Commissie zoekt naar de twee waarheden van Oost-Timor

Voor het eerst werken twee landen samen in één Waarheidscommissie: Indonesië en Oost-Timor. ‘Een leerproces.’..

JAKARTA Bisschop Carlos Felipe Ximenez Belo blijft glimlachen. Zelfs als hij vertelt hoe pro-Indonesische militieleden en Indonesische militairen in september 1999 eerst zijn diocees en een dag later zijn bisschoppelijk paleis in de Oost-Timorese hoofdstad Dili aanvielen en platbrandden.

Bisschop Belo is de eerste getuige die verschijnt voor de Indonesisch-Timorese Commissie voor Waarheid en Vriendschap. Die commissie is ingesteld door de presidenten van beide landen. Zij heeft tot taak te achterhalen wat er gebeurde in 1999, toen de bevolking van Oost-Timor massaal voor onafhankelijkheid koos.

Het referendum ontketende een golf van geweld waarin pro-Indonesische milities, gesteund door Indonesische militairen, zeker duizend Timorezen vermoordden en bijna 80 procent van de Timorese infrastructuur verwoestten.

Mensenrechtenorganisaties zien de commissie als een nieuwe poging van Indonesië om de waarheid onder tafel te schuiven. Jakarta heeft al een ad hoc rechtbank over het geweld in Oost Timor laten oordelen. Die rechtbank is internationaal weggehoond, nadat zij alle aangeklaagde officieren van leger en politie had vrijgesproken. Van de achttien verdachten werden alleen twee Timorezen tot gevangenisstraffen veroordeeld.

De Commissie voor Waarheid en Vriendschap heeft geen tanden, zeggen de critici. Zij wijst geen schuldigen aan en zal niemand voor de rechter brengen. Het Indonesische commissielid Agus Widjojo zal al tevreden zijn als de waarheid wordt vastgesteld, en als de schuldigen spijt betuigen. ‘Onze taak is de objectieve waarheid vast te stellen’, zegt hij.

Tijdens het verhoor van bisschop Belo wordt duidelijk dat de Indonesische en de Timorese leden van de commissie ieder naar een eigen versie van de waarheid vissen. De Indonesiërs willen de schuld niet alleen bij de milities of de militairen zoeken, maar vooral ook bij de Timorezen zelf.

Commissielid Achmad Ali vraagt nadrukkelijk of de Timorezen misschien de kerken aanvielen omdat zij teleurgesteld waren in hun katholieke kerk, die het kamp van de onafhankelijkheid had gekozen? En Widodo wil weten of Oost-Timor niet ‘een cultuur van geweld’ kent?

De Timorese commissieleden proberen de Indonesische troepen als de hoofdschuldigen te ontmaskeren. Olandina Caeiro: ‘Wie zat er achter al die milities? Wie gaf ze wapens? Wie gaf ze geld? Wat is de link met de militairen?’ Cirilo Cristovão: ‘Zijn er indicaties dat het geweld gecoördineerd was?’

Het zal niet makkelijk zijn straks de verschillende richtingen van ‘de waarheid’ in één rapport samen te vatten. Een medewerker van de commissie spreekt van ‘een leerproces’. ‘Het is nog nooit eerder gebeurd dat twee landen samen zo’n commissie hebben ingesteld.’

De commissie moet in juli klaar zijn, maar heeft al extra tijd gevraagd. Of de buitenwereld haar rapport ooit te zien krijgt is niet zeker. Het zou Widjojo niet verbazen als de regeringen van Indonesië en Oost-Timor besluiten de rapporten in een la te stoppen, om hun broze betrekkingen niet te belasten.

Ook bisschop Belo wil liever geen schuldigen aanwijzen. ‘Wij moeten niet achterom kijken’, zegt hij. Hij vertelt over de priesters die hem in paniek opbelden omdat hun kerken werden aangevallen. En over de Indonesische chef-staf Wiranto, die hij ontmoette op het vliegveld van Dili. ‘Ik vroeg of hij de zaak kon kalmeren. Hij zei alleen: ‘Wij zullen zien’.’

Uit zijn relaas blijkt dat Indonesische militairen hebben toegekeken bij het geweld van de pro-Indonesische milities. Maar als het Timorese commissielid Aniceto Guterres vraagt of Indonesische militairen het geweld hebben georganiseerd blijft Belo een antwoord schuldig.

Op de vraag of Oost-Timor ‘een cultuur van geweld kent, geeft hij de Indonesische commissieleden echter wat zij willen horen: ‘Wij hebben altijd in oorlog geleefd. Ja, Oost-Timor heeft een cultuur van oorlog.’

Meer over