ColumnSylvia Witteman

‘De dieren missen u óók!’, had een mevrouw van Artis gezegd

null Beeld

Artis is weer open. Mijn hart sprong op bij het goede nieuws. Maanden had ik geen dier gezien, op een paar doodgewone katten, honden en duiven na. Ja, lammetjes, die ook wel, maar wat is een lammetje als je hongert naar een vale gier?

‘De dieren missen u óók!’, had een mevrouw van Artis een paar maanden geleden door de telefoon gezegd, met een smartlapperige uithaal in haar stem. Vervolgens wist ze mij vanuit dat larmoyante hinderlaagje tot een donatie te bewegen. Die dieren moesten tenslotte ook eten, al hadden ze daar, dankzij corona, al maanden niks voor terug hoeven doen. Zouden ze zich erg verveeld hebben?

Landerig bamzaaien, dat leek me wel iets voor de lama’s, de pinguïns keken eindeloos Pixarfilms op Netflix, de stokstaartjes speelden Kolonisten van Catan, hun minne gezichtjes gemelijk vertrokken van hebzucht, en het kleine olifantje Oscar wilde per se alle enge TikTok-challenges uitproberen, zoals het heel lang inhouden van zijn adem of het doorslikken van een vaatwastablet. Gelukkig heeft hij niet alleen een moeder, maar ook een tante en een grote zus, zodat er geen ongelukken gebeurd zijn.

Zo snel als mijn fiets me dragen wilde reed ik naar Artis. ‘Heb je me gemist, Oscar?’, riep ik, nog nahijgend, naar mijn grijze lieveling. Maar hij keurde me geen blik waardig. Hij maakte luid trompetterend ruzie met zijn zusje om een stuk speelgoed, dat kennelijk met iets lekkers was gevuld. Mijn katten hebben ook zo’n ding, maar dan kleiner. De ene kat tikt de snoepjes in een mum van tijd tevoorschijn en verslindt ze, terwijl de andere toekijkt, gekrenkt, maar te dom om in te grijpen. Bij mensen gaat het net zo, maar dan met geld.

Ook de giraffen, de zebra’s en de stekelvarkens kwamen me bepaald niet om de hals vallen; ze gingen gewoon door met hun wezenloze herbivore gescharrel. De leeuwen mijd ik liever, sinds die pijnlijke affaire, u weet wel, de Franse dierentuin die ze zou overnemen maar zich op het laatste moment met een kutsmoes terugtrok. Als postorderbruidjes die aan de grillen van een vieze rijke man overgeleverd zijn, zo moeten ze zich voelen.

De kangoeroes zaten roerloos over hun landschapje verspreid, met de blikken van mensen die een aardbeving overleefd hebben en wachten op nieuws over hun verwanten onder het puin. De pauw stak wel degelijk zijn veren uit, een schitterend gezicht, maar onder ons gezegd: een pauw is eigenlijk geen dier, maar een stuk decoratiemateriaal.

Tot slot wilde ik de fennek opzoeken, het woestijnvosje met de sprookjesoren, maar het hok van de kleine nachtdieren was dicht. Corona, hè?

En juist dat vosje mist me wél. Ik weet het zeker.

Meer over