ColumnSylvia Witteman

Dáár betalen we nou belasting voor, zei de vader tegen zijn zoontje

null Beeld
Sylvia Witteman

Op de hoek van de straat werd de ondergrondse vuilcontainer geleegd. Ik vind dat altijd een imposant schouwspel: de vuilnisbak zelf, toch al vrij groot, blijkt een miezerig topje van de vuilnisberg zodra zijn enorme onderstel opeens aan die stalen hijstoestand boven het oppervlak van de stad zweeft.

Nou, die moet je óók niet op je harses krijgen, denk ik dan altijd, want ik heb een heel beperkt gedachteleven. Maar de vader die naast mij met zijn zoontje van een jaar of 8 stond te kijken, zag er een knappe aanleiding in om zijn kind stichtend toe te spreken.

‘Mooi hè, Stijn?’ zei hij. En terwijl het kind met open mond knikte: ‘Dáár betalen we nou belasting voor. Anders zou dat vuilnis gewoon op straat blijven liggen. Dus nou moet je nooit meer zeggen dat belasting ‘zonde van het geld’ is!’

Aha, het knaapje was blijkbaar een libertijntje. Eigenlijk zijn álle kinderen dat, tenzij ze hevig geïndoctrineerd worden. Ik ken zo’n welwillende moeder, die haar kleuters als volgt toesprak: ‘Wij zijn er tróts op dat we belasting betalen. Zo zorgen we dat de wereld voor iederéén fijn is om in te wonen, ook voor tante Liesbeth die niet kan werken omdat ze vaak zo moe is in haar hoofd, en ook voor kindertjes die thuis alleen maar chips en cola krijgen omdat hun ouders geen centjes hebben voor lekkere zalm en spinazie!’ (Haar kleuters zijn inmiddels tieners die hun chips en cola zelf betalen van hun baantje als pizzabezorger, want zo gaan die dingen.)

‘Maar pap’, zei het jongetje. ‘Waaróm kost het dan geld, om vuilnis op te halen?’ Nou, daar ging vader aan het uitleggen. Die containers moeten gemaakt worden, er moet benzine in om ze rond te rijden, en vooral moeten de vuilnismannen natuurlijk betaald worden voor hun werk.

Het jongetje keek sceptisch. Hij zou het met liefde gratis doen, het maken van die containers, het rondrijden en het hijsen – je zág het hem denken. ‘Die vuilnismannen betalen geen belasting, hè?’ veronderstelde hij. ‘Jawel, jawel’, lachte de vader. ‘Iedereen betaalt belasting. Maar vuilnismannen verdienen niet zo veel, en ...’

‘Omdat ze zulk leuk werk hebben, zeker’, begreep het jongetje. De vader viel even stil, en het jongetje hernam: ‘Jij betaalt heel veel belasting, hè pap?’ Ik kon het antwoord wel raden, want we bevonden ons in een buurt waar geregeld lege dozen Château Margaux en Lafite Rothschild op de stoep staan.

‘Nou ...’ zei de vader. ‘Kijk ...’

Maar het jongetje luisterde al niet meer. Met grote ogen keek hij hoe de container majestueus teruggleed in de ondergrondse holte. Vuilnisman wilde hij worden, hij wist het zéker.

Hoe lang nog?

Meer over