DagboekWillem de Clercq (1795-1844)

Dagboekfragment: dichter Bilderdijk sterft zonder bitterheid

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

De Groote Kerk in Haarlem. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Adriaan Boer
De Groote Kerk in Haarlem.Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Adriaan Boer

Haarlem, 23 december 1831

Spoedig waren wij te Haarlem, en van den Toelaat af begaven wij ons naar het konsistorie der Groote Kerk; merkwaardig was het, dat bijna geen letterkundige zich aldaar bevond.

Niemand was gevraagd, alles was een soort van improvisatie. Lodewijk Bilderdijk kwam binnen (Bilderdijks 19-jarige zoon, red.), er allerakeligst uitziende, doodsbleek, met zijn haren over het gezicht nederhangende. Verder zag men Da Costa en Capadose, die allerbitterst bedroefd waren.

Wij traden aan achter het lijk onder eenige toonen van het orgel: ik was getroffen door al hetgeen ik zag gebeuren en door het gewicht dat dit voor de toekomst had. Toen het lijk nedergezet was, begon Da Costa te spreken, snikkend, zooals ik zelden iemand bij zulk een gelegenheid zag. Zijn Amen klonk door de kerk.

Velen zullen Bilderdijk bewonderen, weinigen zullen hem benijden. Hij had eigenzinnigheden, overdrijvingen, uitdrukkingen die te sterk waren, doch hoe anders moest de man niet uitgerust zijn, die overal miskend en verguisd is geworden.

Gevraagd zijnde, of hij nog tegen iemand eenigen wrok had, zeide hij: ‘volstrekt geen.’ Violent tegen dengene die een a of o te veel of te weinig spelde, sprak Bilderdijk niet met bitterheid tegen zijn personeele vijanden. Bilderdijk was schoon na den dood. Zijn gelaat drukte geen genot, maar ernst en diepe aanbidding uit.

Willem de Clercq (1795-1844), koopman en dichter. Ingekort fragment uit Uit het dagboek en de brieven van Willem de Clercq. Bosch & Keuning, 1937.

Meer over