Daklozen krijgen brood, bad en bed in eigen wijk

De opvang van dak- en thuislozen is in Rotterdam sterk uitgebreid en verspreid over verschillende wijken. De overlast die zwervers volgens de gemeente in het centrum van de stad veroorzaken, is daardoor sterk verminderd....

Van onze verslaggever

Jelle Brandsma

ROTTERDAM

Günter (44) omschrijft zichzelf als 'thuisloze'. Hij komt in opvangcentrum De Hille in Rotterdam-Zuid om te eten en te slapen. Zijn hele leven zwerft hij al. 'Ik heb geen band gehad met een gezin, en later leer je dat niet meer', zegt hij. Een eigen woning is uitgesloten: 'De muren komen op mij af.'

Naast Günter gaat een pak fruitvla van hand tot hand. In de hal wacht een groepje zwervers op het begin van de dagelijkse maaltijd. Ze hebben al een bed uitgekozen in de drie- en vierpersoonskamers. Uit plastic bekers eten ze eerst de zelf meegebrachte vla. Daarna halen ze een bord bami in de eetzaal. Een enkeling geeft de voorkeur aan het reservemenu: drie witte boterhammen met kaas en mayonaise.

Piet (49) zit aan de eettafel. Hij lacht verlegen. Meermalen ondernam hij een poging om op kamers te gaan wonen. Maar de eenzaamheid brak hem op. Hij is liever onder lotgenoten in De Hille. Al elf jaar heeft hij geen huis meer: 'Je blijft in het wereldje hangen.'

Voor dak- en thuislozen als Günter en Piet heeft Rotterdam de opvang verdubbeld. Het aantal slaapplaatsen groeide naar 162, en bij de dagopvang kunnen 450 zwervers terecht. De Hille is een van de nieuwe centra en biedt ruwweg een bed, brood en een bad aan dak- en thuislozen. De meeste opvangcentra zijn voor overdag of 's nachts. De Hille vormt een uitzondering; het centrum is dag en nacht geopend.

Uitbreiding van de opvang was noodzakelijk omdat de dak- en thuislozen volgens de gemeente vooral in het centrum van de stad overlast veroorzaakten. Zij hadden geen vluchthaven meer na de sluiting van Perron Nul, een gedoogzone voor drugsgebruikers bij het Centraal Station waar ook een deel van de zwervers vertoefde. Rotterdam koos voor spreiding van de opvang voor dak- en thuislozen. Ieder stadsdeel heeft voor overdag of de nachtelijke uren een opvangcentrum. De overlast blijft daardoor beperkt, en een dak- en thuisloze kan slapen in de buurt waar hij zich thuisvoelt.

In Rotterdam zijn naar schatting achthonderd dak- en thuislozen. De opvang is door Rotterdam uitbesteed aan het Centrum voor Dienstverlening (CvD) en het Leger des Heils. G. Pols is bij het CvD verantwoordelijk voor de opvang. Zij vindt de uitbreiding een flinke verbetering. De problemen van de dak-en thuislozen zijn daarmee echter nog niet opgelost. Met de agressieve zwervers weten de opvangcentra zich vaak geen raad.

Pols ziet agressie als een van de belangrijke problemen bij de opvang. Een groep van ongeveer vijftig dak- en thuislozen is volgens haar nauwelijks te handhaven. Deze zwervers wordt overal de deur gewezen, omdat ze de regels overtreden. In sommige gevallen komen ze terecht in de Pauluskerk, waar vooral junks de nacht doorbrengen. De Pauluskerk is soepeler bij het toelaten van moeilijke klanten.

'Je kunt ze even hebben', zegt Pols. 'Daarna moet een andere instelling ze een tijdje onder de hoede nemen. Voor sommige mensen met een sterk agressief gedrag is dat geen oplossing.' De betekenis van een terechtwijzing of een schorsing dringt niet tot hen door. 'Wij moeten nadenken over een nieuwe aanpak', zegt Pols. Zij meent dat hulpverleners in de eerste plaats op hun eigen gedrag moeten letten. 'Door anders te reageren kunnen we misschien escalatie voorkomen.'

De Hille ondervond een paar weken geleden de gevolgen van agressief gedrag. Twee bezoekers kregen ruzie en dat leidde tot een steekpartij. J. Lips, medewerkster van het opvangcentrum, omschrijft de aanstichter als 'een zuiger'. Er vielen klappen, en de een stak de ander in de buik. 'Iedereen holde door de gang en door open ramen klommen mensen naar buiten.'

'Dit was extreem', zegt Lips. Doorgaans blijft agressie beperkt tot schreeuwen, duwen, soms een klap. 'Meestal zie je zo'n ontlading aankomen en probeer je de escalatie voor te zijn.' Hulp bieden aan agressieve daklozen is soms onmogelijk, vindt zij. Je kunt niet iedereen helpen. 'Wat doet de Riagg? Die doet nog minder.' De andere daklozen mogen niet de dupe worden van de agressieve types: 'Ik geef liever de anderen een goede plek.'

Pols: 'Dak- en thuislozen vertonen een gedrag waardoor ze uitgestoten worden. Een aantal basisregels in het sociaal verkeer tussen mensen hebben ze niet geleerd.' Het aantal zwervers met psychische problemen is de afgelopen jaren toegenomen, signaleert zij. 'Er is veel gekte.'

Volgens Pols neemt het aantal dak- en thuislozen toe doordat steeds meer bewoners door woningbouwcorporaties en particuliere eigenaren uit hun huis worden gezet. Lips constateert dat er een scheiding is tussen de jonge en de oude generatie. 'Ouderen hebben meestal één probleem, bijvoorbeeld alcohol. Jongeren hebben tal van problemen en gebruiken allerlei middelen door elkaar.'

De Hille biedt de dak- en thuislozen in de eerste plaats onderdak en eten. Soms kan gaandewijs iets gedaan worden aan de problemen die tot het zwerven hebben geleid. Er kan een uitkering worden geregeld, begeleid wonen, of iemand kan van de drank worden afgeholpen. Overdag kunnen de dak- en thuislozen verven, met een computer aan de slag of oude meubels opknappen.

De wijkbewoners volgen De Hille met argusogen. 'De buurt is heftig, hoor', zegt Lips. 'Zij kijken heel scherp naar wat hier gebeurt.' De nieuwe opvangcentra die het afgelopen jaar in Rotterdam zijn gevestigd, kregen vaak te maken met protesten uit de buurt. De Hille sloot een overeenkomst met de bewoners: overdag zijn er maximaal twintig daklozen. Als dat goed gaat, mogen het er uiteindelijk 75 worden. 's Nachts is er voor maximaal twintig personen een bed.

's Maandags gaat een veegploeg van daklozen door de buurt. Met dit project, 'Voor Wat Hoort Wat', kunnen zij geld verdienen en willen ze volgens Lips 'laten zien dat zij ook goede kanten hebben'. Veel dak- en thuislozen zijn optimistisch gestemd over hun toekomst en dromen over huisje-boompje-beestje. Dat houdt de moed erin, zegt Lips. Maar voor het grootste deel van de zwervers zal die droom nooit werkelijkheid worden, meent zij: 'Het is hun manier om het gevoel van eigenwaarde te behouden.'

Meer over