DagboekJulia Ward Howe (1819-1910)

Dagboekfragment: wat een schitterend gezicht, de mannenrok!

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Adriatische Zee, 17 juni 1867

null Beeld Getty
Beeld Getty

Uitzicht op het Keraunisch gebergte en de Albanese kust. Het schip worstelt met de tegenwind, ik met de Meditaties van François Guizot. Tegen twee uur ’s middags passeren we Fano, het eiland waar Calypso geen troost vond – en geen wonder. Om twee uur bereiken we de zeestraat van Korfoe, maar pas om vijf uur gaan we aan land.

Het zijn mijn eerste stappen op Griekse grond. De straatjes nauw en kronkelig, de mannen in Europese dracht, met hier en daar een fustanella (mannenrok, red.). Ik probeer tevergeefs de Griekse letters op de etalages te ontcijferen. Ons verlof op de wal verloopt, we haasten ons terug naar het schip.

Het vertrek blijkt vertraagd door de komst van een Turkse hoogwaardigheidsbekleder, Achmed Pasja, die ons met een groot gevolg zal vergezellen naar de Dardanellen.

Een stoomschip met de halve maan in top lag naast ons afgemeerd. Ons rustige verblijf veranderde in een Babel van vreemde talen en uitdossingen. De schitterendste kostuums voor toneeluitvoeringen en verkleedpartijen zijn hier dagelijkse dracht. Iedere man droeg een fez. Ik herinner mij een knappe jongen wiens rode hoofddeksel afstak tegen zijn witte hemd, lange mannenrok en witte kousen – een schitterend gezicht.

In de harem van de pasja zagen we een dozijn vrouwen; hun gezichten verhuld door sluiers die een driehoek van neus en ogen vrijlieten.

Julia Ward Howe (1819-1910), Amerikaanse schrijver. Ingekort fragment uit From the Oak to the Olive. Lee and Shepard, 1868.

Meer over