Je kunt het maar één keer doen

‘Daniël had helemaal geen benul van hoe ernstig ziek hij was. Wij wel’

Tuurlijk, dood gaan we allemaal. Maar afscheid­nemen kan op veel manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

Daniël van Bokhoven (20, student journalistiek) overleed op 30 augustus 2018 aan de gevolgen van de meningokokkenbacterie. Hij woonde bij zijn ouders Wil van Bokhoven (58, inkoper zorginstelling) en Yvonne van Bokhoven (58, operatiekamerplanner) en hij had een zus, Chanou (27, logopedist).

Yvonne: ‘De meeste jongetjes willen als ze klein zijn brandweerman of politieman worden, maar Daniël zei toen hij 8 jaar was dat hij later wilde schrijven over voetbal. Het woord journalist kende hij nog niet. Op het VWO schreef hij al voor verschillende voetbalwebsites. Na de middelbare school ging hij naar de School voor de Journalistiek in Tilburg met maar één doel; voetbaljournalist of commentator worden. Hij heeft een keer meegelopen met sportcommentator Jeroen Grueter en dat vond hij fantastisch. Het was zijn grootste wens om bij PSV te gaan werken, zijn favoriete club. Hij had een seizoenskaart en met een vaste groep voetbalvrienden bezocht hij alle wedstrijden.

Vlak voor zijn laatste studiejaar begon, was hij begeleider van de eerstejaars tijdens het introductiekamp. Maandag begon het kamp en woensdag kwam hij weer thuis, doodmoe want hij had die dagen maar vijf uurtjes geslapen. Donderdag was de afsluiting van de introductieweek hier op Strijp-S in Eindhoven. Hij was op tijd thuis, want de volgende ochtend moest hij vroeg in Tilburg zijn om zijn afstudeerscriptie te bespreken. Vrijdagmiddag zei hij dat hij het koud had en dat hij last had van zijn benen. Een uur later rende hij naar de wc en moest hij overgeven. Ik vermoedde dat het een kater was, of een voedselvergiftiging.

Daniel en Yvonne. Beeld Privéfoto
Daniel en Yvonne.Beeld Privéfoto

Zaterdagochtend om half 8 kwam hij bij ons in de slaapkamer om te zeggen dat hij zich heel slap voelde en dat hij niet ging werken. Hij had zijn bijbaantje bij de Rabobank afgezegd. Toen we om een uur of 10 beneden zaten te ontbijten, hoorden we hem boven naar het toilet schuifelen en weer overgeven. Het lukte hem niet om het eitje dat ik voor hem gekookt had op te eten. ’s Middags moesten Wil en ik even weg en toen we om 3 uur terugkwamen, schrok ik me wezenloos. Ik trof Daniël heel bleek en rillerig aan en zijn nagels waren blauw. Hij zei dat hij zich heel erg slecht voelde. Ik mat zijn koorts en dat was 39,9. Ik belde onmiddellijk met de huisartsenpost in het Catharina Ziekenhuis, waar ik zelf werk. In de wachtkamer herhaalde Daniël steeds dat hij zo’n dorst had. Toen ik net een bekertje water had gehaald, werden we al opgehaald. De arts vroeg hem even te gaan liggen om zijn bloeddruk te meten, maar zijn bloeddruk was onmeetbaar. Ik merkte dat ze een beetje in paniek raakte terwijl ze de spoedeisende hulp belde: ‘Ik heb hier een jongen en zijn bloeddruk is niet te meten.’ Op de spoedeisende hulp gaven ze hem antibiotica en dienden hem vocht toe. Ze stelden allerlei vragen: Waar ben je geweest? Wat heb je gedaan? Ben je gebeten door een insect? Heb je drugs gebruikt? Hij antwoordde wel, maar hij was heel slapjes. Op een gegeven moment wilden ze bloed prikken om te kunnen onderzoeken wat er met hem aan de hand was, maar dat lukte niet want er kwam helemaal geen bloed meer uit zijn aderen. Toen hebben ze bloed uit de slagader uit zijn lies gehaald. Het spoot er uit, want het bloed stolde niet meer. Daardoor dachten ze dat hij acute leukemie had. Hij was zo ziek dat ze hem klaar maakten om naar de intensive care te brengen om hem te stabiliseren. Om 5 uur lag hij op de IC, aan allerlei apparaten. Hij was nog steeds bij bewustzijn. Hij was niet bang. De verpleegkundigen legden steeds uit wat ze aan het doen waren en bij alles zei hij: ‘Doe maar, als ik dadelijk maar weer mee naar huis kan.’ Hij had helemaal geen benul van hoe ernstig het was. Wij wel.

Hij zei om half 9: ‘PSV moet nu voetballen.’ Hij zou die avond met zijn vrienden naar PEC Zwolle-PSV zijn gegaan. Ik zei dat ik de uitslagen wel bij zou houden via de NOS-app op zijn telefoon. Rond half 11 vroeg hij: ‘Hoe is het met PSV?’ Ik liep naar zijn bed toe en zei: ‘Ze hebben gewonnen, jongen.’ ‘O mooi’ antwoordde hij. Precies op dat moment kreeg hij een insult. Hij schoot overeind en verstijfde in mijn armen. De verpleegkundigen vroegen ons de kamer meteen te verlaten omdat hij aan de beademing moest worden gelegd en in slaap werd gebracht. Wil en ik waren in shock. Toen we weggingen was hij nog gewoon Daniël, toen we even later terugkwamen lag onze zoon daar buiten bewustzijn aan allerlei toeters en bellen. ‘s Nachts ging het steeds slechter. Zijn nieren vielen uit, waardoor hij aan de dialyse werd gelegd. En hij had heel veel vocht achter zijn longen dat via een drain moest worden afgevoerd.

Zondag kwam de uitslag dat het de meningokokken-W-bacterie was. Reden voor paniek. Onze dochter Chanou, Wil en ik waren dichtbij Daniël geweest en het is heel besmettelijk. Wij kregen onmiddellijk antibiotica. Maar hij was natuurlijk ook met al die studenten in aanraking geweest. Het is een bacterie, geen virus, dus het is niet zo besmettelijk als corona. Meningokokken verspreidt zich vooral via mond, keel en neus. Het ziekenhuis heeft de GGD ingeschakeld en de GGD heeft de school gealarmeerd. Terwijl Daniël lag te vechten voor zijn leven, heeft de school alle studenten opgespoord die op dat kamp in zijn nabijheid waren geweest. Ze kregen ook antibiotica en wie wilde kon ook gevaccineerd worden. Er is gelukkig niemand ziek geworden.

De dagen erna waren één grote nachtmerrie. Hij is nog geopereerd, ze hebben ze zijn buik opengelegd omdat zijn organen onder spanning stonden. Daniël woog 70 kilo, maar uiteindelijk woog hij 105 kilo door al dat vocht. Ik ben zelf altijd bezig mensen op te roepen voor operaties om ze beter te maken. En nu moest ik machteloos toekijken hoe de orgaanfuncties van mijn eigen kind uitvielen en zijn ledematen verkleurden. Woensdag kregen we te horen dat hij waarschijnlijk hersendood was. Een coma, daar kun je uitkomen, maar als je hersendood bent, ben je eigenlijk al overleden. Nadat donderdag de hersendood definitief werd vastgesteld, werd alle apparatuur afgesloten en moesten wij afscheid van Daniël nemen. Wil, Chanou en ik zaten helemaal verslagen en intens verdrietig bij hem totdat hij overleed. Het duurde een kwartier, twintig minuten. We waren compleet in shock. Een week daarvoor stond hij nog te springen op een podium met vrienden, nu was hij dood.

Twee dagen na zijn overlijden speelde PSV tegen Willem II, een thuiswedstrijd. In de twintigste minuut gaven de 35.000 supporters een prachtig eerbetoon. Ze hebben een minuut lang voor Daniël geapplaudisseerd, met een speciaal commentaar van Vincent Schildkamp. De afscheidsdienst hebben we ook in het PSV-stadion gehouden, we wilden niet met een jongen van 20 in een crematorium gaan zitten. Er waren meer dan zeshonderd mensen, alles was rood en wit. De kist stond in de vipruimte met uitzicht op het veld. De kampioensschaal stond erbij.

Op 8 september, op de dag van Daniels uitvaart, begon een landelijke campagne voor vaccinatie tegen meningokokken W. In een filmpje op televisie werd uitgelegd dat naast baby’s, die sinds mei 2018 standaard gevaccineerd werden, ook jongeren van 14 tot 18 jaar een vaccinatie zouden krijgen. De gedachte dat Daniël net daarvoor is overleden is onverteerbaar.

Meer over