Crèches in Zoetermeer laten vaste groepen los; 'Kind bepaalt hier zelf waar het naar toe gaat'

'Thuis zitten kinderen ook niet alleen maar in de huiskamer. Ze kunnen naar de keuken of ze kunnen in de gang gaan spelen....

Van onze verslaggeefster

Maria Hendriks

AMSTERDAM

De stichting Zoetermeerse Kinderopvang (veertig kindercentra) is volgens directeur A. van den Bergh bezig de groepsgedachte los te laten. Een probleem daarbij is nog de cao, die een strikte indeling vergt van het aantal kinderen en leidsters per groep.

De werkgevers willen daarvan af, maar de vakbond wil blijven tellen. Volgens J. Dieten van de Abvakabo valt wel te praten over een verdeling van aantallen leidsters en kinderen over de centra, in plaats van per groep.

Van den Bergh zou dat een schitterende oplossing vinden. 'Geen enkele groep is altijd honderd procent bezet, en om toch de kosten in de hand te houden, heb je wel eens in de ene groep een kind te veel en in de andere een kind te weinig. Nu mag dat niet volgens de cao, terwijl het bij ons pedagogisch wel verantwoord is, want de kinderen zitten niet steeds in de groep.'

Sinds twee jaar staan in de kindercentra in Zoetermeer geregeld de deuren van de groepsruimtes open, zodat de kinderen het hele gebouw door kunnen. Ze kunnen zelf bepalen waar ze heen gaan. Naast de groepsruimtes zijn of komen er kamers en hoeken met verschillende activiteiten: een plak- en knipkamer, of een podium met verkleedkleren en een poppenkast, of een hal waar je kunt klimmen, glijden en fietsen.

Dat vraagt wel een andere houding van de leidsters. Van den Bergh: 'Leidsters zijn niet meer alleen verantwoordelijk voor hun eigen groep, maar voor alle kinderen in de crèche. Je krijgt ook dat het meer door elkaar loopt. Bijna overal zijn crèche en naschoolse opvang strikt gescheiden, maar in Zoetermeer kunnen de schoolkinderen tussen de middag hun kleine broertje of zusje gaan opzoeken.'

Veel leidsters zijn bang dat een andere werkwijze hun taak zal verzwaren. De vakbond vreest bovendien concurrentievervalsing, want wie per groep meer kinderen opneemt, werkt goedkoper. Het begin van een neerwaartse kwaliteitsspiraal, vreest Dieten van de Abvakabo.

Maar volgens Van den Bergh snijdt het mes aan twee kanten als leidsters flexibeler kunnen worden ingezet. Er zijn dan minder open plekken in de groepen, wat geld scheelt, én je verhoogt je kwaliteit, want het wordt voor de kinderen interessanter.

Een ontwikkeling als in Zoetermeer ziet A. Huisman van advies- en trainingsbureau Link terug in het denken over pedagogiek in de kinderopvang. Tot voor kort hield de kinderopvang stevig vast aan de theorie dat een kind zich moet kunnen hechten aan de leidster. Wat er tussen kinderen onderling gebeurde, werd minder gezien.

Pedagoge E. Singer heeft erop gewezen dat een crèche een goed oefenterrein is voor onderlinge relaties, nu de gezinnen steeds kleiner worden en kinderen nauwelijks nog op straat spelen. Wie goed kijkt, ziet een kind dat probeert een ander kind bij het spel te betrekken, steeds nieuwe methodes toepassen als het niet direct lukt. Als in een groep te veel de nadruk ligt op de leidster-kindrelatie, krijgt dat soort interacties te weinig kans.

Dat nieuwe inzicht, ook gevoed door het voorbeeld van de kindercentra in de Italiaanse stad Reggio, zie je volgens Huisman langzamerhand de kinderopvang veroveren. Vanuit die optie is het heel verdedigbaar als een groep in plaats van twee één basisleidster heeft, terwijl de tweede zich meer bezighoudt met poppenspel of plakken en knippen, al naar gelang haar voorkeur. Kinderen uit alle groepen zijn vrij om zich bij die leidster te voegen en met haar mee te doen.

Meer over