Het Eeuwige LevenJOHAN VERSCHUUREN 1935-2021

De Brabantse weerman Johan Verschuuren veroverde ook boven de rivieren de harten van zijn kijkers

Johan Verschuuren Beeld Omroep Brabant
Johan VerschuurenBeeld Omroep Brabant

Vooral noorderlingen zetten het fenomeen van de weerman als particuliere doe-het-zelver op de kaart. Jan Pelleboer uit Paterswolde, Hans de Jong uit Gorredijk, Jaap Nienhuis uit Usquert en Piet Paulusma uit Harlingen werden nationale sterren.

Dat gold echter ook voor Brabander Johan Verschuuren die bijna dertig jaar lang het weer voorspelde op Omroep Brabant. Net als de noorderlingen deed hij zijn weerpraatje met een beetje dialect (Verschuuren beschikte over een onnavolgbare ‘Goeiemorrege’) en lardeerde zijn praatje met zelf verzonnen weerspreuken: ‘Niet over twee nachten ijs gaan, want dan komt men met de schaatsen in het water te staan’, om een voor dit moment toepasselijke te noemen.

Met zijn charme veroverde hij niet alleen de harten van de Brabanders, maar ook van veel mensen boven de grote rivieren. Verschuuren overleed 21 januari in het dorp Aarle-Rixtel waar hij zijn hele leven woonde. Hij werd 85 jaar. Hij overleefde zelf zijn twee zonen die hij samen met zijn vrouw Gerrie kreeg: de ene zoon Richard stierf al op 6-jarige leeftijd aan een nierafwijking, de ander Edward overleed aan botkanker. ‘We hebben gruwelijk veel meegemaakt, maar als je goed bent voor je vrouw en er veel mee praat, kom je overal overheen. Praten, praten, dat is belangrijk, echt. Stilzwijgen is doodzwijgen, nooit doen’, zo zei hij vorig jaar in een interview met het Brabants Dagblad.

Verschuuren was een van de negen kinderen van een boerengezin in Aarle-Rixtel. Hij zei al op zijn zevende jaar gefascineerd te zijn door het weer. Deels kwam dat door zijn moeder die meer vertrouwde op haar eigen intuïtie dan op het KNMI. ‘Als de kippen achter het huis ’s morgens lawaai maakten, dan zou er geen regen komen en mochten wij zonder jas naar school’, vertelde Johan. Zijn ouders stuurden hem naar het internaat van de fraters van Tilburg in Sint-Michielsgestel.

‘Ze hebben me daar twee jaar op school gedaan. Ik moest in feite pastoor worden, maar dat wou ik niet. Als wij toen gingen wandelen met de jongens, met drie man naast elkaar in de rij, en er waren meiden aan het touwtje springen, dan ging ik inspringen, witte nie? Daar moest ik dan een week voor boeten.’

Hij was te veel een levensgenieter die zich uitleefde in de muziek – hij speelde klarinet en saxofoon – en de sport. Thuis creëerde hij zijn eigen weerhut waar hij de temperatuur en luchtvochtigheid ging meten. Hij ging ook weerspreuken verzinnen: ‘Specht lacht, regen verwacht.’ Of: ‘De eerste week van de oogst heet, dan staat een lange winter gereed.’

Totdat hij van weervoorspellingen zijn beroep maakte, werkte hij bij een textielbedrijf. In 1982 kreeg hij de kans bij Omroep Brabant een weerpraatje te houden. Hij was apetrots als hij het goed had en kroop door het stof als het een keer mis ging. Dan begon hij de volgende dag zijn weerpraatje met de opmerking: ‘Goeie­morrege. Gisteren klopte de voorspelling op veel plaatsen helemaal niet.’

Hij kon er net van leven. ‘De agenda stond gelukkig altijd vol met lezingen. Ik geloof dat ik 75- tot 80 duizend kilometer per jaar in de auto reed.’

Verschuuren bleef zijn hele leven dicht bij de natuur staan. Van computers moest hij niets hebben. ‘Die weten niet hoe de wind zit, en houden geen rekening met de maan. De natuur is de baas, maar de natuur, ze kennen hem niet meer. Dat is zo jammer. Wij maken nog mee dat een kind in de box staat met zo’n telefoontje. Daar word je toch niet goed van?’

Meer over