ColumnSylvia Witteman

De Amerikaan keek als iemand die al vaak genaaid is in het leven maar viste toch een stukje haring tussen de brokjes ui vandaan

null Beeld

In een zijstraatje van de Albert Cuypmarkt stond ik onder de dofgouden herfstzon gebakken mosselen te eten, mild gestemd jegens de mensheid, die het daar trouwens allerminst naar gemaakt had.

Naast mij schoof een drietal mensen aan. Een middelbaar Amerikaans echtpaar, geheel volgens het cliché buitensporig dik en lawaaiig, vergezeld van een tengere jongeman, type werkstudent, die een in mootjes gesneden haring met feestelijk aplomb op de ronde sta-tafel uitstalde.

‘And this is our famous Dutch herring’, sprak de jongen plechtig. Het was meteen duidelijk: dat echtpaar was bezig aan een ‘Amsterdam street food tour’, een van die ‘Private Tours Hosted By Inspiring Locals’. De vrouw bekeek het visje welwillend, maar de man deinsde demonstratief achteruit en sprak met vertrokken gezicht: ‘I’m not gonna eat raw fish.’

De Inspiring Local gaf een meewarig lachje af en begon aan een betoog over haring, die in The Hague in zijn geheel wordt gegeten, ‘from the tail’, maar in Amsterdam in mootjes. Dat zat zo: Amsterdammers waren indertijd armer dan Hagenaars, hadden vaak geen geld voor een hele haring en kochten dus slechts een ‘small piece’.

‘Fascinating’ vond de vrouw. Zij had een klein, vriendelijk gezichtje en een enorme kont; een lieve, blozende peer. Voorzichtig hief ze een prikkertje met haring naar haar mond en kauwde dapper. ‘It’s okay, Ed’, riep ze tegen haar man. ‘It doesn’t taste fishy at all!’ De student knikte goedkeurend en verklaarde: ‘It’s not really raw. It’s been salted for like 10 days.’

‘Salted...’, sprak de man. Bij hem zat het vet vooral in zijn weergaloze pens, bekneld in een angstaanjagend strak gespannen strijkvrij overhemd. Hij keek cynisch, als iemand die al vaak genaaid is in het leven, maar viste toch aarzelend een stukje haring tussen de brokjes ui vandaan. ‘Just try it!’, zong de student.

De man hapte toe, kauwde, maakte een afwerend, panisch handgebaar en slikte door, een uitdrukking van doodsnood op zijn bolle gezicht. ‘Jesus Christ...’, bracht hij uit, een hand om zijn keel, terwijl zijn vrouw ongerust toekeek.

‘You see? Not fishy at all!’, zei de student, met een pokerface. De man liep rood aan. ‘I’m struggling to keep this down, son’, verklaarde hij en begon vervaarlijk te kokhalzen. Naar adem happend trok hij een flesje water uit zijn zak en dronk. Het hielp. ‘Dear God...’, besloot hij.

‘Now let’s go for something sweet again!’, hernam de student onaangedaan. Dankbaar keek de vrouw naar hem op. ‘Something sweet, Ed!’, joelde ze. ‘You díd enjoy the stroepwaffel!’ Ze sjokten achter de student aan, in de richting van de poffertjeskraam.

Driekwart haring bleef eenzaam achter, schuldbewust glimmend in de zon.

Meer over