De geboorte van de euro-islam

Londen is het politieke centrum van de islam, een mozaïek van groepen en groepjes, van democraten tot ultra-nationalisten en fundamentalisten....

tekst Fred de Vries fotografie Henk Braam

Spraakzaam zijn ze niet, de vijf mannen voor de Centrale Moskee bij het elegante Regent's Park. Bomen van kerels met stoere baarden. Gekleed in het tenue van de moderne moslimstrijder: mutsen, Afghaanse jurken over trainingsbroeken, sportschoenen. Slechts de kalasjnikov ontbreekt om het clichébeeld van de mujahedin te vervolmaken. Een van de mannen mist een oog.

'Ga maar naar de bbc als je wat over de oorlog in Tsjetsjenië wilt weten.' Het klinkt vijandig, terwijl het vijftal nota bene zelf buiten in de regen een weerzinwekkende video vertoont van de Tsjetsjeense oorlog. De band is te koop voor 10 pond. Het geld gaat naar de hulpbehoevenden in Tsjetsjenië, zegt de grootste man, een Jordaniër, even voordat hij moet ingrijpen bij een vechtpartij tussen gelovigen. Vuisten en schoenen zoeken kwestbare delen. Het is vrijdag half een, over een kwartier begint in Londens grootste moskee het middaggebed.

Enkele kilometers verderop zit de Tunesische dissident Rached Ghannoushi nu waarschijnlijk in zijn minuscule studeerkamer onder de lampenkap met beertjesmotief zijn dagelijkse e-mail te beantwoorden. In zijn vaderland zou deze grijsaard meteen achter slot en grendel verdwijnen. In Londen geniet hij van zijn vrijheid, en van de Britse vrijheid van meningsuiting. Hier oreert hij, gerespecteerd islamitisch schrijver en denker, over de wreedheden van het Tunesische regime en het samengaan van de islam en de democratie.

Op datzelfde moment, in een moskee in de noordelijke wijk Finchley Park, op een steenworp afstand van een Arsenal-souvenirwinkel, richt de radicale sjeik Abu Hamsa het woord tot een schare gelovigen uit een dozijn islamitische landen. Cynici doen hem af als een 'waanzinnige' en zijn aanhangers als 'ontwortelden'. Hamsa, die banden zou onderhouden met 'superterrorist' Osama bin Laden, propageert de jihad, de heilige oorlog, tegen alle perfide regimes in de islamitische wereld. Als er onschuldige slachtoffers vallen, so be it.

En nog noordelijker, op de derde verdieping van een asgrauwe flat in het even asgrauwe Wembley, zit Faisal Bodi, tweede generatie Indiër, achter de computer te werken aan het volgende nummer van Q-News, het tijdschrift voor jonge Britse moslims. Bodi belichaamt de 'nieuwe moslim', strikter en vromer dan zijn ouders. Hij voelt zich meer verbonden met de Somali's, Algerijnen en Bosniërs dan met andere tweede-generatie-Indiërs die geen moslim zijn.

'Londen' heet deze uitheemse religieuze anarchie. Londen: politiek centrum van de islam, mozaïek van moslimgroeperingen, van democraten tot ultra-nationalisten en fundamentalisten. Iedere Egyptische, Iraanse of Syri sche splintergroep is hier wel vertegenwoordigd. Van het Algerijnse fis lopen minstens vier mannen rond die pretenderen namens de organisatie te spreken. Londen: basis van een fundamentalistische internationale. Maar ook: Londen waar uit de chaos een Europese moslim ontspruit.

'Er is hier onder jonge moslims een hang naar het pure geloof', zegt de in Irak geboren socioloog Sami Zubaida. 'Het heeft te maken met identiteit en afzetten tegen de mainstream. Ze verwerpen de tradities en gebruiken van hun ouders. Twintig jaar geleden voelden jonge Aziaten zich aangetrokken tot links, nu tot de islam. Ze worden gediscrimineerd, zijn relatief kansarm. Waar ze vroeger voor ''Paki'' werden uitgescholden, is het nu ''vuile moslim''. Dat sterkt ze in hun geloof en zet tegelijkertijd aan tot meer discriminatie. Het is een vicieuze cirkel.'

'Zelfs bij een linkse krant als The Guardian is een uitdrukking als ''islamitisch terrorisme'' gemeengoed', klaagt de Iraniër Yusef Al-Khoei, kleinzoon van een beroemd ayatollah en voorzitter van een stichting die probeert door middel van onderwijs en dialoog de kloof tussen islam en het Westen te dichten. Hij leidt rond in zijn islamitische school in Noord-Londen, wijst fijntjes op de uitstekende studieresultaten en loopt quasi onverschillig langs een foto van hem met vn-chef Kofi Annan. 'Moslims voelen zich diep gekrenkt bij het lezen van zulke frasen', vervolgt hij. 'Natuurlijk, de moslimwereld maakt turbulente tijden door. Maar alle negatieve zaken worden eruit gelicht en opgeblazen.'

Groot-Brittannië heeft een lange, dubbelhartige verhouding met de moslims. De eerst substantiële contacten dateren van de zestiende eeuw toen het Ottomaanse rijk zich westwaarts uitbreidde. Er werd oorlog gevoerd met de Turken en de 'barbaren', maar tegelijkertijd bekeerden tal van hooggeplaatste Britten, onder wie in 1606 de consul in Caïro, zich tot de islam.

Hoewel er al zeker vier eeuwen moslims in Groot-Brittannië wonen, begon de echte instroom met de openstelling van het Suez-kanaal in 1869. Jemenitische, Indiase en Somalische zeelui vestigden zich in havensteden, trouwden Britse vrouwen en bleven. In hun kielzog volgden de sjeiks, die de religieuze lacune opvulden.

De dominante Britse rol in het Midden-Oosten en op het Indiase subcontinent zorgden voor een permanente band en toestroom. In de Arabische wereld werd Engels de tweede taal. Welgestelde moslims stuurden hun kinderen naar Britse universiteiten. Caïro? Beiroet? Geen denken aan. Londen!

Later kwamen de oliesjeiks. En naarmate de vrijheid van meningsuiting op het Arabisch schiereiland verder werd verstikt, zochten steeds meer intellectuelen hun heil in de Britse hoofdstad. Arabische kwaliteitskranten als Al Hayat worden hier gemaakt. Het Pan-Arabische televisiestation mbc heeft er zijn hoofdkantoor. Straten als Edgware Road en Bayswater Road, beide nabij Hyde Park, dragen een zwaar Arabisch parfum, met Libanese restaurants en koffiehuizen waar groepjes Arabieren zich samenzweerderig over hun espresso buigen. Elders, zoals in East End en Noord-Londen, domineren de Aziatische moslims. Brick Lane is Bangladesh samengeperst op enkele vierkante kilometers. In Groot-Brittannië wonen nu zo'n anderhalf miljoen moslims, de grootste concentraties in Londen, Bradford en Birmingham.

Sinds begin jaren negentig hebben zich de islamisten bij dit bonte gezelschap gevoegd. Toen ze in hun eigen land werden vervolgd alsof ze duivels waren, vluchtten de kopstukken naar Londen. 'Groot-Brittannië heeft een lange traditie van democratie en politiek asiel', zegt de Tunesiër Rached Ghannoushi, leider van de An-Nahda-partij, die in 1991 naar Londen kwam toen tienduizenden van zijn aanhangers werden opgepakt en gefolterd. Frankrijk komt hij niet in, vanwege de banden tussen Tunis en Parijs. Hij spreekt vloeiend Frans, maar wil het interview per se in (gebroken) Engels geven.

Ghannoushi ontvangt in een kaal vertrek van twee bij drie, in het noordwesten van Londen, daar waar de stad ophoudt en de velden beginnen. In de gammele boekenkast staan werken als An inquiry into the Algerian massacres en Islamiser la modernité. De enige luxe is een computer met Internet-aansluiting en een mobiele telefoon, de wapens van de moderne moslimactivist. Ghannoushi heeft een belangrijk persoon aan de lijn, gebaart hij. Een kwartier later, als de batterij het begeeft, is hij uitgepraat. 'Dat was Turabi', zegt hij. Hassan al-Turabi is de religieuze leider van Sudan, volgens de VS een gevaarlijk fundamentalist.

Ghannoushi kwalificeert zichzelf als gematigd. 'Mijn beroemdste boek gaat over het samengaan van een civil society, mensenrechten en een islamitische staat.' Hij houdt zich afzijdig van de Britse islam en politiek. 'Ik bemoei me alleen met Tunesië.'

Zoals Ghannoushi zijn er tallozen in Londen. Ze leiden een anoniem bestaan in de buitenwijken, houden middels Internet en e-mail contact met andere activisten. De Algerijn Kamer-Eddine Kherbane (43) was eind jaren tachtig een van de oprichters van het Islamitisch Heilsfront (fis). In eigen land wordt hij beschouwd als terrorist. Hij ontvluchtte Algerije in 1995 en spoelde een jaar later, na omzwervingen door Frankrijk, Pakistan, Jemen, Albanië en Kroatië, aan in Londen. 'In Engeland worden mensenrechten meer dan waar dan ook gerespecteerd', zegt de voormalige luchtmachtpiloot in een zelfbedieningsrestaurant van een hypermarket. Zijn plastic boodschappentasje staat naast zijn stoel 'Twee jaar geleden probeerde de Algerijnse geheime dienst me hier nog te intimideren. Ze volgden me, namen foto's, doorzochten mijn vuilnisbak. Maar ze kunnen hier niet zomaar hun gang gaan. De Britse wet verbiedt dat. Ik voel me veilig. In Engeland weet je dat je op je rechten kunt staan.'

In hoeverre hij nog politiek actief is en de gewapende strijd in Algerije steunt, laat hij in het midden. De Britse regering gaat, onder druk van landen als Saudi-Arabië, Algerije en Egypte, haar anti-terrorismewet aanpassen, waardoor het gemakkelijker wordt activisten, die gewapende strijd in het buitenland propageren, het land uit te zetten.

Een van de redenen voor die wetswijziging was ongetwijfeld het gedrag van de extremist Abu Hamsa, zelfbenoemd sjeik en doorn in het oog van gematigde islamisten. 'Islam is in Londen een betrekkelijk nieuw fenomeen', zegt Ghannoushi. 'Iedere groep heeft zijn eigen kopstuk, maar er ontbreekt een overkoepelende leider. Dat is de zwakte hier. De media maken leiders van mensen als Hamsa, die provoceert en roept dat zijn aanhangers zullen moorden. Dat vinden de media prachtig.'

Op naar Abu Hamsa dus. Alle sensationele verhalen ten spijt is deze ex-uitsmijter met een glazen oog en haken als handen (hij zou ze bij de strijd in Afghanistan hebben verloren) gemakkelijk te benaderen. Een interview kan over vijf kwartier plaatsvinden, zegt een adjudant.

De kleine gebedsruimte waar Hamsa vrijdags predikt staat in Finchley Park, Noord-Londen. Door het tl-licht uit de winkels en kebabzaken weerspiegelt de armoede zich in de plassen. In een ver verleden was deze buurt met zijn lage Victoriaanse huisjes een blanke arbeiderswijk. Nu domineren immigranten. De laatste jaren zijn er vooral Algerijnen en Somaliërs bijgekomen.

In de Finchley Park-moskee worden naast islamitische literatuur en zoetigheden ook camouflagejacks en leren gevechtsvesten verkocht. Hamsa's kamer mag je pas in als een tanige, donkere jongen - zijn mobiele telefoon voortdurend paraat - je tas heeft doorzocht.

De sjeik zit met gekruiste benen op de grond achter een lage tafel. Hij staat niet op, hetgeen het probleem van 'hoe geef ik een haak een hand' oplost. Geduldig beantwoordt hij de vragen. Soms maakt hij een grap. Over Nederland, dat volgens hem geen jihad hoeft te vrezen.

Hamsa droomt van de terugkeer van het grote moslimrijk, waaraan begin deze eeuw, met de val van het Ottomaanse rijk, een einde kwam. Zijn organisatie, Supporters of Sharia, wordt ervan verdacht strijders te ronselen en te trainen voor de heilige oorlog. In Jemen werden vorig jaar enkele van zijn mannen, onder wie zijn zoon en schoonzoon, opgepakt en veroordeeld wegens terrorisme. Hamsa predikt de jihad in islamitische landen. Geweld is toegestaan als de islamisten hun rechten wordt ontnomen. Hij vindt dat Britse moslims hun 'aardse geneugten' moeten opgeven en terugmoeten naar hun land van herkomst, om daar te strijden voor een islamitische staat. 'Hier in Engeland proberen ze Johns en Shirleys te zijn. Dit vinden ze het paradijs. Ik vertel ze dat dit niet het paradijs is.'

Westerse landen die de 'perfide' regimes in de moslimwereld steunen, moeten de consequenties daarvan aanvaarden, waarschuwt hij. 'Frankrijk is een rechtmatig doelwit vanwege zijn banden met Algerije.' En als er burgerdoden vallen, jammer. 'Als burgers zo dom zijn zich erin te mengen, hoeven ze niet gespaard te worden.'

Hamsa met zijn glazen oog en haakhanden voldoet aan de James-Bondachtige karikatuur van het Islamitische Gevaar. Gematigde moslims, nooit verlegen om een samenzweringstheorie, beschuldigen hem er zelfs van op de loonlijst van de Britse geheime dienst te staan, om de aversie jegens de islam aan te wakkeren. 'Moslims die hun geloof hebben verloren, schamen zich voor mij', schampert Hamsa. 'Zij wonen in het Westen en hopen op steun van het Westen. Mijn verklaringen zijn een gevaar voor hen en hun aardse genoegens.'

De sjeik geeft graag kruidige one-liners ten beste. Maar al die uitspraken en de para-militaire uitstraling van zijn entourage verhullen wat er werkelijk gaande is in Londen: er wordt een nieuwe islam geboren, een Europese islam. Een pijnlijke bevalling.

Keerpunt was de fatwa die ayatollah Khomeini in februari 1989 afkondigde tegen schrijver Salman Rushdie. In de noordelijke stad Bradford leidde dit tot verbranding van het gewraakte De Duivelsverzen. In Londen vonden massale demonstraties tegen Rushdie plaats. De Rushdie-affaire, zegt journalist Faisal Bodi, was de waterscheiding, het moment waarop je gedwongen werd, je positie te bepalen. Irak, Bosnië, Kosovo en Tsjetsjenië gaven de slachtoffergevoelens daarna extra cachet.

Bodi (29) groeide op in Preston, Noord-Engeland, waar zijn ouders zich in de jaren vijftig als Indiase migranten vestigden. In de avonduren bezocht hij een Koran-school. Erg diep ging zijn interesse in het geloof niet. 'Ik vond het leuker lol te trappen. Er waren zoveel verlokkingen. Het enige dat ik om religieuze redenen nooit heb gedaan is alcohol drinken en varkensvlees eten.' Als eerste van de kleine moslimgemeenschap in Preston ging hij naar de universiteit. Daar veranderde zijn geloofsbeleving. 'Met de Rushdie-affaire moesten wij ons plotseling gaan verantwoorden voor ons moslim-zijn. Ineens moesten we gaan nadenken wie we waren, wat en waarom. Voorheen zagen we onszelf vooral als een raciale groep. Moslim-zijn, daar dacht je niet over na, dat was iets waarmee je was opgegroeid.'

Aanvankelijk hield Bodi zich op de vlakte. 'Maar ik ging me schamen voor mijn gebrekkige antwoorden.' Na diep zelfonderzoek werd hij een gelovig moslim, vromer dan zijn ouders. Net als tienduizenden andere jonge Aziaten van de tweede generatie. Hij mist zijn wilde jaren niet. 'Wij hebben de fun teruggebracht in fundamentalisme. Je gaat naar studiebijeenkomsten, discussies, demonstraties. Heel opwindend. Ook zonder de drank en de clubs is er genoeg te doen.'

Hoewel Bodi weinig voeling heeft met radicalen als Abu Hamsa weigert hij de sjeik te veroordelen. 'Voor sommigen jonge moslims is het een noodzakelijke fase waar ze doorheen moeten. Het verloop binnen die radicale bewegingen is groot. Maar hoe dan ook, het betekent dat de islam een grote aantrekkingskracht uitoefent. Het maakt niet uit bij welke groep ze zitten, zolang ze maar bij de familie blijven.'

Sinds 1995 woont Bodi in Londen en schrijft hij voor Q-News (oplaag 20 duizend). Goed leesbaar, gestoeld op Britse journalistiek, met verhalen over drugsproblematiek, halal-eten, islam op Internet, de Arabische stilte rond Tsjetsjenië.

En met aandacht voor kunst en cultuur. In het nummer van mei '98 krijgt de godfather van hip Aziatisch Londen, schrijver Hanif Kureishi, ervan langs. 'Hanif Kureishi, de wanhopige', kopt Q-News. Kureishi had na zijn omstreden roman over de Rushdie-zaak, The Black Album (Anthos, 1995), een film gemaakt, My Son the Fanatic, die de Werdegang van een jonge Aziaat in Engeland beschrijft. De film gaat over het conflict tussen vader en zoon, waarbij de laatste zijn gitaar, cd's en computer verkoopt en zijn heil zoekt in het fundamentalisme, zijn vader in wanhoop en onbegrip achterlatend.

'Kureishdi komt in de buurt van Rushdie, net geen fatwa', zegt Bodi. 'Ik heb de film twee keer gezien. Een karikatuur, een gemiste kans, absolute tijdverspilling. Kureishi heeft geen idee wat er in onze gemeenschap leeft. Het is alsof je een film over neonazi's laat maken door het National Front (een Britse neonazi-partij).' Verbitterd: 'Mensen als Kureishi, die zich kritisch uitlaten over moslims krijgen alle ruimte in de media, omdat zij zogenaamd progressief zijn en vertellen wat de media graag willen horen.'

Kureishi hoort de kritiek een dag later minzaam aan. De 44-jarige schrijver beschouwt zichzelf allang niet meer als tweede-generatie Aziaat, laat staan moslim. Hij komt uit een Indiase middle-class familie, waar men over politiek, literatuur en secularisme discussieerde. 'Mijn achtergrond is vergelijkbaar met die van Rushdie.' Sinds zijn succesvolle romans en films behoort Kureishi tot het Britse literaire establishment. Hij rookt, drinkt, gebruikt drugs, is popconnaisseur. Hij is gescheiden, leeft samen met een veel jongere vrouw, en schrijft nu het liefst over overspelige mannen in een mid-life crisis.

Zijn studeerkamer in de wijk Shepherd's Bush ('The Who is hier opgericht', zegt hij trots) staat barstensvol boeken, de verworvenheden van het vrije Westen. Hij geeft toe dat het karakter van de zoon in My Son the Fanatic tamelijk eendimensionaal is. 'Ik wilde vooral de vader portretteren.' Maar dat hij geen notie heeft van wat er in de moslimgemeenschap leeft, wil er bij hem niet in. 'Na de fatwa tegen Rushdie werd ik nieuwsgierig. Ik ben naar een moskee in Whitechapel (Oost-Londen) gegaan en heb daar veel met jongeren gesproken. Waarom wilden zij een schrijver doden? Waarom waren zij niet trots op wat Rushdie als Indiër in het Westen heeft bereikt? Ik raakte gefascineerd door die jongens. Fundamentalisten die het Westen verwerpen, terwijl hun vaders hierheen kwamen en met veel moeite een nieuw bestaan wisten op te bouwen. Islam is voor hen een ideologie, net zoals het marxisme dat voor mijn generatie was. Voor hen is het allesomvattend. Buiten islam is er niets. Ze hebben geen twijfels, niets. Ik dacht dat ik gek werd, er valt met hen niet te praten.'

Toch is er begrip. 'Het is traumatisch om van de ene samenleving naar de andere over te stappen. Dat trauma duurt generaties lang voort. De jongeren voelen zich in de steek gelaten. Zij wilden niet in Engeland zijn en Engeland wilde hen niet. Ze behoren hier noch daar. Ze hebben een behoefte naar puurheid, ze willen alle lust, seksuele behoefte in zichzelf bevriezen, zodat al het slechte met het Westen kan worden geassocieerd en het goede met de moslimwereld. Het is een nazi-ideologie, het spiegelbeeld van racisme. Het is een simpele psychologische oefening: alle complexiteit uitbannen.'

Hoewel de religieuze opleving Kureishi verbaast ('We dachten allemaal dat de Verlichting had gezegevierd') denkt hij dat het een tijdelijk fenomeen is, dat de meeste jongeren het zullen ontgroeien, zoals hij het marxisme van zich afschudde. 'De enige reden waarom migranten het redden is dat ze in een liberale democratie wonen. Daarom is het pervers, belachelijk om een anti-liberale godsdienst aan te hangen.'

Socioloog Sami Zubaida is er minder zeker van dat het slechts om een rebelse fase in de adolescentie gaat. 'Het hangt ervan af wat er in de rest van de wereld gebeurt. We hebben te maken met een internationalistische islamitische zaak, met internationale verbondenheid. Zet dat zich voort? Veel hangt ook af van de sociale ontwikkelingen in Groot-Brittannië. De jongeren van Kureishi's generatie die marxist werden, behoorden tot de middle class. De nieuwe moslims komen uit de armere bevolkingsgroepen.'

De door Zubaida gesignaleerde kruisbestuiving tussen de Britse en internationale islam is begonnen in Oost-Londen. Daar woont de 32-jarige Pakistaans-Britse advocaat Anjem Choudary. Hij vertegenwoordigt de Britse afdeling van Al Muhajiroun, een extremistische internationale moslimorganisatie onder leiding van de in Londen wonende Syriër Omar Bakri, die zijn bewondering voor Bin Laden niet onder stoelen of banken steekt.

Het gedachtengoed van Al Muhajiroun is nauw verwant aan dat van de beweging van Abu Hamsa. Beiden willen de terugkeer van het groot islamitisch rijk. Een verschil is dat Al Muhajiroun het maken van burgerslachtoffers veroordeelt. Maar in tegenstelling tot Hamsa vindt deze organisatie dat ook de Britse regering, die al sinds 1982 gastvrijheid biedt aan haar leider, ondermijnd moet worden. 'Wij roepen op tot een revolutie in alle landen waar wij actief zijn', zegt Choudary, die de islam omhelsde om zich van alle corruptie om hem heen te reinigen. In Londen, waar borsten, billen en helse popmuziek je van alle kanten bestoken, luistert hij alleen nog naar akoestische, religieuze muziek. Zelfs snaarinstrumenten zijn bij hem uit den boze.

Hij wil niets kwijt over het ledental (waarschijnlijk enkele honderden) en de structuur van zijn organisatie. Wel zegt hij dat Al Muhajiroun vooral werft op universiteiten en 'overlevingscursussen' organiseert. 'In dit land word je ondanks je persoonlijke successen nog altijd geconfronteerd met racisme en islamofobie. Daarom krijgen radicale bewegingen hier veel aanhang. Daarom zijn wij op universiteiten populair.'

Al Muhajiroun ageert tegen westerse 'excessen' als homoseksualiteit. Eind vorig jaar sprak zij een fatwa uit tegen de Amerikaanse toneelschrijver Terrence McNally, die Jezus als homo voorstelde. 'Gematigde moslims vermijden dergelijke onderwerpen. Wij zijn niet bang om dat uit te dragen waarin wij geloven.'

In de ogen van Choudary is integratie met niet-moslims onmogelijk 'Ik ben niet tegen interactie, debat en discussie. Hoe meer interactie, hoe groter de afstand wordt. De botsing met andersdenkenden maakt ons alleen maar sterker. Ik geloof in de botsing der beschavingen. Je moet goud ook in een oven stoppen om het puurder te maken. Het is voor ons belangrijk onze persoonlijkheid te bewaren. Dat doen we door constant de islam te bestuderen. Islam is een allesomvattend systeem: economie, rechtspraak, bestuur. Met liefde, zoals Ghannoushi predikt, verander je niets.'

Binnen is het even kil als buiten.

De metro. Terug naar de warmte van de stad met haar licht en muziek. Denkend aan die andere 'nieuwe moslim', journalist Faisal Bodi, hoe die zei: 'De enige oplossing om als moslim in Groot-Brittannië vooruit te komen, is door deel te nemen aan het democratisch proces.' Je voor de geest halend hoe ontwapenend Bodi klonk toen hij het had over liefde en het verlangen naar de pure islam. 'Ik heb nog steeds geen partner. Wanneer kom je nou vrouwen tegen? Nooit. Dat is het trieste.'

Meer over