PostuumClaire Posthumus (1938-2021)

Claire Posthumus (1938-2021): excentrieke bibliothecaris van de vrouwenbeweging

Claire Posthumus Beeld Jeannette Hartgerink
Claire PosthumusBeeld Jeannette Hartgerink

‘Ik raap de Privé van de straat op’, zei Claire Posthumus in 1982 in de Volkskrant. Op rijkskosten nam je geen abonnement op het roddelblad. Maar, meende de op 30 augustus overleden bibliothecaris van het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging: ‘Die bladen zullen in het jaar 2050 zonder twijfel bijdragen tot het historisch beeld van de wereld waarin de Nederlandse vrouw van de jaren tachtig leefde.’

Claire Candide Posthumus werd in 1938 geboren als dochter van geleerden. Haar moeder Willemien Posthumus-van der Goot was de eerste gepromoveerde vrouwelijke econoom van Nederland. Haar vader, historicus Nicolaas W. Posthumus, richtte het Instituut voor Sociale Geschiedenis op. Aan tafel werd veel gediscussieerd. Haar ouders scheidden toen ze 13 was. Al op 17-jarige leeftijd raakte ze zwanger, in 1956 kreeg ze een zoon. Toch ging ze geschiedenis studeren. In 1962 scheidde Posthumus van haar eerste man, in 1979 strandde een tweede huwelijk.

Een Dolle Mina van het eerste uur was ze niet, daarvoor was ze te druk met haar eigen leven. Toch werd ze in 1974 bibliothecaris van het onder andere door haar moeder opgerichte Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (nu Atria). Daar pas raakte ze in de ban van de vrouwenemancipatie.

Bouquetreeks

Aanvankelijk zat ze er middagen alleen. Maar tijdens de tweede feministische golf en na Het Jaar van de Vrouw in 1975 wisten plots duizenden bezoekers per jaar het instituut te vinden. Naast geschriften van Aletta Jacobs kreeg nu ook de Bouquetreeks een plek. ‘Soms is het niet te pruimen. Maar het punt is: met het nietig verklaren van de literaire waarde, verguis je ook de bezigheid van die vrouwen.’

Als kind bouwde ze al torens met haar vaders archiefmappen. Toch kwam haar liefde voor het archiefwerk meer voort uit de drang tot informeren dan tot verzamelen. Oud-collega en kamergenoot Marianne Boere herinnert zich Posthumus als een aardige en kleurrijke collega. ‘Echt een bibliothecaris van de oude stempel, met een grote liefde voor boeken en kaartenbakken. Maar ze was geen manager, en met moderne ontwikkelingen zoals digitalisering had ze moeite.’ In 1993 ontving Posthumus de Harriët Freezerring als waardering voor haar werk voor de vrouwenbeweging.

Al tijdens haar werkzame leven nam Posthumus schilderlessen, resulterend in exposities. Later was ze schildersmodel, ook naakt, bij diverse ateliers en kunstopleidingen. ‘Ze was heel excentriek en mocht graag een beetje provoceren’, zegt Jeannette Hartgerink van SAKB KunstLokaal in Amstelveen. ‘Dan ging ze zitten met alleen gebreide sokken aan, of een Ajax-pet en –sjaal.’

Intelligent en rebels

Zoon Bas Polling omschrijft zijn moeder als rebels, intelligent en creatief. Ze was sociaal bewogen, deed vrijwilligerswerk voor vluchtelingen en in een hospice. ‘Maar ze heeft nooit een echt gezinsleven gehad. Ze was geen ma en geen oma, wel een vriend.’ De laatste jaren zorgde hij voor haar. Ze wilde graag thuis eindigen, maar belandde toch in een verzorgingshuis. Daar werd ze geveld door de pandemie.

Dat Posthumus in de voetsporen van haar ouders trad, was ook een last voor haar, zei ze eens tegen Ischa Meijer. Op een portret geschilderd door Edgar Fernhout staat Claire nog harmonieus met haar moeder Willemien, mede-auteur was van het boek Van moeder op dochter – het aandeel van de vrouw in een veranderende wereld (1948). Maar deze moeder en dochter raakten gebrouilleerd. ‘Tijdens haar leven heb ik het eigenlijk nooit zo goed met haar kunnen vinden, maar zo langzamerhand gaat dat beter’, zei Claire daar later over. ‘Ik denk steeds meer: hoe zou zij het gewild hebben?

Meer over