Dat is toch van de zwarten?

Namibië loopt voorop met het 'community based' toerisme – campings, tours en souvenirwinkels die worden gerund door de lokale bevolking....

De Brandberg straalt rood, de afvalberg wit. Maar de zon, zo fel als ie hier kan zijn, smelt toch alles een beetje aaneen. Alles is ver, alles is horizon, alles is leeg, alles is heet.

Daar ergens ligt Uis, voorheen basis voor de tinmijn, maar die is al dertien jaar dicht. Veel werkers zijn vertrokken, naar Windhoek op zoek naar werk. Alleen het afval ligt er nog, tot grote hoogte boven het kale woestijndorp, waar blanken zich verstoppen in huizen die zoveel goedkoper zijn dan in de rest van Namibië.

Martinez is gebleven. De klippieverkoper uit de zwarte township hangt rond bij de benzinepomp. Hij klopt aan bij elke fourwheeldrive en minibus, en probeert zijn zelf uitgehakte bergkristallen (paars én een met water erin!) te slijten: twintig Namibische dollar (tweeenhalve euro). 'I want some Essen, please', smeekt hij tweetalig, want je weet maar nooit. Na de koop: 'Heb je het gehoord: Manchester heeft van Ajax gewonnen', en 'beetje slow vandaag, januari is een betere maand voor me'.

Uis, midden in de semiwoestijn, zo'n 350 kilometer ten noordwesten van Windhoek, wacht op drukkere tijden. Die komen zéker, is de overtuiging van Eric Xageb, eigenaar van Desert Computer Lines, het nieuwe bedrijfje aan het begin van het dorp. Want wie een rondje Namibië doet – Windhoek, de duinen van Sossusvlei, de 'Duitse badplaats' Swakopmund, Etosha National Park, en de Waterberg – komt meestal langs Uis.

En sinds een half jaar ook langs het nieuwe Uis Tourist Information Centre. Waarin Eric vier computers heeft staan. Per dag schuiven vijf à zes klanten aan om hun mail te checken. Nadeel, nu nog: 'De lijnen zijn langzaam.' Voordeel: 'De toeristen klagen er niet over, want ze denken: dat is de levensstijl van de Afrikanen.'

De lokale bevolking, de zwarte bevolking, doet het zelf. Eric runt een internetzaakje, buurvrouw Vicky serveert lasagne en muffins in haar Coffee Shop, buurman Terry staat paraat voor boekingen van de twintig Dâureb Mountain Guides. En ook de Tsiseb Conservancy, een van de zestig regionale comités die toezien op de grond, de jacht én toeristische activiteiten, houdt er kantoor. Alles onder één dak, maar vooral ook onder één noemer: Community Based Tourism.

Natuurlijk, dat is een term die is bedacht in Windhoek of nog veel verder weg, maar het idee staat: dit is duurzaam toerisme, dit is toerisme waarvan de bevolking zelf kan profiteren, toerisme dat de lokale gemeenschap respecteert. Geen blanke ZuidAfrikaan of Duitser die aan het eind van de week het geld komt ophalen, geen baantjes die slechts reiken tot wc's schoonmaken of gazons besproeien – dit gaat om empowerment.

Meet The People!, is de slogan van NACOBTA, de Namibia CommunityBased Tourism Association, een nonprofit organisatie die meehelpt 'zwarte' toeristische bedrijven op te zetten. Tien jaar geleden begonnen, inmiddels toegejuicht door onderzoekers en de VNdivisie voor Duurzame Ontwikkeling: zó zou het misschien wel moeten.

Ruim dertig projecten zijn er nu, enkele honderden Damara, Herero, Ovambo, Himba en Nama vonden werk. Rúnnen de tent – een camping, een lodge, een traditioneel 'showdorp', een museum, een rondleiding, een project voor achtergestelde vrouwen, een souvenirwinkeltje.

Ontmoet de mensen! De zwarte meerderheid die heeft geleden onder eerst de Duitse kolonisatie en daarna, tot 1990, de ZuidAfrikaanse bezetting. Je helpt, is de gedachte. En je hoort nog eens wat.

Israel Hukura, gids bij FacetoFace Tours in de township Katutura ('de plek waar we niet willen wonen'), zal op de markt uitleggen hoe die proteïnerijke wormen het best kunnen worden bereid (levend leegknijpen en daarna pas koken). Onder een viaduct vertelt hij dat snelweg B1 vroeger in Windhoek de grens was tussen blank en zwart. In het huis met H 1541 boven de voordeur woont een Herero, bij een N een Nama. In de tijd dat ZuidAfrika Namibië zag als een van zijn provincies was zo'n bordje verplicht, nu is het een teken van trots.

Matthew Gaseb maakt van de Brandberg, half uur rijden van Uis, meer dan een roodkleurende bergformatie met de beroemde White Ladyrotstekening. Het is voor de gids de heilige plek van zijn Damaravoorouders, en de plek waar de Witgatboom groeit (goed tegen diarree). Zijn opa – die zes vrouwen had – kwam hier al. De opa trouwens die niet wil dat hij met zijn geliefde Herero trouwt omdat dat volk ooit zijn broer heeft gedood.

Vicky Kahorere schenkt een welkome koude cola, en ze zal je vertellen dat ze de koelkast van NACOBTA heeft gekregen. En dat ze vroeger op straat parfums verkocht, maar wel erg weinig klanten had. Nu kan ze zelf het maandsalaris van serveerster Bula betalen: 500 Namibische dollar, 65 euro. De omzet van haar Coffee Shop in het Uis Tourist Information Centre is ook deze maand weer gestegen, van viernaar vijfduizend Namibische dollar (650 euro).

'Het is allemaal nog kleinschalig, maar het heeft tijd nodig, véél tijd', zegt NACOBTAdirecteur Maxi Louis. Al is het maar omdat je in Namibië – 1,8 miljoen mensen in een gebied zo groot als Frankrijk en Italië samen – niet snel iemand nog een keer even iets gaat uitleggen of voordoen. Toch, het grootste probleem is het opleidingsniveau. 'Zo'n 60 procent van de bevolking is analfabeet, op het platteland zelfs nagenoeg iedereen. Je kunt niets overhaasten.'

Toerisme is nieuw. 'We hebben op het platteland te maken met mensen die zeggen: ”Als ik naar familie ga en daar blijf slapen, betaal ik toch ook niet?” Nu moet een toerist betalen voor een bezoek. Dat zit niet in de cultuur. Bovendien, vroeger reden toeristen het dorp in, namen ze een foto, en weg waren ze. Daar verdiende niemand wat aan. Of ze betaalden met alcohol.'

En er moet toch wat te verdelen zijn. Toerisme is, na de diamantwinning en de visserij, de derde inkomstenbron van Namibië. Zo'n 750 duizend buitenlandse bezoekers per jaar (vooral Duitsers, Angolezen en ZuidAfrikanen), goed voor een omzet van 1,5 miljard Namibische dollar (200 miljoen euro). Daarom assisteert NACOBTA (2 kantoren, 17 medewerkers, drie miljoen Namibische dollar aan donorgeld) dorpsgemeenschappen en individuen bij het opstellen van een businessplan en het aanvragen van een bouwvergunning. Ze betalen de eerste rekeningen, sturen nieuwelingen of al te verlegen types op cursus.

Uitgangspunt: basis, basis, basis.

Terry, de Brandberggids die voorheen zijn klandizie oppikte voor de supermarkt van Uis: 'Ik heb wat van management geleerd, en Eerste Hulp. Ik weet hoe ik iemand vriendelijk welkom moet heten, dat ik me netjes moet voorstellen. De klant is koning. En het kan hier heel heel heet zijn voor een toerist. Vroeger hadden we nog wel eens te weinig water bij ons.'

'De klant heeft altijd gelijk, ook als ie geen gelijk heeft', memoreert Maria, gids bij de rotsgraveringen van Twyfelfontein, een van haar lessen. 'Maar de ZuidAfrikanen blijven lastig. Oeeeeei. . .'

Tony, haar collega: 'Ik heb geleerd dat ik oogcontact moet maken.'

Maar hij doet het niet – verlegen, onzeker. Hij sloft zonder wat te zeggen naar de eerste rotsgravering en somt op wat ze hem hebben verteld: 'De Bosjesmannen lieten hun kinderen zien voor welke dieren ze wel en niet bang moesten zijn. Dit is de footprint van een giraf, en deze grote is van een olifant.' Volgend rotsblok. Volgend rotsblok. Tour afgelopen. Daar sta je dan met je waterflesje in de hitte, met alweer een lange autorit voor de boeg.

Alles is nieuw. Veel gaat goed: de wc's in Uis zijn brandschoon (geen vanzelfsprekendheid), de Aba Huabcamping in Twyfelfontein breidt uit met een Bed & Breakfast. Veel gaat fout. Vicky laat de vrachtwagen uit Walvisbaai maar 24 flesjes Fanta meenemen omdat ze bang is dat ze er niet zo veel zal verkopen: na twee dagen moet ze veel duurdere flesjes in het dorp kopen. Serveerster Bula moet er nog aan wennen haar voeten op te tillen als ze naar een tafeltje loopt; en je neus ophalen boven iemands eten doe je ook niet, want dan hóeft de westerse toerist al niet meer.

'Het is duidelijk, deze mensen hebben hulp nodig, die moeten op weg worden geholpen', zegt voorzitter Jacqueline Asheeke van de overkoepelende toeristische organisatie FENATA. 'Armoede is als een gorilla van 800 pond op je rug. Dat draag je mee. Die mensen krijgen ineens geld van een organisatie en denken: geef me nog wat meer. Je krijg elke dag sowieso vijftig rand, waarom zou ik dan nog wat doen?'

Ook de community based bedrijfjes moeten volgens haar 'kunnen functioneren in de echte wereld'. En dat is een wereld zonder donorgeld, mét banken en hypotheken, mét balansen die links en rechts op hetzelfde uitkomen. 'We zouden ze daarvan eerder bewust moeten maken. Vanaf dag 1. Soms zijn dertig families er van afhankelijk.'

Nu nog bedraagt de omzet van de 'zwarte' bedrijfjes vijf miljoen Namibische dollar per jaar, zo'n 3 promille van de gehele omzet in de toeristische sector. Grote geldmaker is de trophy hunting: Amerikanen en ZuidAfrikanen betalen met gemak tienduizend US dollars om een kudu of olifant te mogen schieten. De regionale Conservancy, die de wildstand reguleert, krijgt een deel van het geld, de dorpelingen kunnen een week van het het vlees eten, de toerist mag van de olifantspoot een bijzettafeltje maken.

'De jacht moet eigenlijk de duurzame ontwikkeling betalen', vindt NACOBTAdirecteur Maxi Louis. 'Nu is het enkel snel geld, niks voor de lange termijn. Het geld zou moeten worden gebruikt voor de armoedebestrijding, voor het bouwen van scholen.'

Laar, weet ze, dat is Mvoorlopig een droom.

Voorlopig kan de organisatie zich beter concentreren op hoe ze het community based tourisme aan de man brengt, hoe ze meer touroperators zo ver krijgt dat hun bussen ook stoppen bij campings en winkeltjes van de plaatselijke bevolking.

Eric, eigenaar van internetcafé Desert Computer Lines in Uis, ziet het elke dag gebeuren: 'Bijna alle grote bussen rijden door tot de White Lady Guesthouse. Niemand die hier stopt. Ze denken: dat is toch van de zwarten? Apartheid is er nog steeds. Dát moet veranderen.'

Van de Lonely Planet hoeven de projecten het voorlopig evenmin te hebben. Die meldt bij de townshiptour van FacetoFace enkel: 'Niet te enthousiast worden tot de gidsen daadwerkelijk op komen dagen.' En bij de rotsgraveringen van Twyfelfontein: 'Let op: sommige gidsen zijn lui en slaan een deel van de tour over!' Niet waar of verouderd, weet NACOBTA, maar het staat er wel in.

Marketing en promotie is hét probleem. 'Die kunnen we niet overlaten aan de lokale bevolking, we moeten realistisch zijn', zegt Louis. De midmarket lodge die komende zomer opengaat in Grootberg zal worden gerund door een blank stel uit Windhoek – veel ervaring, eigen boekingskantoor. 'Het is misschien een stap terug, maar we moeten kiezen voor professionaliteit. Anders gaat het niet lukken. De locals kunnen die verantwoordelijkheid nog niet aan, ze hebben een mentor nodig.'

Het zal twintig jaar of nog veel langer duren, meent Jacqueline Asheeke van de toeristische organisatie FENATA, maar community based toerisme is in potentie een goudmijn. 'Toeristen die naar Namibië komen, willen een vijfsterrenlodge met jacuzzi. Zonder vliegen, zonder slangen. Walking in a place where I'm not on the menu. Maar ze willen ook interactie met de lokale bevolking: eten, een dans, een Namahuwelijk.'

Twee nachten op zo'n plek, en ze kunnen zeggen: 'Ik ben in Afrika geweest. Ik heb onder een boom geslapen. En er kwamen olifanten langs!'

Meer over