DagboekHermann Hülsmann (1902-1983)

Dagboekfragment: Daar komen de kolentremmers, in hun pikzwarte soepjassen

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

De haven van Port Saïd, Egypte.  Beeld Universal Images Group via Getty
De haven van Port Saïd, Egypte.Beeld Universal Images Group via Getty

Port Saïd, 2 december 1928

Om ongeveer 11 uur klaarden de mistbanken op en lag de stad met haar havens en pieren voor ons. Ontelbare kleine zeilscheepjes op de ree. Langzaam voeren we de vaargeul binnen en zochten ons een plaats in de buitenhaven. Met onze kruitlading mochten we niet aan de kade.

Zo konden we op ons gemak het kolentremmen bekijken. Daarop is Port Saïd uitstekend ingericht. Niet zodra lag de Singkep goed en wel voor anker, of een aantal sloepen kwam aanvaren om een menigte kolentremmers aan boord af te zetten. Een smerig zooitje in hun pikzwarte stoffige soepjassen, gewapend met hun schoppen en korven.

Direct daarna werden zolderschuiten aangesleept, met kolen beladen, tot vlotten van vier aaneengebonden. Ook zij vol kolenwerkers. Ze sleepten door het water lange balken achter zich aan. Zodra de vlotten langszij lagen, begonnen de Arabieren die balken op de schuiten te trekken, tot het ene uiteinde op de Singkep rustte en een loopplank gevormd was.

Buitengewoon handig weten die zwarte slaven te manoeuvreren, alle bewegingen streng ritmisch, onder begeleiding van klaaglijke kreten.  Liggen de loopplanken klaar, dan gaat ieder haastig zijn korf met kolen vullen, een waanzinnige drukte ontstaat, ze verdringen elkaar op de loopbruggen alsof het een wedstrijd gold.

Lange statige Arabieren, ook in zwarte jassen, maar met witte hoofddoeken ter onderscheiding, sporen de luiaards aan. En dat jacht en zwoegt in een hoog opwervelende wolk zwart stof als in een lugubere mierenhoop.

Hermann Hülsmann (1902-1983), Nederlandse jurist. Ingekort fragment uit Mijn reis naar Indië 1928 - 1929. LM Publishers, 2018.

Meer over