interview

David de Jong: ‘Achter de rijkdom van veel Duitse bedrijven schuilt vaak een obscure familiegeschiedenis’

Journalist David de Jong (35) deed onderzoek naar de rijkdom van Duitse industriëlen die tijdens het nazi-bewind een fortuin verdienden over de ruggen van dwangarbeiders en Joden. Uit zijn boek Nazi Billionaires blijkt dat hun nazaten al net zo opportunistisch zijn als hun grootvaders.

Abel Bormans
David de Jong in New York. Beeld  Amy Lombard
David de Jong in New York.Beeld Amy Lombard

Het is 20 februari 1933 als de nieuwe rijkskanselier Adolf Hitler ruim twintig van de machtigste en rijkste zakenmannen van Duitsland uitnodigt om zijn ‘beleid uiteen te zetten’. Onder hen bevinden zich textieltycoon Günther Quandt, staalmagnaat Friedrich Flick en grootbankier Baron August von Finck. Hitler laat ze eerst even wachten. Dat zijn ze niet gewend. Tijdens Hitlers vurige speech die volgt, komen ze er al snel achter dat er een andere reden voor de bijeenkomst is.

Twee weken later staan de verkiezingen op het programma. Er is geld voor de campagne nodig. Mocht de NSDAP die niet winnen, dan zal een burgeroorlog onvermijdelijk zijn, laat Hitler weten. De aanwezigen zijn gebaat bij financiële stabiliteit. De massa-inflatie ligt nog vers in het geheugen en het herstel van de Grote Depressie is pas net ingezet. Een aantal aanwezigen is daar overigens door speculatie steenrijk van geworden. De komende jaren willen ze hun macht en rijkdom bestendigen. Of uitbreiden.

Ter plekke besluiten ze de partijkas te spekken met drie miljoen rijksmark (omgerekend naar 2022: bijna twintig miljoen euro). Dat is de situatie waar het boek Nazi Billionaires: The Dark History of Germany’s Wealthiest Dynasties van journalist David de Jong (voorheen Bloomberg News, nu correspondent Midden-Oosten voor Het Financieele Dagblad) begint. De wijze waarop de zakenlui, zonder blikken of blozen, bereid zijn om de omverwerping van de democratie te financieren – niet zozeer uit idealisme, eerder uit opportunisme – werpt een duistere blik op wat komen gaat.

Voor het onderzoek en schrijven van het boek Nazi Billionaires verhuisde de nu 35-jarige De Jong in 2017 voor vier jaar naar Berlijn. Het debuut, dat afgelopen maand uitkwam, is internationaal enthousiast ontvangen. De rechten van het Engelstalige boek, dat gepubliceerd is door uitgeversgigant HarperCollins, zijn al verkocht in 17 talen. Prominente Angelsaksische kranten en bladen als The New York Times, The Wall Street Journal, The Times, The Economist en The Spectator schreven positieve recensies.

Het boek gaat over vijf ondernemersfamilies die hun imperium uitbreidden dankzij, of te danken hebben aan, grootschalige collaboratie met de nazi’s: de families Quandt, Flick, Von Finck, Porsche-Piëch en Oetker. Ze verdienden een fortuin met grootschalige wapenproductie en door het opkopen van Joodse ondernemingen tegen spotprijzen toen die aan de nieuwe naziwetgeving werden onderworpen. ‘Arisering’, heet het eufemistisch, maar ‘onteigening’ is een beter woord. In hun fabrieken werden vervolgens dwangarbeiders afkomstig uit heel Europa onder mensonterende omstandigheden te werk gesteld. Duizenden mensen kwamen daarbij om het leven.

Deze familiedynastieën zijn anno 2022 vele miljarden waard. De (klein)zonen en -dochters zijn nu de grootaandeelhouders van grote Europese bedrijven, zoals BMW, Porsche, Volkswagen en Dr. Oetker. Er zijn talrijke stichtingen, hoofdkantoren en zelfs mediaprijzen vernoemd naar de oorlogsmisdadigers van toen.

‘Terwijl achtereenvolgende politieke leiders in Duitsland verantwoordelijkheid hebben genomen voor de gebeurtenissen in de aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog, doen veel bedrijven en families die destijds een fortuin hebben verdiend, dat nog altijd niet. Integendeel’, zegt David de Jong. Met bruin montuur, lichtblauw-wit gestreept overhemd en daarboven een spencer is hij op het scherm van de videocall verschenen. Hij is in New York voor zijn boekpresentatie.

De nazi billionaires werden na de oorlog niet of nauwelijks gestraft. Hoe kwam dat?

‘Er heerste morele uitputting en de blik werd op de toekomst gericht. De volgende vijand, het communisme, lag namelijk alweer op de loer. Om die reden wilden de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden een economisch stabiel West-Duitsland. De economische kennis, kunde en macht van de omstreden industriëlen, hoe cynisch ook, kwamen van pas.’

In de recensie in The Times werd je boek als ‘boos’ bestempeld. Was je boos tijdens het schrijven?

Met een glimlach: ‘Nee. Ik ben journalist en heb de verhalen op een heldere en gedetailleerde manier opgeschreven. Er zit geen boze ondertoon in. Ik wil alleen dat deze verhalen ook buiten Duitsland bekend worden. En dat deze bedrijven en families eindelijk transparant zijn over het bloed dat kleeft aan de grondvesten van hun imperium. Want dat is de realiteit.

Günther Quandt (1881-1954).
 Beeld Getty
Günther Quandt (1881-1954).Beeld Getty

‘Neem Günther Quandt, de textieltycoon die uiteindelijk een van de belangrijkste leveranciers van wapens, munitie en batterijen zou worden van de nazi’s. Hij nam in het midden van de jaren dertig batterij- en machinebedrijven tegen spotprijzen over van Joodse ondernemers.

‘In zijn fabrieken zette hij en zijn zoon Herbert vervolgens dwangarbeiders – krijgsgevangenen en burgers uit heel Europa die om uiteenlopende redenen naar Duitsland gedeporteerd werden – aan het werk. Honderden mensen kwamen daarbij om.

‘Dwangarbeiders moesten onder de wreedste omstandigheden werken. In naoorlogse verklaringen van overlevenden lees je over ledematen die in de machines achterbleven. En mensen werden om het minste of geringste gemarteld, doodgeschoten of opgehangen.’

Susanne Klatten, de kleindochter van Quandt, is nu de rijkste vrouw van Duitsland, met name vanwege het grote aandeel dat ze heeft in BMW. Ze zei over haar vader Herbert in 2008: ‘Ik zal nooit het respect voor mijn vader verliezen. Niemand kan oordelen over hoe het was om toen te leven.’

‘Terwijl een jaar eerder een documentaire was uitgekomen: Das Schweigen der Quandts, die licht wierp op de duistere praktijken van de familie. Een 1200-pagina’s tellende studie die daarop volgde, concludeerde: ‘Vader en zoon Quandt zijn onlosmakelijk verbonden met de misdaden van de nazi’s.’

‘De BMW-Quandts hebben daarop niet het boetekleed aangetrokken. Sterker nog: BMW heeft daarna de Herbert Quandt Foundation in het leven geroepen. Die stimuleert naar eigen zeggen ‘verantwoord leiderschap en inspireert leiders wereldwijd om toe te werken naar een meer vreedzame, rechtvaardige en duurzame toekomst’. Onder de naam van een oorlogsmisdadiger. Zonder ook maar iets van deze geschiedenis te laten zien.

‘En de Ferry Porsche Foundation financiert een leerstoel Corporate History aan de Universiteit van Stuttgart. Bij de bekendmaking daarvan werd door de Porsche Foundation gezegd: ‘Om te weten waar je naartoe wilt, moet je eerst weten waar je vandaan komt.’ Terwijl de Porsche-familie nog nooit iets heeft gezegd over het vrijwillige SS-lidmaatschap van hun vader. Of over de schandalige wijze waarop hun grootvader zijn oude zakenpartner, de Joodse Alfred Rosenberger, eruit heeft gewerkt in 1935. Integendeel: toen Rosenberger na de oorlog rechtszaken tegen de familie aanspande, portretteerde Ferry Porsche hem in zijn autobiografie als een geldbeluste Jood die een slaatje probeerde te slaan uit de Holocaust.’

Zouden die leerstoelen en stichtingen per direct ontbonden moeten worden?

‘Ik vraag een minimum: als je stichtingen, leerstoelen of mediaprijzen de naam van deze mannen geeft, dan moet je niet alleen transparant zijn over hun zakelijk succes, maar ook over hun misdaden.’

null Beeld  Amy Lombard
Beeld Amy Lombard

De Jongs eigen familie werd tijdens de Tweede Wereldoorlog een speelbal van de geschiedenis. Zijn grootouders van vaderskant waren Joods. Grootvader Hans de Jong was eigenaar van de Jovanda kousenfabriek in Hengelo vlakbij de Duitse grens. Toen dat bedrijf na de inval werd onteigend, dook hij onder op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Zo wist hij, in tegenstelling tot zíjn vader, aan de dood in een concentratiekamp te ontkomen.

Zijn vrouw Alice de Jong, die de Zwitserse nationaliteit had, werd tijdens haar poging om met haar 3-jarige dochter de Frans-Zwitserse grens over te steken gearresteerd. Maar een van de Gestapo-officieren toonde medelijden en besloot ze te laten gaan. De Jong: ‘Mijn grootouders hebben extreem veel geluk gehad: na de oorlog werden ze herenigd.’

Zijn grootvader van moederskant, John de Zwart, werd als politiek gevangene tewerkgesteld in Duitsland. Samen met zijn beste vriend had hij in 1941 het plan opgevat om vanuit Scheveningen naar Engeland te varen om zich aan te sluiten bij de Britse Royal Air Force. Hij was een fanatiek zeiler, maar de wind stond ongunstig, waardoor ze tot twee keer toe terug werden geblazen naar de kust. Daar werden ze opgepakt.

‘Mijn opa werd tot twee jaar dwangarbeid veroordeeld. Hij werd naar een staalfabriek in Bochum gedeporteerd, waar hij ijzer moest gieten. Loodzwaar werk. Hij overleefde het ternauwernood. Opa de Zwart was mijn held toen ik opgroeide. Mijn grootouders woonden in Serooskerke, een klein dorpje van nog geen driehonderd inwoners op Schouwen-Duiveland in Zeeland. Toen ik als kleine jongen op bezoek kwam, hesen we elke dag de Nederlandse vlag samen.’ Hij lacht even. ‘Het is wel ironisch: elk jaar kwamen daar massa's Duitsers naartoe om hun vakantie te vieren. Mijn opa maakte daar altijd grappen over. ‘Weer een invasie’, zei hij dan.

‘Het was zijn manier om met het verleden om te gaan. Want eigenlijk vertrouwde hij de rest van zijn leven geen Duitsers meer. Dat begrijp ik ook: die twee jaar gevangenschap moeten hem ontzettend hebben aangegrepen. Hij overleed toen ik 20 was. Hij was een fantastische man.’

Zou dit boek er ook zijn gekomen als je een andere, minder beladen familiegeschiedenis zou hebben?

‘Ja. Honderd procent’.

David de Jong wist al jong dat hij journalist wilde worden. Nadat hij een research master geschiedenis aan Columbia University (New York) en de London School of Economics deed, kreeg hij in 2011 een werkvisum in de Verenigde Staten. Binnen negentig dagen moest hij een baan vinden. Voor RTL Nieuws was hij al eens ruim een half jaar buitenlandredacteur geweest. Hij liep ook stages bij NRC, Nieuwsuur en AT5. Een kennis introduceerde hem in New York bij het prestigieuze persbureau Bloomberg News in New York. Daar werd hij aangenomen.

De Jong: ‘Ik werd toen in een team geplaatst dat onderzoek deed naar ‘verborgen rijkdommen’. Toen werd simpelweg aan mij gevraagd: joh, jij bent Nederlander, kan je ook niet de Duitstalige landen onder je verantwoordelijkheid nemen?

‘Aanvankelijk deed ik dat met enige tegenzin.’ Lachend: ‘Speels antagonisme lag daaraan ten grondslag. Dat kwam natuurlijk door mijn familiegeschiedenis, maar ook vanwege gebeurtenissen op, naast en rondom het voetbalveld.’ Hij lacht opnieuw.

‘Al snel bleek de zoektocht naar verborgen rijkdommen in Duitsland ontzettend spannend te zijn. Mijn eerste ‘ontdekking’ was een website — met slechts één pagina — waarin achteloos stond vermeld dat de Harald Quandt Holding bijna twintig miljard euro aan investeringswaarde vertegenwoordigt. Ik dacht: hoe komt dit familiebedrijf, dat de naam draagt van de zoon van Magda Goebbels (na een huwelijk met Günther Quandt trouwde ze met Joseph Goebbels, red.), aan zo’n duizelingwekkend vermogen? En zo bleken er achter veel andere, grote Duitse bedrijven nog veel meer obscure familiegeschiedenissen te schuilen. Verhalen die ook nog eens volledig onbekend zijn buiten Duitsland. Al snel wist ik: hier moet ik een boek over schrijven.’

Hoe werd er eigenlijk in Duitsland op die verhalen gereageerd?

‘In de Duitse samenleving speelt de notie van collectieve schuld een belangrijke rol. Duitsers groeien op met een enorm bewustzijn van wat er is gebeurd tijdens de oorlog. Daardoor wordt niet snel met de vinger geheven. Dan wordt er al snel gedacht of gezegd: zat jouw eigen vader ook niet bij de Gestapo?

‘Elk jaar is er wel een schandaal. Dan vindt een journalist van een Duits medium uit dat de patriarch van een bekende ondernemersfamilie een bruin oorlogsverleden heeft en komt er een studie. Maar na een paar jaar hoor je er niet meer over.’

Wanneer komt de Duitse vertaling uit?

‘Op 5 mei. Die datum is toevallig — ik denk niet dat ze in Duitsland weten dat wij dan Bevrijdingsdag hebben. Maar het is een spannend moment. Ik ben benieuwd of het iets teweeg zal brengen. Of er een momentum ontstaat van zelfreflectie bij de families en bedrijven. Dat is tot nu toe niet het geval geweest.’

Bijna niemand wilde met je praten. Slechts één persoon reageerde op je interviewverzoeken, de inmiddels 78-jarige Gert-Rudolf Flick.

‘Zijn grootvader Friedrich Flick, een kille man, werd tijdens de Processen van Neurenberg veroordeeld tot zeven jaar cel vanwege de grootschalige inzet van dwangarbeiders in zijn kolen-, staal- en wapenfabrieken. Ruim tienduizend mensen kwamen daarbij om het leven. Flick behoorde tot de zogeheten Freundeskreis Himmler (‘Vriendenkring van Himmler’, red.).

Friedrich Flick (1883-1972). Beeld Getty
Friedrich Flick (1883-1972).Beeld Getty

‘In 1950 werd Flick vervroegd vrijgelaten. Tegen het eind van de jaren vijftig was hij alweer de rijkste man van Duitsland, vooral vanwege de aandelen die hij opkocht in Daimler-Benz. Hij weigerde pertinent om herstelbetalingen te doen aan de dwangarbeiders die voor hem hadden moeten werken. Zijn veroordeling deed hij de rest van zijn leven af als ‘Amerikaans gemoraliseer’.

‘Zijn kleinzoon was eigenlijk best open. Hij gaf toe dat zijn grootvader in recente jaren in een ander daglicht was komen te staan. Maar tegelijkertijd zei hij: ‘Mijn grootvader was een genie, die me zo veel meer heeft gegeven dan rijkdom alleen.’’

Waarom blijven de kleinzonen en -dochters allemaal pal achter hun foute grootvaders staan?

‘Erfgenamen ontlenen hun volledige identiteit aan hun familienaam en fortuin. Ze hebben dus een geërfde identiteit. Ik psychologiseer nu even, maar als je dat afwijst, wat blijft er dan nog van je over?

‘Vergis je niet: De zakelijke belangen zijn natuurlijk gigantisch. Ze zijn waarschijnlijk ook bang dat erkenning van fouten die in het verleden door hun grootouders zijn gemaakt tot een vermindering van verkoop van hun producten leidt. Maar uiteindelijk denk ik dat consumenten het juist zullen waarderen als ze transparant zijn.’

Waren de nazi billionaires voor het nationaal-socialisme gemaakt of hadden ze onder elk bewind gehandeld zoals ze handelden?

‘Ze konden onder elk regime tot wasdom komen: het Kaiserreich, de Weimarrepubliek, nazi-Duitsland of West-Duitsland. Dat maakte ze niet zo veel uit. Ze werden puur gedreven door hebzucht.’

null Beeld

David de Jong: Nazi Billionaires: The Dark History of Germany’s Wealthiest Dynasties. Harper Collins; 336 pagina’s; € 22,95. De Nederlandse vertaling wordt uitgegeven door Meulenhoff en verschijnt op 25 augustus.

Ariseren

Als belangrijkste toevoeging aan de historiografie over de nazi billionaires noemt David de Jong de hoofdstukken die hij schreef over de familie Von Finck. August (1898-1980) erfde een meerderheidsaandeel in Allianz en Munich Re, nog altijd de grootste verzekeringsmaatschappijen van Duitsland. Hij hielp bij het ariseren van de Oostenrijkse bank S.M. von Rothschild en wierf miljoenen om Hilter’s paradepaardje, het Haus der Deutschen Kunst, mogelijk te maken. Over zijn zoon August junior (1930-2021) bestaan sterke vermoedens dat hij een van de grote donoren achter de radicaal-rechtse partij Alternative Für Deutschland was.

Misschien wel het meest schaamteloze voorbeeld dat David de Jong geeft van de miskenning van het foute oorlogsverleden van hun grootvaders staat op naam van Vera Bahlsen. Hoewel het in Duitsland bekend is dat het beroemde koekjesbedrijf Bahlsen in de Tweede Wereldoorlog profiteerde van dwangarbeid, zei de toen 26-jarige in 2019: ‘Bahlsen hoeft zich nergens voor te schamen'. Ook verklaarde ze een kapitalist te zijn die ‘zeiljachten van mijn dividend wil kopen en zo’. Later bood ze haar excuses aan.