kinderen leiden maar af, leek mij. En Ruth had ook wel wat leukers in gedachten dan zich 47 jaar met mij te gaan vervelen. Maar ja, je ziet hoe het gaat. Dat is ook het leuke van het leven: je kunt hoog en laag springen, maar het noodlot gaat zijn gewoon zijn of haar gang. Tot onze verbazing hebben we het reuze naar ons zin. Dat zie je ook op deze foto, we zien er niet uit alsof we 47 zware jaren achter de rug hebben.

‘Ik was hier als mascotte toegevoegd aan een reisgezelschap dat naar Patagonië wilde. En zoals altijd: je kunt naar dieren kijken tot je een ons weegt, maar het meest verbazingwekkende beest blijft toch de mens. In een reisgezelschap verandert een stel redelijke individuen in een eenvormig wezen dat maar één doel lijkt te hebben, en dat is foto’s maken, foto’s maken en nog eens foto’s maken. Vooral niet kijken, want als je gaat kijken heb je geen tijd om foto’s te maken. Ik vind dat zo absurd, maar misschien is dat een afwijking omdat ik bioloog ben. In wezen is dat het enige dat een bioloog beter kan dan een niet-bioloog, kíjken. En kunstenaars, die leren dat ook tijdens hun opleiding. Als je iets goed wilt kunnen zien, moet je het kunnen tekenen. Als ik aan jou vraag: hoeveel vlekken heeft de poes van de buurman, dan weet je dat niet. Terwijl je dat beest misschien al twintig jaar kent. Zelfs van goede vrienden valt het nog helemaal niet mee om te zeggen welke kleur ogen ze hebben. Dat is een kwestie van luiheid, gebrek aan focus. Dus ik dacht: ik zal die mensen van dat reisgezelschap gedienstig zijn en ze dat vertellen, maar daar waren ze niet van gediend. Ik vond het dan ook een groot genoegen om ze op het allerzuidelijkste puntje uit te zwaaien toen zij op Antarctica pinguïns lastig gingen vallen, en zelf rechtsomkeert te maken.’

Minder ambitie

Een recente foto van Dekkers, bij zijn huisje in Salland. Beeld rv
Een recente foto van Dekkers, bij zijn huisje in Salland.Beeld rv

‘Je hele leven streef je dingen na die je niet bereikt – ik ben geen gitarist geworden, geen boekmaker, geen tweede Darwin – maar toen ik deze foto zag, zo zittend voor mijn datsja in Salland, dacht ik: nou, dat is wel érg tevreden, hoor. Je kunt het ook berusting noemen. Wat ik geleerd heb, is dat je niet iets moet zijn, maar iets moet spélen. In de schoolband speelde ik dat ik gitarist was, later speelde ik dat ik professor was. Gelukkig maar, want als ik echt professor was geworden had ik allerlei administratieve taken op me moeten nemen waarvan je vindt dat je daar geen professor voor bent geworden.

‘Niet zo lang geleden heb ik mijn zus Lia begraven. Ik mocht haar grafrede houden. Daar was ik aanvankelijk niet zo blij mee, want die zus van mij had nooit iets beleefd. Ze was niet supergelukkig, niet ongelukkig, er gebeurde gewoon niet zo veel. Ja, soms had ze een leuke meneer, maar die ging dan dood en dan reageerde zij van: oké, die is dood. Een leven zonder ambitie. En toen dacht ik: misschien is dat wel helemaal niet zo slecht, schuine streep: hádden de meeste mensen maar wat minder ambitie, dan zag de wereld er een stuk beter uit. Iedereen wil maar beter zijn dan zijn buurman. En dat wordt nog aangemoedigd ook! Minder ambitie betekent dat je accepteert wat je hebt en hoe het tot nu toe is gegaan, en dat is helemaal niet zo gek. Nou, dit alles overdenkende had ik inmiddels een baard gekregen en ook dat bevalt me – als ik zelf geen Darwin kan worden, dan kan ik in ieder geval op hem lijken.’

Meer over