Cool: grinden over de funbox

Lopen? Een beetje stoer kind rolt, op zijn waveboard. Naar school, naar pianoles en naar het zwembad; met snel swingende benen....

Loekie uit groep 5 van de Liduinaschool in Haarlem-Noord baalt behoorlijk. Ze is nu 8 ‘en een half’. En pas begin oktober wordt ze 9. Voor die tijd moet ze maar zien wiens waveboard ze kan lenen. ‘Want ik kan het al wel heel goed.’

Sem (10) en Sepp (10), uit groep 6, zijn wel in het gelukkige bezit van een eigen waveboard. Ze zien er – haar voor de ogen – uit als twee coole surfdudes, maar dan in verkleinde versie. Sepp had hem als eerste; gekregen in februari voor zijn verjaardag. En Sem kreeg hem na ‘heel lang’ zeuren – twee dagen – een maand of drie geleden. Sindsdien doen ze het twee uur per dag.

Sem heeft ’m vandaag ook echt mee naar school. Eentje met knalgroene wielen. Over het schoolplein doet-ie even een demorondje; soepel kringelen z’n voeten in een S: heuveltje op en weer naar beneden.

‘Oh, maar dat is heel makkelijk hoor’, zegt hij erbij. ‘Ik ben goed in snelheid en heel goed in bochten.’ Sepp is meer van de trucjes.

Sepp: ‘Ik kan grinden over de funbox. Dat is een soort trap. Dan ga je een beetje scheef met je decks.’

Zo’n funbox heb je op het skatepleintje bij het Zaanenbos vlakbij school, waar Sem en Sepp ’s middags vaak heen gaan: ‘Dan gaan we over de jumps, en er is ook een spamp. Eh... ramp’, zegt Sem.

Vince, ook 10: ‘Hoe weet jij al die namen? Zeker van grotere waveboarders? Daar vraag ik altijd namen van trucjes aan.’

Rage

Een waveboard, welk kind tussen de 6 en 12 jaar heeft het niet al, of droomt ervan om er een te krijgen? Lopen lijkt helemaal passé – een beetje stoer kind rolt. Naar school, naar pianoles en naar het zwembad; met snel swingende benen. Driewielers en rollators op de stoepen worden ingehaald, op de schoolpleinen zijn knikkeraars en keuvelaars hun leven niet meer zeker. En ouders zijn blij dat hun kinderen eindelijk weer eens buitenspelen.

Hoeveel boards er tot nu toe verkocht zijn, willen ze bij de Benelux-importeur van Streetsurfing – het officiële merk – liever niet prijsgeven, maar honderdduizenden zijn het er met gemak. Bovendien wemelt het van de neppers uit China.

Het bord met slechts twee zwenkwieltjes, en twee losse, om een as heen rollende deckplates, is als eerste in Zuid-Korea gesignaleerd en daarna in de Verenigde Staten (Californië) verder ontwikkeld. ‘Daar bestaat het al een paar jaar. Maar vorig jaar, met Sinterklaas, begon het in Nederland echt te lopen’, zegt Jeffrey Kuysten (29) van webshop waveboard.nl. En ook in België, Zwitserland, Denemarken en Duitsland is het razend populair. ‘Soms krijgen we ineens allemaal orders uit één buurt. Kinderen steken elkaar aan.’

Waveboarden, ook streetsurfen, lijkt de rage van 2010. Al spreken ze bij de Nederlandse importeur liever niet van rage. Want dat klinkt te veel alsof over een half jaar alle waveboards alweer op zolder liggen. Wouter van Verseveld (26), waveboardinstructeur voor drie dagen in de week: ‘Eigenlijk is de rage al voorbij. Het gaat er nu om dat kinderen het blijven doen.’

Sem, Sepp en Vince leggen het even uit: ‘Waveboarden is een kruising van surfen, snowboarden en skaten.’

Sepp: ‘Ik was al een skateboarder.’

Sem: ‘Ik kon al best goed snowboarden.’

Vince: ‘Ik surfde hiervoor ook al op het water.’

Qua techniek zijn er overeenkomsten. ‘De pompbeweging met je achterste voet heb je ook met surfen’, zegt instructeur Wouter van Verseveld. En je kunt met een waveboard ook carven (voeten naar voren en naar achteren kantelen), net als met snowboarden.’

Ook al ziet het er moeilijk uit, de meeste kinderen leren het heel snel, zegt Van Verseveld uit ervaring. Wat je nodig hebt, is een beetje lef en veel balans. ‘In een uurtje hebben de meeste kinderen het wel onder de knie. Ze denken er niet over na, ze doen het op gevoel.’

Sem: ‘Ik heb het geleerd van een jongen uit groep 7.’

Vince: ‘Ik vorig jaar van een grotere jongen op de camping. Die had er een, waar ik soms op mocht. In het begin kon ik nog maar 3 meter achter elkaar. Nu kan ik een hele dag door waveboarden zonder dat ik val.’

Veel moeilijker

Achter het waveboard gaat een marketingconcept schuil. Er is een ‘community’ op internet die luistert naar de naam Boardmembers. Er zijn video’s, clinics en events, waar een ‘demoteam’ van heel coole 12-jarigen hun kunsten vertonen. En er komt een eigen kledinglijn: shirts, shorts, slippers. Het idee is: waveboarden is net zo stoer als de grote broer: skaten. Net zozeer een scene, een way of life maar dan voor jonge kinderen. Zoals Sem, Sepp en Vince.

Maar de verschillen met skaten zijn eigenlijk groter: een waveboard kan namelijk alleen maar vooruit, niet achteruit. En misschien nog wel belangrijker: behalve eindeloos veel rondjes en rechtdoor rijden kun je er verder niet zoveel mee. Vandaar ook dat er binnenkort een nieuwe toepassing komt: wavehockey, met sticks en goals. Want: ‘Iedereen heeft er een en iedereen kan het nu wel zo’n beetje’, aldus Jeroen van Schie van Streetsurfing.

‘Skateboarden heeft natuurlijk veel meer geschiedenis’, weet ook Jeffrey Kuysten van waveboard.nl. ‘Met grote namen en veel meer tricks. Het is ook veel moeilijker. Het niveau is hoger en de leeftijd is hoger. Maar het waveboard is een goede opstap.’

Kinderachtig

Vandaag geeft Wouter van Verseveld – coup soleil, surfbroek, slippers – een ‘waveboard-clinic’ voor het Gerrit van der Veen College in Amsterdam. ‘We hebben een scholenprogramma bestaand uit een workshop voor vakleerkrachten, en daarna mag een school de spullen een week gratis lenen.’ Inmiddels doen in Nederland zo’n achthonderd scholen mee: basisscholen, en zoals vandaag middelbare scholen, maar ook veel naschoolse opvang en zomerkampen.

Op het Olympiaplein hebben zich acht meisjes verzameld uit 5 vwo en 4 havo, iets ouder dan de gemiddelde waveboarder, maar het is sportdag. Sam rijdt er zo op weg: ‘Mijn zusje heeft er een’, verklaart ze. ‘Maar die kan het veel beter hoor.’

‘Heel belangrijk is een goede afzet’, zegt Van Verseveld. ‘Waar je op moet letten, is dat je je voet aan de binnenkant van het voorwieltje neerzet, anders schiet het board onder je vandaan. En zorg ervoor dat je ook je achtervoet midden op het platform zet.’

En dan is het gewoon een kwestie van doen.

Chelsea zoekt meteen houvast aan het hek. Ze vindt waveboarden ‘te kinderachtig’, maar wel leuk voor nu. ‘Naar achteren leunen’, roept Van Verseveld. ‘Hou het gewicht in het midden. Door de knieën zakken en dan die S-beweging maken, vanuit de heupen.’

Niet zo gevaarlijk

Tweedeklasser Aidin – afro, blauwe Vans-zonnebril, ruitjesblouse helemaal open – komt even kijken bij het waveboarden. Hij vindt het helemaal niets. ‘Ik vind die dingen echt zo... nichterig!’, zegt hij terwijl hij erop wegschiet. ‘Ik heb een longboard, en daarvoor had ik inline-skates. Als je echt cool wilt zijn, dan koop je geen waveboard. Skaten is veel sneller en cooler. Als je dan toch je pols moet breken, dan liever met skateboarden.’

Een waveboarder gaat hooguit 10 á 15 kilometer per uur. Een prima snelheid voor een kind van 8, maar enigszins sloom als je zeg een scooter wilt bijhouden. Vette trucs kun je er ook niet mee. ‘Een kickflip kan, maar dan moet je wel heel hard oefenen’, zegt Van Verseveld. ‘Mij lukt het niet.’ En een halfpipe of skatepark zijn ook niet echt aan de waveboarder besteed. Daar heb je een skateboard of een paar goede inline-skates voor nodig.

Sem en Sepp en Vince denken daar heel anders over. Zij vinden skateboarden juist saai: ‘Daar kun je juist alleen maar op staan en rijden.’ En Sem kan het weten: die hád eerst een skateboard, maar daar vindt-ie nou niets meer aan. ‘Met een waveboard kun je juist wel heel veel trucjes doen.’

Sepp: ‘We kijken ze van elkaar af: een ollie en andere dingen zoals eh... een wheelie.’

Vince: ‘En je kunt veel trucjes zelf verzinnen. Dat is het leuke van waveboarden. Ik doe er altijd een met twee voeten in het midden, op die stang tussen de decks.’

Of het gevaarlijk is? In ieder geval niet zo gevaarlijk als men denkt. Kuysten van waveboard.nl: ‘Je hoort nu wel iets meer van ongelukken en fracturen maar het zijn er nog altijd minder dan met skaten of gewoon schaatsen. Door het bord te kantelen kun je heel makkelijk remmen en stoppen. Achterovervallen gebeurt ook niet zo snel.’

Ook de jongens van groep 6 vinden het allemaal wel mee vallen. Ze hebben hooguit wat schrammen.

Sepp trekt zijn broek omhoog: ‘Ik heb wel een blauwe plek maar die is niet van het waveboarden.’ Sem heeft een kapotte knie, maar zegt hij, terwijl zijn moeder van wel knikt: ‘Ik val haast nooit.’

‘Ja’, zegt Vince eerlijk, ‘maar áls je valt, val je wel meteen heel hard.’

Toch dragen ze geen beschermers. Vince: ‘Zeker op het skatepleintje vinden ze dat een beetje stom en kinderachtig.’

Bovendien, zegt Sepp: ‘Als je goed bent, heb je geen beschermers nodig.’ En daar is ook Sem het helemaal mee eens.

Meer over