Daarginds smaakt alles anders

De Nederlander gaat op reis – en wat neemt hij mee terug? Olie en azijn, voordeelzakken madeleines, kaas en droge worsten, wijn, wijn, en nog meer wijn....

Het is een formidabel schouwspel dat zich deze dagen voltrekt in supermarktvestigingen door heel Europa: moeder houdt twee jengelende kinderen in bedwang, terwijl vader – korte broek, sandalen – langs de schappen jakkert om spullen in de winkelkar te kieperen die, straks in Nederland, zullen herinneren aan die fijne vakantie over de grens.

De auto staat startklaar op de parkeerplaats, de caravan erachter, en daar gaan we: voordeelzakken met 2 kilo madeleines, een tray met toetjes, dat aparte vruchtenlikeurtje, vijf van die droge worsten van 1,99 per stuk, honing in zo’n grappige kinderknijpfles, dozen cornflake-achtig spul met speelgoedjes erin, zakken chocoladebroodjes die zeker een maand houdbaar zijn, een reuzepot Nutella, kaasjes die thuis niet te koop zijn, of peperduur – en ten slotte, want daar was het eigenlijk om begonnen: wijn, wijn en nog eens wijn.

Eric Haan uit Kerkrade kan zich in dat beeld wel herkennen. Vorig jaar, twee maanden voor hij met zijn gezin op vakantie naar Italië ging, bestelde hij een nieuwe auto bij de leasemaatschappij. ‘Een veel grotere bak dan we eerst reden. Omdat onze twee kinderen dan lekker de ruimte hebben tijdens die lange ritten, zei ik tegen mijn vrouw. Maar ik kon alleen maar denken aan die zes extra doosjes wijn die ik er op de terugweg in zou stapelen.’

Hij zit nu opnieuw in Italië, in Toscane, en meldt telefonisch dat hij bij het inkopen dit jaar terughoudend te werk gaat. Koffiebonen en wijn – dat moet het nu maar zijn. ‘We hebben drie, vier keer een uitstapje naar een wijnboer gemaakt. Daar koop je dan wel wat, die mensen staan daar natuurlijk ook niet voor hun lol, maar zo veel als vorig jaar heb ik niet ingeslagen.’

Wijnkoper Otto Lenselink van Lenselink Selected uit Oud-Zuilen moet vaak lachen als hij zulke verhalen hoort. Hij wil de kenners niet voor het hoofd stoten, maar heeft doorgaans geen hoge pet op van mensen die tijdens hun vakantie meer dan een enkele fles wijn inslaan om mee terug te nemen.

‘Je zit op je terrasje, het is mooi weer, iedereen doet aardig tegen je. Ja, dan kun je alles hebben, dan is de wijn prima.’ Maar wijn, zegt Lenselink, is emotie. ‘Daarginds smaakt alles anders. Als het gewone leven thuis eenmaal weer begonnen is, herken je in die wijn met de beste wil van de wereld niet meer wat je er eerst in geproefd hebt.’

Als hij de wereld over reist op zoek naar een aanwinst voor zijn assortiment, proeft Lenselink bij de producent. ‘Maar ik vraag ook altijd of ze een paar flessen van wat ik gedronken heb, voor mijn rekening naar Nederland willen sturen. Als ik hier nog een keer proef, weet ik pas of ik ze echt wil hebben.’

En dan nog: zelfs hij, de professional, gaat weleens de mist in. ‘Ik had wijn van een nieuw huis in de Bourgogne waar naderhand een vreemd bittertje in bleek te zitten. Kan gebeuren: de ontwikkeling van die wijn gaat in de fles gewoon verder, en dan blijk je op zeker moment toch iets over het hoofd te hebben gezien. Vervelend.’

Dat lijkt, op een ander niveau, wel een beetje op wat Tom en Evy Dirckx uit Breda overkwam toen ze twee jaar geleden, op vakantie in de Gers, benoorden de Pyreneeën, de caravan op de terugweg volstouwden met jerrycans vol witte wijn, rechtstreeks van de boer. ‘De buren op de camping hadden ons enthousiast gemaakt’, zegt Evy Dirckx. ‘Die kwamen al jaren bij die man over de vloer en dronken zijn wijn tot diep in de winter.’

Maar dat heerlijke wijntje – 100 liter voor 150 euro – bleek direct na thuiskomst te zijn veranderd in een waterig brouwsel met, zegt Tom Dirckx, ‘de afdronk van petroleum’. Hij weet zeker dat hij ‘ordinair belazerd’ is. ‘Dit was niet de wijn die we daar dronken. We hebben die man nog laten bellen door een vriendin die beter Frans spreekt dan wij, en toen hing hij een zeurverhaal op over dat het te wijten was aan het transport in een warme, deinende caravan.’ Evy Dirckx: ‘Nou, dat doen we dus nooit weer.’

Als ze volgende week terugrijden uit de Drôme-vallei, zuidoost-Frankrijk, hebben ze daarom niet meer dan een paar flessen olie en azijn bij zich, potjes met rillettes, ‘wat ingemaakte visdingen’ en een kilo nougat uit Montélimar, ‘omdat we daar nu eenmaal waren’. Sinds het wijndebacle beperken ze zich tot lang houdbare etenswaren. ‘Vroeger namen we ook nog wel bijzondere kaasjes mee terug’, zegt Tom Dirckx, ‘maar of je dat nu in de koelbox of in de koelkast van de caravan bewaart: het wordt een geweldige stinkbende.’

Edwin Peek van de Utrechtse delicatessenwinkel Peek & Van Beurden kent het probleem: ‘Ik krijg hier in de winkel straks, na de vakantie, gegarandeerd ook weer mensen die kaas mee naar huis hebben genomen en willen weten of ik iets verkoop wat erop lijkt.’ Hij adviseert klanten altijd alleen het etiket te bewaren. ‘Ik kan bij mijn leveranciers kiezen uit tweeduizend kazen. Gegarandeerd dat er wel iets tussen zit dat sprekend lijkt op de kaas van dat etiket.’

Zijn winkel puilt uit van de spullen waarmee elke vakantie vierende Nederlander graag de kofferbak vol zou gooien: van arabicabonen, gekonfijte eendenpoten en aparte pastasoorten tot verfijnde olie van Oostenrijkse makelij. Peek ziet de particuliere import van toeristen met een culinaire hobby niet bepaald als bedreiging – integendeel. ‘Hun interesse wordt erdoor aangewakkerd. Ze worden nieuwsgieriger. Voor mij is dat de ideale situatie: dat de klant mijn assortiment bepaalt.’

Dat wordt beaamd door Geraldine van den Heuvel van Brauer Special Foods in Beesd, een grote importeur van buitenlandse delicatessen. ‘Je kunt wel zeggen dat elk potje Engelse jam dat ze mee naar huis nemen ten koste gaat van onze omzet, want wij doen ook in Engelse jam, maar dat is onzin: die potjes raken leeg, en dan willen de mensen toch weer nieuwe potjes hebben.’

Ze signaleert, net als Edwin Peek, de laatste jaren wel de opmars van de kleine importeur. ‘Je hebt Engelsen die een tijd in Nederland wonen en dan denken: ik weet toch zeker veel beter wat er in Engeland te koop is?’ Peek: ‘Je ziet steeds meer mensen die uit liefhebberij met een bestelwagen op en neer zijn gaan rijden naar Frankrijk of Italië, en daar op enig moment een aardige boterham mee konden verdienen.’

Zo’n slag dacht Eric Haan uit Kerkrade een paar jaar geleden te slaan toen hij, buiten de vakantie om, naar een Franse hypermarché in Metz scheurde om zijn gehuurde busje vol te laden met de wijnaanbieding van de maand. ‘Ik kende die wijn. Die kon je ook in Nederland krijgen, maar daar kostte hij twee keer zo veel.’

Kwam hij terug, was een week later diezelfde wijn in de aanbieding bij Albert Heijn – een euro goedkoper dan wat hij er in Frankrijk voor betaald had. ‘Toen ben ik wel even ziek geweest.’

Meer over