Château met ontbijt

Honderden eigenaren van Franse kastelen openen gezamenlijk hun deuren voor betalende gasten. Er is een kasteel voor elke smaak, zolang die maar romantisch is: 'Aan deze pruimenboom groeit de confiture voor het ontbijt.'..

Denk niet dat de poetsvrouw van Château de Montgouverne de stofdoek hanteert met de Franse slag. De verlepte rozenblaadjes liggen niet toevallig op het dressoir in de salon. Ze verraden de stilistische hand van mevrouw. De bloemblaadjes zijn onderdeel van een halve vierkante meter stilleven in oud-roze, donkerrood en zilver samengesteld uit vaasjes, potjes, een schemerlampje, kandelaars, schelpjes en uitgebloeide theerozen op een hoek van het negentiende-eeuwse meubel.

Eigenlijk verraadt het hele kasteeltje de stilistische hand van mevrouw, en zo te zien had mevrouw ook met een groter château wel raad geweten. 'Ach, mijn echtgenote', zegt meneer Desvignes bij het volgende stilleven, 'alles in het interieur verandert voortdurend. Er zijn nooit bloemen genoeg voor haar. Het kasteel bood ons de mogelijkheid onze collectie antiek de ruimte te geven. We verzamelen al twintig jaar.'

Sinds hij negen jaar geleden zijn drogisterijketen in het zuiden van Frankrijk van de hand deed, is Desvignes kasteelheer. 'Het is meer een aangenaam tijdverdrijf dan een echt beroep. Het is heerlijk, heerlijk om gasten uit allerlei landen te ontvangen.' Een erbarmelijk vervallen kasteeltje in de Loirestreek bood de kans op een tweede leven. Het werd grondig gerestaureerd, er werden hotelkamers in gebouwd en terwijl meneer zich tegenwoordig om de gasten en de tuin bekommert ('Aan deze pruimenboom groeit de confiture voor het ontbijt'), kan mevrouw haar stilistische talenten uitleven. Een bos lavendel met een nonchalante zijden strik op een stoel, een vogelnestje onder een kaasstolp, een verzamelingetje antiek glaswerk hier, wat rococo-porselein daar, mandjes en schalen met bladeren, beukennootjes, maïskolven en andere decoratiestukken uit eigen tuin zoals een paar door de natuur zelf creatief misvormde pompoenen. Niets doet denken aan de twintigste eeuw, of het moet de geluidsbox achter de sofa zijn, maar die verraadt zijn opstelling pas wanneer de fotograaf met het licht per ongeluk ook de installatie aandoet en het geluid van kabbelende golven de salon vult.

Op een paar kilometer van de stad Tours en op een steenworp van de Loire ligt het achttiende-eeuwse Château de Montgouverne, ideaal voor een paar dagen vakantieromantiek. De torens met spitse puntmutsen geven het grote land huis - gelegen op een heuvel tussen de wijngaarden - het uiterlijk dat het woord kasteel rechtvaardigt. Vanuit het rijkeluisdorp Rochecorbon zijn de prinsessentorentjes nog net zichtbaar tussen de tweehonderd jaar oude bomen in de tuin.

Château de Montgouverne is een van de honderden Franse kastelen in privé-eigendom die zijn verbouwd tot hotel. Oude en nieuwe hoteliers-kasteelbezitters hebben zich verenigd in de organisatie Chateaux et Hotels Independants om hun kastelen en landgoederen onder de aandacht te brengen. In tegenstelling tot Desvignes voelden veel leden geen directe roeping tot het gastheerschap. Ze zochten een extra bron van inkomsten om de torenhoge kosten van het kasteelonderhoud te kunnen betalen.

De productie van wijn, 24 duizend flessen Bourgogne per jaar, en rabarberjam, enkele tientallen potjes, leveren de familie Germain in Chorey-les-Beaune niet genoeg op om hun kasteel te onderhouden. Daarom trokken de Germains zich negen jaar geleden terug in een vleugeltje van hun zeventiende-eeuwse château en verhuren ze hun vroegere woonvertrekken aan toeristen. 'Het was wel moeilijk in het begin, maar inmiddels zijn we gewend aan gasten om ons heen', zegt Estelle Germain, kasteelmanager en dochter van de eigenaar. 'We moesten wel. Ons kasteel was in slechte staat. Vooral aan de buitenkant was veel werk. Binnen is onder meer de elektriciteit vernieuwd.' De kamers zijn eenvoudig en smaakvol ingericht met antiek uit de familieboedel en her en der aangeschafte stukken. Een speciale timmerman moest eraan te pas komen om de bedden, ooit vervaardigd voor negentiende-eeuwers, met een centimeter of twintig te verlengen.

In de salon, de eetkamer en de keuken zijn geen ingewikkelde pogingen ondernomen om het interieur romantischer te maken dan het was. De kasteelkeuken bevat naast een rek met koperen pannen ook een magnetron en een vaat wasmachine, de zwijnen en herten - door grootvader en vader zelf geschoten - kijken vanaf de monumentale schouw uit op het babyspeelgoed van de jongste telg. Vooralsnog is er geen stilist of bin nenhuis-architect over de drempel geweest; de salon- en eetkamerwanden heb ben nog de opmerkelijke kleuren die een artistieke neef er 25 jaar geleden opsmeerde. Hij nam in het kasteel de speelfilm Cri de Coeur op - ook geen echte kaskraker geworden. Het geres taureerde trappenhuis in een van de torens kreeg onlangs een laagje Tos caansachtig geel, aan een oud kapstokje gemaakt van hertenpootjes hangt een paraplu met de naam van een computerfirma. Hier wordt echt geleefd. Wel zo leuk voor de gas ten.

Natuurlijk komt niemand weg uit Château Chorey-les-Beaune zonder de wijnen van het huis te hebben geproefd. Het kasteel ligt in een weelderige tuin midden tussen de wijngaarden van de familie. Een aantal wijnen wordt geschonken in Mi chelin-restaurants met twee of drie sterren. Maar hoe lang nog, vraagt Estelle zich hardop af. 'Vader wil er onderhand mee ophouden en mijn broers hebben er geloof ik geen zin in.'

Château de Remaisnil in Picardië is sinds twaalf jaar eigendom van de Amerikaans-Zuid-Afrikaanse familie Doull. 'We simply fell in love with the château', zegt Susan Doull. Het optrekje stond toevallig te koop toen het echtpaar voorbijkwam en werd prompt aan geschaft, gemeubileerd en al. De familie, vijf kinderen, verruilde de drukte van New York voor de serene rust van Noord-Frankrijk. Remaisnil, gebouwd in 1760, wordt gekenmerkt door een ingehouden rococostijl. Eeuwenlang was het eigendom van landadelijke families.

Toen mevrouw Doull voor het eerst het knarsende grint van de oprijlaan opreed, was het kasteel tot in de puntjes gerestaureerd en ingericht door de overleden eigenaresse, Laura Ashley. De Britse bloemetjeskoningin had het kasteel als woonhuis in gebruik. Ze had haar stipjes- en bloemencollectie in de kast gelaten om het château zoveel mogelijk in achttiende-eeuwse stijl te decoreren. Al leen de gordijnen in de eet salon, wit met een rood stipje, dragen dui de lijk de Ashley-kenmerken. Het kas teel is vaak gebruikt als decor voor interieurreportages van de firma.

De familie Doull verhuurt achttien kamers en salons-met-badkamer die dankzij de zorgvuldig gekozen stoffering hun eigen, oorspronkelijke romantiek hebben behouden. Louis xv- en xvi-meubilair en gedrapeerde zijden gordijnen, hemelbedden en porseleinen badkuipen, en nergens een pompoen te bekennen. De indrukwekkende bibliotheek wordt gedeeld door de familie en de gasten. 'Dit is de enige plaats waar mag worden gerookt', zegt de Franse hotelmanager. 'Het brandgevaar in de kamers is aanzienlijk met al dat zware textiel. Bovendien, eh, madame is Amerikaanse ziet u.'

Brandgevaar of niet, de salon en de eetsalon worden 's avonds verlicht door kroonluchters met echte kaarsen. In tegenstelling tot veel van de hotels van de Chateaux & Hotels Independants kan in Remaisnil worden gedineerd. Het kasteel heeft een eigen chef die ook het eten verzorgt voor bruiloften en partijen, vertelt de manager.

'Maar we doen ook business-incentives en seminars', voegt mevrouw toe.

In het voormalige koetshuis is een moderne vergaderruimte ingericht. De businessgasten kunnen via een tunnel terug lopen van de twintigste naar de achttiende eeuw, van de overheadprojector naar de kroonluchters.

Meer over