POSTUUMChantal Boonacker (1977-2021)

Chantal Boonacker won medailles als paralympisch atleet en leidde als epidemioloog tal van leerlingen op

Als paralympisch zwemster won Chantal Boonacker twee bronzen medailles, als epidemioloog leidde ze tal van leerlingen op. ‘Ik heb het lang kunnen rekken, maar nu is de accu leeg.’

Chantal Boonacker. Beeld rv
Chantal Boonacker.Beeld rv

Ze won twee paralympische medailles op de rugslag en werd daarna epidemioloog in Utrecht. ‘Een doorzetter’, zegt Gerdien Dalmeijer, collega en kantoorgenoot van Chantal Boonacker, de atleet die op 29 januari op 43-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een spierziekte.

Het is een understatement voor iemand die acht jaar topzwemster was en promoveerde in de epidemiologie – een vakgebied dat door corona nu in het middelpunt van de belangstelling staat. ‘Toen ze na de middelbare school wilde gaan studeren, zei een docent: ‘Waarom zou je dat doen? Je bent gehandicapt en vrouw. Je kunt er niet veel mee doen.’ Maar ze heeft toch heel veel mensen op kunnen leiden’, zegt haar vader Fred Boonacker.

Tintelingen in de vingers

Chantal Boonacker werd geboren in Nieuwegein in een gezin met een jongere broer. Ze was een sportief kind, gek op zwemmen, schoonspringen en turnen. Op haar tiende jaar kreeg ze tintelingen in de vingers. Twee jaar later werd een zenuwontsteking in haar ellebogen en knieën vastgesteld waardoor haar spierkracht afnam. Haar vader: ‘Ze ging hier naar de gewone middelbare school, maar daar werd ze gepest. Toen koos ze er zelf voor om naar Werkenrode in Nijmegen te gaan, een school voor voortgezet speciaal onderwijs. En daar werd gezegd: waarom ga je niet weer zwemmen?’

Fred Boonacker herinnert nog een keer dat hij met zijn vrouw in de kleedkamer kwam kijken: ‘Daar stond een kunstbeen, daar lag een andere prothese, het was best wel confronterend.’ Al gauw bleek het talent van Chantal. Ze ging wedstrijden winnen en mocht in 1997 naar het EK en een jaar later naar het WK in Christchurch in Nieuw-Zeeland.

In 2000 plaatste ze zich voor haar eerste Paralympics in Sydney, waar ze vierde werd. Een jaar later behoorde ze na het WK al tot de vier beste zwemsters van de wereld. Behalve op de rugslag had ze Nederlandse records op alle vrijeslagnummers. Ze trainde 26 uur per week, wat ze combineerde met een studie biomedische wetenschappen. In Athene in 2004 en Beijing in 2008 won ze bronzen medailles. Ze legde een ongelooflijke discipline aan de dag: elke morgen om 04.50 uur op om te trainen en elke avond 20.30 uur naar bed. Op zondag mocht ze uitslapen tot 06.30 uur.

Na de Spelen in Beijing trad ze in dienst van het Julius Centrum, het kenniscentrum gezondheidswetenschappen van het UMC in Utrecht. Ze promoveerde in 2012 op Evidence into practice. Upper respiratory tract infections in children / Van kennis naar praktijk. Bovenste luchtweginfecties bij kinderen.

Doorgeven van kennis

Van 2012 tot 2019 gaf ze epidemiologielessen aan studenten uit alle landen. Gerdien Dalmeijer: ‘De een kiest voor onderzoek, zij vond het doorgeven van kennis erg belangrijk.’ Hoewel ze zelf aanvankelijk moeite had om vanuit een rolstoel te doceren, bleek het totaal geen beletsel.

‘Achteraf kon je zien dat het steeds slechter ging. Ze begon nog in een met de hand voortbewogen rolstoel. Daarna werd het een elektrische rolstoel met de nieuwste snufjes. Steeds vaker moest ze thuiswerken.’ Pas toen ze helemaal zorgafhankelijk was geworden, stopte ze.

In het universiteitsblad DUB zei ze: ‘Mijn lijf kan mijn hoofd niet langer bijhouden. Op een gegeven moment werkte ik drie keer één uur per week. Om dat vol te kunnen houden, sliep ik 12 tot 16 uur achtereen. Ik heb het lang kunnen rekken, maar nu is de accu leeg.’ Ondanks langdurig onderzoek is niet vastgesteld wat haar ziekte precies is geweest.

Meer over