'De aubergines bevielen zo goed dat we erin zijn blijven hangen'

Piet Boekestijn (Maasland) was 25 jaar geleden een van de eerste auberginetelers in Nederland. Het was min of meer een gok om met de teelt te beginnen....

'In 1975 waren wij bij de eerste groep in Nederland die aubergines ging telen. Daarvoor waren er families die bepaalde rassen in eigen beheer deden. Toen een zaadbedrijf met een geschikt ras kwam om op grotere schaal te gaan telen, hebben wij dat opgepakt. Het was afgeleid van het ras dat die families gebruikten, maar het kon ook de kiloproductie halen die het rendabel maakte. Toentertijd was het hoofdzakelijk een allochtonenmarkt. We hadden net de periode achter de rug waarin veel Turken en Marokkanen deze kant op kwamen vanwege een tekort aan arbeidskrachten. Zij kenden het product en ze herkenden het. Er was waarschijnlijk wel wat import, maar veel inzicht in de markt hadden we niet. Het was min of meer een gok, een keer proberen.

Het kwam wel goed uit. We hadden net een nieuwe kas gebouwd en normaal plantten we rond Sinterklaas komkommers. We konden daardoor pas begin maart planten en dat was voor de komkommers te laat. We hebben toen voor dat jaar gezocht naar iets anders. De aubergines bevielen zo goed dat we erin zijn blijven hangen.

In de loop van de tijd zijn er van lieverlee een stuk of vijf, zes rassen gepasseerd die elke keer een verbetering inhielden. Een van de eerste was de Claresse, daarna hebben we een Dobrix gekregen, de laatste jaren zijn het hoofdzakelijk de Combo, Ritmo en de Orion. Resistentie tegen ziektes is er eigenlijk niet ingebracht, om de doodeenvoudige reden dat er geen noodzaak voor was. Een aubergine is een gewas waarin in principe, en zeker in de beginfase, niet zoveel ziektes voorkomen. Nu komen die wel voor, in hoofdzaak zijn het wortelproblemen.

Een jaar of achttien terug zijn we op steenwol gaan telen. Je begon elk jaar met een schone steenwolmat en daardoor bande je eigenlijk de bodemziektes uit. Stomen van de grond werd hoe langer hoe moeilijker, want je kon maar tot een bepaalde diepte, tot dertig centimeter. Alles wat daaronder zit, overleeft. In het voorjaar kwam dat weer omhoog en tegen de zomer was je gewas weer aangetast.

Je kunt verschillende kwaliteiten kopen, meerjarenmatten die elk jaar gestoomd worden, die zijn van een zwaardere kwaliteit, ze gaan drie, vier jaar mee. Eenjarige matjes gaan na een jaar terug naar de leverancier. Er is een bedrijf dat ze recyclet tot straatstenen. Ze zijn gemaakt van basalt. Als je dat verhit kun je het weer terugbrengen tot steen. Die steenwol is van een zuiverder kwaliteit dan in de bouw wordt gebruikt. Er mogen geen giftige stoffen in zitten.

De aubergine is een gewas waar massaal plaaginsecten in kunnen voorkomen. De witte vlieg legt op de aubergine een veelvoud aan eitjes in verhouding tot een tomaat of komkommer. Ze schijnen de aubergine het lekkerste te vinden. Hoe beter een insect zich thuisvoelt, hoe sneller de populatie zich ontwikkelt. We gaan dat tegen met biologische systemen. Er is een bedrijf dat voor ieder plaaginsect een eigen natuurlijke vijand kweekt. Die beestjes zet je uit in je kas. Mensen van dat bedrijf verzorgen dat. Ze begeleiden en adviseren de teler en komen wekelijks of tweewekelijks kijken. Ik zal niet beweren dat ze er meer verstand van hebben dan de teler zelf, want wij weten er na 25 jaar natuurlijk ook wel wat van.

De teler blijft baas op het eigen bedrijf, hij blijft verantwoordelijk. Ik heb weleens andere inzichten en dat gaat dan ook goed. Dat heeft ook met centjes te maken, want hoe meer zij adviseren, hoe meer ze omzetten. Als ik met mijn 25-jarige ervaring zie hoe het op een andere manier ook zou kunnen, dan wil ik weleens afwijken.

Om te beginnen kopen wij het zaad en leveren dat aan een plantenkweker. Hij begint aan de opkweek van de plant voor het nieuwe seizoen in de periode dat wij het oude gewas nog hebben staan. Dat gebeurt naast elkaar. Het kost te veel tijd als je dat zelf moet doen. Op deze manier kun je, wanneer het oude gewas geruimd is, meteen een vrij grote plant poten. Dat scheelt je een week of zes.

De planten komen een keer per jaar, tegen de kerst, bij ons binnen. Die ene teelt loopt tot de tweede week van november. Dan hebben we een week of vijf, zes om te ruimen, schoon te maken en opnieuw op te bouwen.

In die beginperiode, je zit in de winter, is het een kwestie van warm houden. Je hebt een vrij hoge begintemperatuur nodig, 22 tot 23 graden. Dag en nacht. Dat kun je in principe niet bereiken zonder extra energiescherm, waarmee je de nok van de kas afsluit. Je creëert een stilstaande, isolerende lucht kolom, net als bij dubbel glas. Dat kan 30 tot 40 procent energie besparen. Zo'n scherm is doorzichtig en het blijft dag en nacht dicht.

Half januari zie je de eerste lichtpaarse bloemen verschijnen die een dag of 25 nodig hebben om uit te groeien tot een oogstbare vrucht. Ze worden met scharen geknipt, ze hebben een dikke steel die soms nog gestekeld is ook. De nieuwere rassen zijn hoofdzakeljk stekelloos, dat scheelt bij het inpakken beschadigingen.

In oogstkisten gaan ze naar de sorteermachine. We hebben vijf verschillende gewichtsklassen. De kleinste wegen 100 tot 175 gram, de zwaarste 500 tot 750. Dat is wel het maximum en daar kom je pas aan in de loop van mei, want een jong plantje zou gesloopt worden door zo'n zware vrucht. In het begin oogsten we klein, naarmate we meer licht krijgen en de plant groter wordt, kan hij meer hebben. Ze zijn meteen op kleur, maar wanneer ze te lang hangen, krijgen ze een roodachtige gloed en ontstaat een bitter laagje onder de schil. Dat moeten we met oogsten voor zijn.

Zo'n 85 tot 90 procent van de Neder landse opbrengst wordt geëxporteerd. Het meeste naar Duitsland, dan volgen Engeland, Frankrijk, Scan di navië. Spanje is in de wintermaanden onze grootste concurrent. Begin juni wordt Nederland toonaangevend, tot begin oktober. Daarna komen de Spanjaar den weer. De Fransen gaan steeds meer het eigen land voorzien, daar krijgen wij last van.

Er zijn zo'n 55 auberginetelers in Nederland met bij elkaar zeventig tot tachtig hectare. Het aantal is het afgelopen jaar sterk geslonken, doordat we inmiddels massaal zijn overgestapt op het enten op tomatenonderstammen, om minder gevoelig te zijn voor ziekten en meer groeikracht te krijgen. Dat heeft geresulteerd in bijna 20 procent productieverhoging, waardoor de prijs dusdanig werd gedrukt dat het areaal moest worden ingekrompen. Wij hebben drie hectare, daar wordt tussen de 45 en 50 kilo per vierkante meter geoogst. Dat betekent zo'n 470 ton per hectare. Waarmee wij een van de grotere zijn.'

Meer over