De angst waart rond in Orahovac

Bij wind tegen ruik je rottend vlees al kilometers voordat je het kunt zien. De misselijkmakende lucht hangt zwaar over de weg naar Orahovac....

Van onze correspondent

Michel Maas

ORAHOVAC

Het stijve lijk is door inwendige rottingsgassen al dermate opgeblazen dat het elk moment dreigt te exploderen. De kop van het beest is half weggeschoten en de open schedel reikt tot het midden van de weg.

Alle auto's maken daarom al dagenlang vlak voor Orahovac een slingerbochtje, want niemand heeft nog de moeite genomen het kadaver op te ruimen. Die koe komt nog wel een keer. Eerst waren de mensen aan de beurt die volgens de verhalen in en om het stadje door de Serviërs bij tientallen werden afgeslacht. De mensen zijn al opgeruimd, en ergens - niemand weet waar - begraven, zodat niemand ook weet hoeveel er zijn gedood.

Een achtergebleven lijk in een zijstraat wordt vrijdag nog haastig op een aanhanger van een tractor geladen die onder begeleiding van een politiewagen verdwijnt. De agenten verhinderen dat journalisten de kar kunnen volgen en ontkennen dat er ooit een lijk is geweest. De doden van Orahovac bestaan niet meer.

Hoeveel het er zijn is niet te achterhalen. Officiële cijfers spreken van 62 gedode Albanezen en 1 gesneuvelde Servische politieman. Dat betekent dat de slag om Orahovac het grootste bloedbad is uit de oorlog in Kosovo, groter dan de slachtpartij in Drenica, in maart van dit jaar. Maar gevreesd wordt dat het er nog veel meer zijn. Getallen van twee- tot vierhonderd doden doen de ronde.

Hoeveel meer zal pas duidelijk worden als de overlevenden zijn geteld. Maar ook die zijn moeilijk meer te vinden. De meesten van de ruim twintigduizend inwoners van de stad zijn het afgelopen weekeinde in paniek gevlucht, ofwel naar het door het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK) beheerste stadje Malishevo of naar de stad Prizren, dat in handen is van de Serviërs. Een onbekend aantal is door de Servische politie gearresteerd en gevangengezet.

Anderen zijn ondanks de slachtpartij in de stad gebleven. In de verlaten zijstraten, ver van de hoofdstraat, verschijnt soms in een poort plotseling het hoofd van een mens om bij het zien van vreemden schielijk weer te verdwijnen. Nasim is een van de mannen die in zijn huis is gebleven.

Hij durfde de stad, die van alle kanten door Serviërs was omsingeld, niet te ontvluchten. In zijn woonkamer drommen vrijdagmiddag 26 mensen samen. Ze zijn even uit de kelder van de buren gekomen waar ze zich sinds zaterdag met 127 mensen hebben schuilgehouden. Ze hebben geen stroom en amper eten. Nasim had gelukkig bijtijds wat groente en melk uit een winkel kunnen halen, en gisteren hebben ze een tuinslang naar de bron op het pleintje voor zijn huis kunnen leggen. In andere kelders hebben de mensen minder geluk. Nasim en de anderen schatten dat er net als zij nog drieduizend Albanezen in Orahovac zijn ondergedoken, en de meesten van hen hebben gebrek aan zo goed als alles.

Vervolg van pagina 1

Hoewel de gevechten tussen de Servische troepen en het UCK zijn geluwd, en het al twee dagen betrekkelijk rustig is, zijn ze nog altijd doodsbenauwd. Niemand durft zich nog buiten de afgelegen steegjes op straat te vertonen. De angst neemt nauwelijks af. Bijna iedereen is verstoken van contact met familieleden die niet zijn gebleven. Slechts van enkelen weten ze zeker dat ze dood zijn, maar het lot van de meesten die zijn vertrokken is bij de achterblijvers in de kelders volslagen onbekend. De grootste gruwelverhalen doen hier, en ook onder vluchtelingen die Malishevo hebben bereikt, de ronde.

Maar zelf gezien heeft hier niemand het. Bij Nasim kunnen ze uit eigen waarneming slechts melden dat een Serviër een handgranaat in een van de kelders heeft gegooid. Gelukkig bestond de kelder uit twee vertrekken, en zat iedereen veilig in het tweede toen de granaat ontplofte.

'Commandant Tijger' van het UCK was zondag zelf de stad in geslopen. Tijger - eigenaar van een karateschool in Wiesbaden - had de opdracht burgers de stad uit te loodsen. Vanaf vijf uur 's ochtends was hij langs huizen en kelders gegaan om mensen te waarschuwen dat ze zouden worden opgehaald. De stad wemelde van de Serviërs die deuren intrapten, huizen doorzochten en, aldus Tijger, mannen en mooie meisjes meenamen, voorzover ze ze niet meteen doodden.

Hij slaagde erin zondag vierhonderd mensen de stad uit te krijgen naar Malishevo. Onderweg heeft hij, zegt hij, 'veel doden gezien, vooral in de wijngaarden aan de rand van de stad'. De slag om Orahovac was toen hij vertrok in volle gang: de Serviërs waren met een grote troepenmacht en met zwaar materieel binnengestormd. De licht bewapende UCK-strijders waren voor die overmacht geen partij. Maandag waren ze zo goed als verdreven uit de stad die ze vorige week vrijdag zo onverwachts hadden ingenomen.

Achteraf zeggen ze bij het UCK in Malishevo dat het helemaal niet de bedoeling was geweest Orahovac, dat vijftien kilometer van Malishevo ligt, te veroveren. De Serviërs zouden zijn begonnen. Zij hadden gevechten uitgelokt en zich daarna snel teruggetrokken, zodat de strijders van het UCK plotseling Orahovac in handen hadden. En dat gaf de Serviërs carte blanche om de stad met geweld binnen te vallen, tientallen Albanezen te doden, en Orahovac vervolgens te plunderen - en alleen daarop zouden ze uit zijn geweest.

Vrijdagmiddag rijden her en der in de stad particuliere vrachtauto's die door politieagenten worden bestuurd. Geen winkelruit is meer heel en in geen enkele winkel ligt meer iets van waarde. Ergens in de hoofdstraat propt een officier de kofferruimte en de achterbank van zijn Volkswagen Golf vol onherkenbaar verpakte spullen. Een nieuwe - door een politieman bestuurde - vrachtauto die de stad binnenrijdt wordt door zijn collega's bij het checkpoint aan de ingang van de stad met gedempt gejuich begroet.

In de hoofdstraat is dan de tractor met het laatste lijk uit het zicht verdwenen, achter de ruggen van een groepje straatvegers dat zorgvuldig al het glas van de versplinterde winkelruiten en het tapijt van patroonhulzen staat weg te vegen. Nog even, en ook de koe zal worden opgeruimd, en het geblakerde paard dat ook nog in het centrum ligt. Nog even en ook het pijnlijke loeien van de koeien die niet meer worden gemolken zal verstommen.

Nog even en Orahovac is leeg en schoon, en vrij van Albanezen - de paar die over zijn zullen zich voorlopig nog niet roeren.

Nog even en in Orahovac is niets gebeurd.

Meer over