De badcel is de zwakke plek van de caravan

Bij alle vernieuwingen in de caravan heeft één onderdeel alle stormen doorstaan: de zithoek rond de opklapbare tafel, die in een tweepersoonsbed kan worden omgetoverd....

EVEN DENK je te maken te hebben met de gril van een caravanfabrikant. Maar als je ze allemaal gezien hebt, de Knaus, de Fendt, de Weippert, de Dethleff en niet vergeten de Hobby, moet je wel concluderen dat het geen toeval is: de hoek van het echtelijk bed is afgesneden. Het euvel doet zich misschien voor in een slordige 5 procent van de modellen, maar toch.

Die afgesneden hoek valt natuurlijk te verklaren als noodgreep om de doorgang naar de achtergelegen kast te vergemakkelijken en als er geen kast staat, is er wel een wc - geen aantrekkelijk idee overigens zo naast de pot te slapen - maar het moet op echtelijk gebied toch iets wakker schudden. De gewetensvraag wie er op het kortste deel van het bed moet slapen bijvoorbeeld, en dat zal in negen van de tien gevallen wel mevrouw zijn, en als mevrouw daar dan toch ligt, doet ogenblikkelijk het volgende probleem zich voor, namelijk dat van de slaapverhoudingen. De gewenning van wie links en wie rechts ligt.

Het luistert nauw in de nachtelijke uren en in een caravan, waar op elke centimeter gekeken wordt, al helemaal. Veel te kiezen valt er niet, want het bed is aan één kant ingekort. Dan maar een lits-jumeaux, lijkt de voor de hand liggende beslissing, want daarin heeft elke partij een evenredige portie en is een behoorlijk looppad naar de kastenwand erachter.

Nu staan er grof geschat zo'n tweehonderd modellen op de Caravansalon in Düsseldorf, de kampeerwagens niet meegerekend, en nergens, maar dan ook nergens zie je eens een stel zich neervlijen op de spreien. Onnatuurlijk glanzende spreien met roesjes, noppen en ander franje. En dat terwijl je een caravan voor een deel toch ook koopt voor het slaapcomfort. Bij het merendeel van de bedden is de eerste gedachte die opkomt: te kort of te smal, en wil het een beetje aan de maat zijn, dan staat daar al gauw een bedrag van zestigduizend mark tegenover, lasten om en nabij de vijfhonderd mark per maand.

Het vaste bed, zo zegt Jack Boon, sales manager van Kip Caravans, is een nieuwe toevoeging aan de caravan, en ja hoor, bij Kip is die hoek ook al afgesneden. Er is meer behoefte aan comfort, want laten we nou eerlijk wezen, de zitbank die 's avonds als bed kon dienen, was een compromis. En de staf van Kip, gelukkig ook fervente kampeerders, heeft het allemaal zelf uitgetest. Bij anderen gebeurt dat te weinig, is de ervaring van Boon.

Kip is niet vertegenwoordigd in Düsseldorf omdat dat type caravan te modern is voor de Duitse markt, dat wil zeggen: strak modern ingericht. Boon: 'Ooit waren we de eerste met een witte inrichting, maar daar komen we nu ook van terug. Er is weer meer behoefte aan hout.' Bij de Hoogeveense fabriek is dat kersen- of perenhout. Duitsland houdt meer van eiken.

DE KIP HYLINE (rond de vijftigduizend gulden) is niet eens de duurste, wijst de salon op die Messe uit. Voor het bedrag kun je tien keer op en neer naar Thailand. Maar het kan nog kostbaarder: de campers beginnen pas na negentigduizend mark interessant te worden en de allerduurste die in Dusseldorf staat geëxposeerd, komt zelfs op 250 duizend mark. Dat is dan ook een gevaarte dat je je niet eens rijdend kunt voorstellen, dus meer een luxueuze SRV-wagen. Het model kon alleen op speciaal verzoek worden bezichtigd, maar de deur bleef dicht: achter de voorruit ontwaarden we besprekingen met champagne op tafel. Of er naast het bubbelbad nog een jacuzzi kon worden ingebouwd, want als de twee ton verre wordt overschreden, is the sky the limit. Je kan alleen wat minder hard op de weg.

Gaat de wet: hoe duurder hoe beter, ook op voor de caravan? Het valt te betwijfelen. Duurder is in ieder geval wel ruimer: niet één zithoek, maar wel drie. Een aparte douche. Een gezonde voorraad bergruimte. Een behoorlijk aanrechtblad. En wie helemaal niet op een cent hoeft te kijken, neemt een caravan of kampeerwagen met een aparte berging voor de mountain bike.

Maar beter? De Fendt bijvoorbeeld handhaaft ook in de duurdere uitvoeringen diezelfde lullige plastic deurtjes in de badcel, onder het motto: 'Nu hebben we die partij opgekocht en dan zullen we haar gebruiken ook.'

Het wordt ons, vooral in die badcel, droef te moede. Dat opzichtige gemarmerde dessin, zo ongegeneerd kunststof, het fonteintje dat je in een gewone wc nog niet zou wensen en de iele kastjes, nog minder dan een medicijnkast. Een treintoilet is gemiddeld groter en handzamer ingedeeld. Boon van Kip beaamt het: de badcel is de zwakke plek van de caravan. Zelf wil hij niet eens voor een douche opteren, omdat het naburige hout er maar van gaat wegrotten. Aan het kunststof valt niet te ontkomen, want licht, vochtbestendig materiaal is geboden.

De vraag, wat nu eigenlijk de mode is bij caravans, lijkt bij de mobiele woning niet aan de orde. Een uitzondering moet wellicht gemaakt worden voor het Sport und Fun-model van Knaus, dat in zijn afgeschuinde vorm flitsend wil overkomen voor een jong en dynamisch publiek. Om die consument te prikkelen is er een surfplankhouder aan gemonteerd. De ingang zit aan de achterkant. Het ziet er wat Ikea-achtig uit, maar of het een verbetering is? Het ouderlijk bed is onder dat schuine dak geperst, waarmee elke wilde actie op voorhand is uitgesloten.

Modieus of trendy zijn de caravans dus niet. De stofdessins lijken te stammen uit de tijd van de uitvinding van de caravan; het houtfineer is onverwoestbaar. Het is meer evolutie dan revolutie, meent Boon. Dat de caravan succesievelijk wat breder is geworden (tot twintig centimeter) en dat de bolle of schuine buitenwand weer terug is van weggeweest, in die orde van grootte liggen de verschuivingen. Aanvankelijk dachten we dat Knaus dé vinding qua detaillering had ontdekt: een knopje dat je indrukt om kast of wc-deur te ontsluiten - een stootvrije oplossing in de krappe ruimte - totdat we ze ook tegenkwamen bij de Bürstner, Tabbert en andere merken.

Maar waarin onderscheidt de Hobby Joker zich van de Weippert Touring en de Hymer Eriba? Het zijn vermoedelijk onzichtbare pre's, zoals binnenvering van de matrassen, de inhoud van de warmwatertank, de capaciteit van het chemisch toilet of de dakisolatie die oververhitting moet tegengaan. Je gaat dus letten op onnozelheden. Zoals het uitvalhekje bij het kinderbed, soms een hek, soms een vangnet. De identieke lampenkapjes in alle modellen van Fendt: geslepen glas met een bloemmotief dat een dumppartij uit het voormalige Oost-Duitsland moet zijn. Of de plaats van het boekenkastje. Als het er al is, kan het nauwelijks literatuur van enig formaat dragen. Caravanners lezen niet of worden dat van de fabrikant niet geacht te doen.

DAT de caravan overwegend wordt aangeschaft door senioren, spreekt uit vrijwel elk interieur. Paneeldeurtjes met veel gedraaid freeswerk hebben de overhand, de suggestie van solide eiken ligt er dik bovenop en in de Tabbert-serie zagen we een gehaakt kleedje op tafel. Instemmend keken de dames in de Baronesse van Tabbert naar de vitrinekastjes met geslepen glas waarachter het kristal zo goed tot zijn recht komt. Uitgekiende combinatie met de gebloemde kussenpatronen. Neues design stond er - overbodig - bij.

We kropen caravan in en caravan uit, verbaasden ons over zoveel eenvormigheid totdat je ook daar lichte afwijkingen in gaat ontdekken. Hobby, ook in Nederland een van de meest verkochte merken, dolt dit jaar met esdoornfineer op de kastjes, waarvan je moet houden want iets te veel noest en je gaat er akelig van dromen. De concurrent camoufleert het aanrecht met afdekplaten die met een gevlekte metallic verf zijn bespoten. En omdat de bus nog niet leeg was, zijn ook meteen even het tafelblad en de bovenkant van de kastjes meegenomen.

Het moet gezegd, alle bedrijven hebben alles in het werk gesteld om een gezellige atmosfeer te scheppen. Buiten loert de boze wereld, binnen heerst geborgenheid. In feite is elke caravan een baarmoeder. Een strak modern interieur is aan de caravan niet besteed, hoewel Kip er zich op beroemt 'voor de hogere welstandsklasse juist een modebewust interieur te bieden'. En wat dat nou is - Boon zoekt naar de woorden. . . 'het is een gevoel'. Een Tabbert-gebruiker zit nu eenmaal niet in een Kip en dat geldt ook omgekeerd.

In Nederland worden dit jaar omstreeks 26.800 caravans verkocht, vorig jaar waren dat er 24.500. Het aantal campers is gezien de hoge aanschafprijs te verwaarlozen, meldt de RAI. De markt voor de mobiele vakantiewoning blijkt iets aan te trekken na een inzinking begin jaren negentig. Maar wie de cijfers over tien jaar met elkaar vergelijkt, ziet nauwelijks progressie. In 1986 werden bijvoorbeeld 23 duizend caravans verkocht. Dat wettigt het vermoeden dat afgedankte exemplaren van hand tot hand gaan, als je het totaalbestand bekijkt: er staan 754 duizend caravans in Nederland, waarbij we met de Fransen de grootste caravandichtheid in Europa hebben: een op de tien huishoudens. Op afstand volgen de Finnen, Zweden en Belgen.

Bij alle vernieuwingen in apparatuur en comfort - geen wagen meer zonder magetron of afwasmachine - heeft één onderdeel alle stormen doorstaan: de zithoek rond de opklapbare tafel, die 's avonds in een tweepersoonsbed wordt omgetoverd. Dankzij die u-vormige zithoek is de caravan synoniem met knusheid, voetjevrijen en spelletjes doen. Alleen héél harmonieus levende gezinnen zijn tegen dergelijke omstandigheden opgewassen. Op conflicten is het gangpad domweg niet berekend.

Meer over