DagboekNorman Mailer (1923-2007)

Dagboekfragment: Jazzpianist Dave Brubeck stuit op een cliché

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

New York, 17 december 1954

Jazz valt eenvoudig te begrijpen, als je eenmaal de sleutel hebt: het is iets dat voortdurend triomfen viert en voortdurend mislukt. Dat geldt vooral in de moderne jazz, waar Dave Brubeck en Paul Desmond geheel op zichzelf zijn aangewezen, met niets anders om op terug te vallen dan hun eigen ­zenuwstelsel.

Ze zwerven door een wildernis van ontdekkingen, terwijl de beschaving ze de ene na de andere hinderlaag voorschotelt. De vervoering volgt dan ook niet uit het plezier van de swing, maar louter uit de inspanning die wordt geleverd om muzikaal in leven te blijven.

Zo kan Brubeck tot zijn ontzetting ontdekken dat hij verzeild is geraakt in een muzikaal cliché (de beschaving) en het is spannend om te zien hoe hij probeert eruit te komen. Hoe hij het cliché aanpakt, ermee speelt, het onderzoekt, demonteert en probeert om te bouwen tot iets nieuws (want in elk cliché schuilen zeeën van waarheid, als we er goed naar kijken) en daarin soms slaagt en soms faalt – en alleen maar kan doorgaan, terwijl hij verslag doet van zijn mislukking op dat ­moment.

Dat maakt moderne jazz, ondanks zijn ogenschijnlijke lyriek, in wezen koud, zo koud als een goed gesprek. Het is koud en nerveus en het staat onder druk, zoals een lunchafspraak tussen een schrijver en zijn redacteur, waarin beiden successen boeken en falen en waarbij je na afloop nauwelijks weet of het nou goed was of niet.

Norman Mailer (1923-2007), Amerikaanse schrijver. Ingekort fragment uit Antaeus – Notebooks, Journals and Diaries. Collins Harvill, 1989.

Meer over