DagboekKee Arens (1945)

Dagboekfragment: Al vijf dagen op zee, en nog steeds is Tenerife in zicht

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Beeld Getty Images

Atlantische Oceaan, 17 januari 1980

Zuidwestenbries, afschuwelijk. Fons zegt dat als we nog een dag of vier zo’n pech houden, we beter kunnen stoppen. Als we goed kijken, zien we nog steeds de bergen van het eiland Tenerife. Dat is toch vreselijk, na onze vijfde dag op zee? De zon moet nu eigenlijk aan de ingang van ons hutje staan, maar schijnt door de raampjes aan de andere kant.

Fons heeft een stuk van de ham afgesneden en verorberd. Die ham is wel een beetje beschimmeld in de zak. We hangen hem nu bloot aan de mast, daar bengelt hij ­tegenaan. Ik weet niet wat ik eten moet; ik neem wat olijven en ­citroen.

Volgens onze berekening zijn we 7 kilometer naar het zuiden en 40 kilometer naar het westen ­afgedreven. Dat is vrijwel onmogelijk. We twijfelen, maar Fons is ­ervan overtuigd dat hij geen fout ­gemaakt heeft. Het is wel een prachtige dag. De zee is volkomen glad, alsof je erover kunt lopen.

Tegen de avond zien we weer een schip. Fons spreekt met hen door de VHF. De positie die zij opgeven, klopt met die van ons. Dan zijn we inderdaad westelijker ­gedreven. Hoe bestaat het.

’s Nachts was de zee weer spiegelglad, je zag de sterren er in schijnen. We lezen nog wat bij het petroleumlichtje, maar moeten de brandstof sparen. Er komt ­plotseling een harde wind opzetten; de zee wordt bruisend, maar het is verdorie een zuidenwind die steeds verder aanwakkert. Het klotst en stampt en giert.

Kee Arens (1945). Ingekort fragment uit Vlot waar ben je? Uitgeverij Veen, 1980. 

Meer over