De cleane killer

Willem van Eijk, beter bekend als het ‘beest van Harkstede’, heeft vijf vrouwen vermoord en zit een levenslange celstraf uit....

Menno van Dongen

‘In het buitenland zijn dit soort true crime-boeken normaal; in Nederland niet’, zegt Sytze van der Zee (67) over zijn Anatomie van een seriemoordenaar. ‘We lopen achter.’

De auteur is benaderd door de voormalige vispartner van seriemoordenaar Willem van Eijk, die zei dat Van Eijk zijn verhaal kwijt wilde. Journalist en schrijver Van der Zee werd uitgekozen omdat hij eerder het boek Zuidwal schreef, over de politiemensen die jacht maakten op Koos H., ook een seriemoordenaar

‘Hoe ik zijn persoon voor het voetlicht bracht, zou hem worst wezen. Desnoods zette ik hem als een seriemoordenaar te kijk, zei hij spottend.’

Van der Zee begon zijn carrière als journalist; hij was onder meer correspondent van NRC Handelsblad en hoofredacteur van Het Parool. Hij heeft meer dan tien boeken op zijn naam staan. Hij schreef eerder Potgieterlaan 7, waarin hij onthulde dat zijn ouders twee jaar lang lid waren van de NSB, iets wat grote invloed had op zijn leven.

De auteur is gefascineerd door het kwaad. Hij vermoedt dat het iets te maken heeft met zijn verleden als NSB-kind. ‘Ik ben altijd gefascineerd geweest door de evilness van de mens, door kampbeulen en seriemoordenaars als Ted Bundy. Hebben ze ooit berouw gevoeld, of spijt? Dat intrigeert me. Ik had nog nooit een seriemoordenaar ontmoet en wilde Van Eijk graag spreken. Maar ik besloot ook onderzoek te doen om zijn verhaal te controleren.’

De schrijver ontmoet Van Eijk dertig keer, in een advocatenkamertje in de gevangenis in Almere. Tijdens de eerste ontmoeting is Van der Zee behoorlijk gespannen. In zijn boek schrijft hij hoe de politie hem heeft gewaarschuwd voor de moordenaar:

‘Zorg ervoor dat de tafel tussen jullie blijft, de man is een monster, hij kan elk moment toeslaan... Nog voor je de alarmknop hebt kunnen indrukken, ben je dood; in dertig seconden is het met je gebeurd... Hou je pen buiten zijn bereik, dat is een dodelijk wapen: hij slaat die door je oog, je oor.’

Sytze van der Zee was niet bang voor Van Eijk, zegt hij nu. ‘Willem is klein, maar zijn hand omklemde de mijne als een bankschroef. Ik wist wel dat ik moest uitkijken.’

‘Van Eijk stapt het kamertje binnen. De naar binnen gekeerde blik, de felblauwe ogen, onaangedaan, argwanend, net hondenogen. Hetverkreukelde, gegroefde gezicht. Het kortgeknipte peper- en zoutkleurige haar, het baardje.’

De schrijver moet zich in het begin over een gevoel van weerzin heen zetten. De moordenaar (65) heeft geen bovengebit en is moeilijk te verstaan. Hij verhaspelt woorden en strooit met begrippen als ‘nooit-nie’ en ‘hunnie’. Van der Zee brengt het gesprek al snel op de eerste moord, op Cora Mantel (15), in 1971. Ze is een willekeurig slachtoffer, zegt Van Eijk. Hij vertelt dat hij in die periode vaak in zijn auto rondrijdt, in het donker, op zoek naar een liftster of een eenzame fietsster. Als hij haar ziet staan liften bij een bushalte in Amsterdam, grijpt hij zijn kans. Hij wurgt het meisje als blijkt dat ze geen seks wil.

Tegen Van der Zee zegt hij dat hij er sinds zijn jeugd van droomde een vrouw te verkrachten en haar te bewerken met een mes. Als de schrijver vraagt waarom hij Mantel niet heeft verminkt, zegt hij dat hij dat niet weet.

In 1974 vermoordt Van Eijk verpleegster Aaltje van der Plaat (44). Ze wordt gevonden in een maïsveld, in de buurt van de woonplaats van de moordenaar, het Zuid-Hollandse dorp Korteraar. Het slachtoffer heeft 27 steek- en snijwonden. Haar buik is opengereten, haar keel is doorgesneden en haar linkerborst is afgesneden.

‘Ze zei niks, gilde niet. Ze lag op de grond. Ik stak heel onverwachts. Eén keer regelrecht in haar hart. Ze was direct dood. Ik ben een jager, ik weet hoe ik moet steken... Ik heb haar buik opengesneden, maar ik heb niet haar darmen betast, zoals de politie later heeft gezegd.’

Van der Zee: ‘Dit is de enige moord waarover Van Eijk niet ontspannen kan praten. Deze zaak past niet in zijn verklaring dat de moorden ongelukjes waren die hem waren overkomen. Hij ziet zichzelf volgens mij als cleane killer, iemand die doodt zonder bloedvergieten. Ik denk dat hij zich voor deze moord een beetje schaamt.’

De auteur spreekt met politiemensen, kennissen en psychiaters van de moordenaar. In de jeugdjaren van Van Eijk kan hij niets vinden waardoor hij is ontspoord. Uit zijn gesprekken doemt het beeld op van een arbeidersjongen die het slecht doet op school, gepest wordt en uit stelen gaat. ‘Gekke Willempie’ was een onhandelbaar kind.

‘Zijn broers hadden hem al op zeven-, achtjarige leeftijd afgeschreven, weet een voormalige dorpsgenoot te vertellen, zo volstrekt gewetenloos zou hij in hun ogen zijn geweest, het vleesgeworden kwaad. Als hij jonge eendjes zag, schopte hij ze dood, en hij verdronk katten voor de lol.’

Of er psychisch iets mis is met Van Eijk, is nooit vastgesteld, zegt Van der Zee. ‘Hij heeft alleen in 1975 meegewerkt aan psychologisch onderzoek en hij weigert zijn hersens te laten onderzoeken.’

Dat is jammer: de eerste psychiater die hem onderzocht, acht het denkbaar dat Van Eijk op jonge leeftijd een hersenbeschadiging heeft opgelopen, bijvoorbeeld toen hij bijna stierf tijdens zijn geboorte. Tegen deze man zei Willem dat hij niet wist waarom hij twee vrouwen had vermoord: ‘Als je daar nu eenmaal zin in hebt, doe je het.’

Van Eijk wordt veroordeeld tot achttien jaar cel en tbr, het latere tbs. In 1990 besluiten zijn behandelaars in de Groningse Van Mesdagkliniek hem vrij te laten.

Van der Zee onderzoekt hoe dit kon gebeuren. Zijn conclusie: ‘Hulpverleners en psychiaters hebben gefaald. Zijn reclasseringswerkers hebben zich ingezet om hem vrij te krijgen en de Van Mesdagkliniek heeft toestemming gegeven, hoewel er goede redenen waren om dat niet te doen. Dit had nooit mogen gebeuren.’

Na zijn vrijlating vestigt Van Eijk zich in Harkstede, in de Groningse polder. Hij woont samen met zijn vrouw Adri, die hij via een contactadvertentie leerde kennen. Ze groeien uit elkaar en hij raakt aan lagerwal. In 1993 doodt hij prostituee Michelle Fatol (23), in 1994 wurgt hij Annelies Reinders (31) en in 2001 vermoordt hij Sasja Schenker (34). Ze wordt vlak bij zijn huis gevonden. Van Eijk wordt opgepakt en bekent drie moorden.

‘Ik kan je verzekeren dat het er niet meer dan vijf waren die ik in totaal pleegde. Twee toen en drie later, die ongelukken in Groningen. Ongelukken? Ja... Ze gebeurden zomaar, in een blackout.’

Bij de politie vertelt hij in 2001 dat hij na de moorden met bloed besmeurde kleding in plastic zakjes stopte, die hij verzwaarde met stenen en in het water gooide. Toen wist hij wel wat hij deed.

Justitie verdenkt Van Eijk van meer moorden. Daar zijn aanwijzingen voor, maar hij ontkent. Dat zal hij blijven doen, denkt Van der Zee. Volgens hem hoopt Van Eijk – tegen beter weten in – dat zijn levenslange gevangenisstraf wordt teruggedraaid naar 20 jaar. Dat wil hij bereiken door aan te tonen dat geen sprake was van voorbedachten rade. ‘Als hij toegeeft dat hij meer heeft gedaan, is de kans op gratie nul, en dat weet hij.’

‘Ik betrap mezelf erop dat ik steeds meer afkeer van Van Eijk voel... Hij lijkt op een gedresseerde aap die heeft leren praten, maar niet de diepere betekenis kan doorgronden van zijn woorden en daden.’

Van der Zee: ‘Het was elke keer een worstelpartij om hem aan het praten te krijgen over de moorden. Wat hij vertelde, was vaak gelogen. Ik werd moe van zijn geklaag over zijn gezondheid en het gezeur over dingen die ik moest uitzoeken.’

Na dertig gesprekken in de gevangenis ontstaat ruzie. De seriemoordenaar merkt dat de auteur niet van plan is informatie te verzamelen die Van Eijk kan gebruiken om strafverlaging te krijgen. De moordenaar wordt woedend en wil niets meer met de schrijver te maken hebben.

Nu is het boek klaar en moet Van der Zee afwachten hoe het wordt ontvangen. Wat zullen nabestaanden ervan denken? ‘Ik heb er een aantal gesproken. De meesten vinden het belangrijk dat dit boek er komt en dat de slachtoffers een gezicht krijgen. Maar ik ben ook beschuldigd van lijkenpikkerij, dat moet ik toegeven.’

Waarom koos hij ervoor om dit boek uit te brengen? ‘Ik ben schrijver; ik vertel verhalen. Dit vind ik een interessant onderwerp. Je geeft inzage in de denkwereld van zo iemand en laat mensen achter de schermen kijken bij de politie en de psychiatrie. Het is geen klakkeloze weergave van zijn verhaal.’

Of de zoektocht naar de reden van de moorden geslaagd is, wil hij aan de lezer overlaten. In elk geval heeft Van der Zee de moordenaar goed leren kennen. ‘Hij is een gewetenloze psychopaat die geen berouw heeft. Een marmot heeft meer gevoel dan deze man.’

Meer over