PostuumRuud Stienen (1939-2021)

De cameraman die Formule 1 en De Mounties in de huiskamers bracht

Ruud Stienen was een meester in zijn vak en de eerste Nederlandse cameraman die van achterop de motor wielerwedstrijden filmde. Hij was misschien weinig thuis, maar sleepte zijn twee kinderen ‘overal mee naar toe’.

Ruud Stienen Beeld
Ruud Stienen

In de jaren 80, toen er in Zandvoort nog jaarlijks een Grand Prix werd verreden, stond cameraman Ruud Stienen op de moeilijkste plek van het circuit. Aan het einde van het lange rechte stuk, net waar de bocht begint, kwamen de wagens in topsnelheid op hem af. Hij moest razendsnel scherpstellen en ze daarna goed door de bocht volgen, waar vaak risicovolle manoeuvres werden uitgevoerd.

Dat hij daarin slaagde, tekent zijn vakmanschap. ‘Een show kun je vier keer overdoen maar bij sport moet een cruciaal moment er in één keer op staan’, zegt oud-NOS-regisseur Martijn Lindenberg. Stienen was voortdurend bezig met de vraag hoe hij de kwaliteit van zijn werk kon verbeteren. Zo werd hij de eerste Nederlandse cameraman die van achterop de motor verslag deed van wielerwedstrijden. Lindenberg: ‘Het was zijn idee en hij was meteen goed.’ Bij de Elfstedentochten was hij een van de cameramannen op het ijs, met stro in de klompen tegen de kou.

Stienen, geboren in Helmond op 5 juli 1939, was een nakomertje in een groot gezin. Zijn vader was kleermaker. Na zijn opleiding aan de fotovakschool trok hij op zijn 21ste naar Hilversum, waar hij bij de NTS (voorloper van de NOS en NTR, red.) een interne opleiding tot cameraman volgde. Zo begon een veelzijdige carrière waarin hij, naast sport en informatieve programma’s, ook amusement in beeld zou brengen. Met de overstap van Hilversum naar commerciële klussen in Aalsmeer had hij geen enkele moeite, zegt collega-cameraman Theo Joosten.

Ruim veertig jaar bracht hij alle grote televisieshows de Nederlandse huiskamer binnen, als vaste cameraman van De Mounties, Willem Ruis, André van Duin, Henny Huisman. Stienen had oog voor detail en een goede band met zowel hoofdrolspelers als regisseurs, en dat betaalde zich uit. Ging de showmaster onverwachts een andere kant op, tegen het draaiboek in, dan had Stienen toch altijd het shot. Niet voor niets werd hij voor zijn camerawerk onderscheiden met een oeuvreprijs. En hij genoot van zijn werk. ‘Als je oude opnames terugkijkt dan is hij de man die je bulderend hoort lachen’, vertelt zijn dochter Marieke.

Zijn twee kinderen herinneren zich dat hij weinig thuis was, maar dankzij het werk van hun vader hadden ze wel een bijzondere jeugd. ‘Hij sleepte ons overal mee naar toe’, zegt zijn zoon Onno. ‘We zaten vooraan in de zaal bij een show, we kwamen achter de schermen bij een popconcert.’

Hij was geen makkelijke man om mee te werken, zegt dochter Marieke, die haar vader jarenlang meemaakte als visagist. Veel mensen waren een beetje bang voor hem, beaamt Theo Joosten. Zijn gedrag kwam voort uit perfectionisme, zeggen ze: wie zijn best niet deed, kreeg dat te horen.

De laatste jaren van zijn leven zorgde hij voor zijn vrouw. Dochter Marieke: ‘Mijn moeder heeft er vaak alleen voor gestaan, haar leven draaide om zijn werk. Daar is in ons gezin nooit over geklaagd, maar nu was zij aan de beurt, vond hij. Soms vroegen we hem: ‘Pap, denk je ook een beetje aan jezelf?’ ‘Dat heb ik genoeg gedaan’, antwoordde hij dan.’

Stienen overleed onverwachts, op 10 augustus in Hilversum. Zijn kinderen vonden in zijn computer een document waarin zijn wensen stonden beschreven. Hij dicteerde de tekst van de rouwadvertentie (‘Het is niet anders, zo is het leven’) en verzocht een uitvaart zonder loftuitingen. Het afscheid moest vooral sober en luchtig zijn. Tot na zijn dood bleef hij het liefst op de achtergrond, de man achter de camera, wars van de poeha van de tv-wereld.

Meer over