InterviewEva Crutzen

Cabaretier Eva Crutzen: ‘Ik denk heel vaak: hoe zou mijn moeder eruit hebben gezien als ze nog had geleefd?’

Eva Crutzen. Kleding: Gym pak: Schueller de Waal x LPRD pumps: Kringloopwinkel.Beeld Jouk Oosterhof

Toen Eva 11 jaar was ging haar moeder dood. Dat hakte erin bij cabaretier Eva ­Crutzen, en het blijft erin hakken. Hoewel ze er ook veel fuck it-kracht aan ontleent. ‘Juist doordat het allemaal niet zo soepel ging, heb ik wilskracht ­opgebouwd.’

Haar vriend gaat wel even in een andere kamer zitten. Dan kan cabaretière Eva Crutzen (32), onder meer bekend van haar succesvolle theaterprogramma’s en haar meesterlijke typetjes in Klikbeet en Promenade, in de woonkeuken van hun Amsterdamse appartement ongestoord praten.

Hij, regisseur Josèff Iping, moet toch zo weg om de laatste hand te leggen aan de driedelige comedyserie Opslaan als, de televisiebewerking van Crutzens alom bejubelde theaterprogramma, die deze week wordt uitgezonden. ‘Ze is een van de meest getalenteerde cabaretiers van haar generatie’, schreef NRC Handelsblad naar aanleiding van de show. En het AD: ’Onbeschaamde Eva Crutzen nestelt zich definitief in kopgroep Nederlands cabaret.’ Ze heeft volgens recensenten ‘een volstrekt originele stijl’, kan prachtig zingen, en ‘haar onderwerpen zijn even komisch als ontroerend.’

‘Ik ben Josèff zo dankbaar', zegt de in Maastricht geboren Crutzen met licht Limburgse tongval terwijl ze thee op tafel zet. ‘Zonder hem had ik het niet gered, hij is zo goed in wat hij doet. Soms was de samenwerking ook wel confronterend want we zijn allebei nogal pittig, of gepassioneerd, zoals ik het altijd noem. Ik word ook nooit boos. Dan vraagt Josèff: ‘Waarom word je nou boos?’ en dan gil ik: ‘Ik ben niet boos, ik ben gewoon gepassioneerd!’ Op een bepaald moment heeft hij ook wel tegen mij gezegd: ‘Hé, Eef, heel gaaf hoor dat je zo lekker op je gemak bij me bent, maar ik heb godverdomme zes uur lopen pielen aan die montage en dan zeg jij in twee seconden: dit werkt niet, we gaan iets anders doen. Ik wil in ieder geval dat je je er bewust van bent dat ik ook gewoon een mens met gevoelens ben.’ Oh ja, kut, denk ik dan. Hij zei ook: ‘Je moet mij een beetje vertrouwen, ik doe dit niet voor de eerste keer en jij wel. Dus...’

In Opslaan als buigt Crutzen zich over het geheugen en de herinneringen, onder meer aan haar overleden moeder. Wat onthoud je, wat zou je het liefst vergeten? En waarom weet je futiele zaken, zoals de songteksten van Ruth Jacott, nog wel, maar vergeet je wat je moeder tegen je zei op de laatste dag van haar leven? ‘Ik denk heel vaak: hoe zou mijn moeder eruit hebben gezien als ze nog had geleefd?’, mijmert ze bijvoorbeeld in het programma. ‘Wat voor soort vrouw zou ze zijn geworden? En hoe zou onze band zijn geweest? Ik troost mezelf met de gedachte dat het ook heel moeizaam geweest zou kunnen zijn. Misschien was ze wel zo’n heel naar verzuurd wijf geworden. Dat hoop je dan toch.’

Geruit pak: Vintage Frans Molenaar.Beeld Jouk Oosterhof

Kun jij je nog herinneren dat je moeder ziek werd?

‘Ja, ik weet nog dat ze het aan ons vertelde. Misschien is dat wel een van mijn eerste herinneringen. Ik was net 8. We waren wortelstamppot aan het eten. Ik weet nog precies hoe we zaten. En toen vertelde ze dat ze er over niet al te lange tijd niet meer zou zijn.’

De thee is nog heet, het zakje hangt er net in, wanneer de eerste tranen vloeien. Ze herpakt zich voor zover dat gaat.

‘Het raakt mij heel erg omdat ik me ineens realiseer dat ik dit nog bijna nooit aan iemand heb verteld. Ik weet nog dat we op de bank gingen zitten en dat mijn broer en ik moesten huilen. ‘Ik snap het niet, leg het me dan uit’, zei ik steeds tegen mijn moeder. En: ‘Hoe werkt dat dan? Kom je dan ook niet af en toe terug?’ ‘Nee’, zei zij, ‘als ik weg ben, ben ik ook echt weg.’ Dat had zo’n grote impact op me. Dat je nooit meer iets kan vragen, nooit meer tegen iemand aan kunt liggen, dat vond ik zó verdrietig.’

Josèff komt de kamer binnen. Even zijn fietssleutels pakken. Hij ziet zijn vriendin in tranen aan de keukentafel zitten. ‘O jee, timing!’ zegt hij ongemakkelijk. Crutzen giechelt tussen het snikken door. ‘O, ik hou hier heel erg van, dit contrasteert zo lekker’, lacht ze. ‘Jullie komen wel heel snel tot de kern, of niet?’ zegt hij droog, terwijl hij zijn vriendin een bemoedigende kus geeft en vertrekt.

Crutzen vervolgt: ‘Het is begonnen als baarmoederhalskanker, maar toen het werd ontdekt was het al helemaal uitgezaaid. Ze waren er gewoon veel te laat bij. Omdat er al zoveel uitzaaiingen in haar buik en nieren waren, dachten ze dat het niet lang meer zou duren. Ze hadden het over maanden. Vervolgens heeft mijn moeder ongeveer alles gedaan wat je kon doen op het gebied van bestrijding. Bestralingen, chemo, maar ook dingen uit het kamp van Jomanda (genezend medium, red.). Als ik maar zo lang mogelijk bij mijn kinderen kan zijn, dacht ze. En dat heeft ze drie jaar volgehouden.’

Hoe was je afscheid met haar?

‘Ze lag al een tijd beneden in de woonkamer omdat ze te ziek was om naar boven te gaan. Mijn vader kwam het laatste jaar weer bij ons in huis wonen. Hij was erg op zichzelf, maar het was fijn dat er iemand in de buurt was. Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik 3 was, ik woonde voornamelijk bij mijn moeder en om het weekend ging ik naar mijn vader. Drie weken voor haar overlijden moest ze naar het ziekenhuis. De nacht voor haar overlijden heb ik daar nog bij haar geslapen, en de hele ochtend ben ik bij haar gebleven. Maar toen hadden mijn vader en mijn moeders vriendinnen bedacht dat het goed was als de kinderen er even uit gaan. ‘Gaan jullie maar eventjes naar V&D om schoolspullen te kopen.’ We waren nog geen tien minuten weg of de vriendin van mijn moeder kreeg een telefoontje. ‘We moeten terug!’ riep ze. Toen we aankwamen was ze net overleden.’

Huilend: ‘Dat voelde echt zo kut, omdat ik me zo had voorgenomen tot het laatst bij haar te blijven. Daarom was ik daar ook gaan slapen. Later heb ik begrepen dat ze ook helemaal niet had kúnnen sterven als wij erbij waren. Ze kon gewoon niet gaan. En dat is ook hartverscheurend, om iemand te zien die niet kan gaan.’

In je programma Opslaan als zeg je dat het fijn zou zijn als er voor sommige herinneringen een deleteknop was. Welke zou jij willen wissen?

‘Ik heb EMDR-therapie gedaan voor een vervelende herinnering. Mijn moeder was net overleden. En omdat ik de hele tijd zo dicht mogelijk bij haar wilde zijn, hadden mijn moeders vriendinnen bedacht dat ik haar samen met hen zou opmaken. Dat was traumatisch. Wat ik zag had niks meer met mijn moeder te maken. Ik heb toen mijn eerste paniekaanval ervaren. Hysterisch werd ik, uitzinnig van verdriet. Ze namen me mee naar een koffieruimte waar ik na veel gepraat weer een beetje rustig werd. Daarna ben ik toch weer naar binnen gegaan en heb ik geholpen. Maar dat eerste beeld van haar, liggend in het mortuarium, heeft me jaren achtervolgd. Ik kon me geen énkel ander beeld van mijn moeder meer herinneren. Alsof het in mijn hersenen was gebrand. Hoe ik ook mijn best deed om me een levend beeld van mijn moeder voor de geest te halen, steeds weer kreeg ik dat enge dooie. Mensen zeiden tegen me toen we haar aan het opmaken waren: ‘Kijk, ze lacht’, want ze had een beetje een grijns op haar gezicht, maar ik vond het echt verschrikkelijk om te zien. Ze was helemaal koud, vermagerd en had een elastiekje met een nummer om haar teen. Ik ben daarna ook lang bang geweest voor doden. Als ik in een televisieserie een lijk zag, raakte ik al in paniek. Tot ik die EMDR deed. Daarbij gaat de herinnering niet weg, maar het rauwe randje wordt er een beetje afgehaald. Tot die tijd had ik voor deze herinnering graag een deleteknop gehad, maar nu niet meer. Nu vind ik het ook wel heel waardevol om me te kunnen herinneren dat ik dat allerlaatste moment bij haar kon zijn. Het kost wel wat extra therapiesessies, maar toch had ik het niet willen missen.’

Trainingspak: Monki. Pumps: Zara.Beeld Jouk Oosterhof

Bleef je vader na het overlijden van je moeder bij jullie in huis wonen?

‘Ja. Hij kreeg redelijk snel een nieuwe vriendin, Roxane. Een goede vriendin van mijn moeder. Ik was dol op haar, maar het was ook onrustig omdat het vaak aan en uit ging. Ik heb haar in die tijd ook nog een brief gestuurd waarin ik schreef: ‘Ik trek het niet langer dat je komt en gaat om moedertje te spelen.’ Ik wilde mijn broer ook tegen die onrust beschermen. Ze is overigens al weer heel lang getrouwd met een andere man, maar ik ben altijd close met haar gebleven.’ 

Roxane vertelde dat het laatste wat je moeder tegen haar zei was: ‘Zorg dat Eva iets met het toneel gaat doen, dat ze het bekrompen Maastricht verlaat en naar Amsterdam gaat.’

‘Ja, ik was altijd bezig met toneelstukjes, zingen en dansen. Ik denk dat ik dat ook wel een beetje deed omdat ik mijn moeder aan het lachen probeerde te krijgen.’

Hoe ging je vader met haar overlijden om?

Stilte. Een lachje. ‘Op zijn manier. Er werd niet zoveel gepraat thuis. Mijn vader deed wel eens een onhandige poging aan tafel, maar dat zorgde vooral voor ongemak. Hij werkte hard als huisarts in Simpelveld en had een druk sociaal leven. Ik heb toen een beetje de moederrol in huis op me genomen, ik werd heel erg zorgend en regelend. Het kind-zijn was voor mij vanaf dat moment gewoon klaar. Ik denk dat het mijn vader ook wel overviel dat hij opeens de volledige zorg moest dragen. Dat was hij niet gewend. Toen ik in de twintig was heb ik hem veel verwijten gemaakt en was ik boos op hem. Maar inmiddels denk ik: hij deed ook maar wat hij kon. Ik heb hem beter leren begrijpen. Mijn vader is als enige uit een mijnwerkersgezin naar de universiteit gegaan. Volgens hem is het belangrijkste in het leven dat je gaat studeren als je die kans hebt. Omdat ik makkelijk leerde, vond hij dat ik rechten moest gaan doen. Uiteindelijk heb ik nog wel het vwo gehaald om hem te pleasen, maar daarna ben ik zo snel mogelijk naar Amsterdam vertrokken om een theateropleiding te gaan volgen.’

Wat zocht je op het toneel?

‘Ik denk dat het toentertijd een zoektocht naar luchtigheid was. Ik wilde het drama over mijn overleden moeder omzetten in iets lichters en mensen aan het lachen maken. Als ik speelde kon ik ook iemand anders zijn. Dat gaf me een ultiem gevoel van vrijheid. In Amsterdam wist niemand iets van mij, in Maastricht voelde ik me het meisje zonder moeder. Dat zij was overleden heb ik in eerste instantie ook tegen niemand gezegd. Zo, mijn nieuwe leven begint hier, dacht ik.’

Hoe lang heb je dat volgehouden?

‘Op zo’n theateropleiding zijn ze erg gericht op kwetsbaarheid en op zelfonderzoek, dus ik liep snel tegen de lamp. In mijn tweede jaar moesten we allemaal vertellen wat het ergste was wat ons was overkomen. Wat moet ik nu toch gaan verzinnen?, dacht ik. Ik ga natuurlijk niet vertellen over de dood van mijn moeder. Ik ben in paniek de klas uit gerend en ik heb het die avond op een drinken gezet. Na twee dagen kwam ik weer op school en werd ik op het matje geroepen. ‘Als jij je niet kwetsbaar opstelt, kunnen we je na de Kerst niet door laten gaan’, zeiden ze. Toen ben ik voor het eerst met een psycholoog gaan praten. Hij werkte met een whiteboard. ‘Kijk, dan hebben we hier het probleem’, waarna hij een pijltje naar ‘de oorzaak’ tekende. Uiteindelijk ben ik bijna elf jaar bij iemand anders in therapie geweest. Emotioneel gezien ging het daardoor beter op school, ik mocht blijven, maar ik was daar niet helemaal op mijn plek. Dat had vooral te maken met het feit dat ik niet van musical hield en op een musicalopleiding zat, haha.’

Waarom ging je niet naar de kleinkunstacademie?

‘De auditieweekeinden voor de musicalopleiding en de kleinkunstacademie overlapten elkaar. En bij de musicalopleiding maakte ik meer kans. Ik raakte in paniek bij de gedachte dat ik niet zou worden aangenomen en nog een jaar thuis zou moeten wonen, dus ik koos de veilige weg: de Frank Sanders Academie voor zang, dans en toneel. Iedereen had daar allemaal favoriete musicals, ik had nog nooit een musical gezien in mijn leven. En toen ik er wel een zag, vond ik er geen zak aan. Wat is dit dramatisch, doe normaal joh, dacht ik. Maar in de dingen die ik nu maak, zitten veel verschillende invloeden, dus daar heeft mijn opleiding wel aan bijgedragen.’

Door recensenten worden al die vormen, van zingen en mimen tot dansen en cabaret, juist erg gewaardeerd.

‘Ja. En doordat ik de enige op school was die cabaretier wilde worden, staarde ik me ook niet blind op dat iets altijd maar op één bepaalde manier moet. Je wordt er heel creatief van als je dingen helemaal zelf moet uitvinden.’

Daarna heeft je carrière al snel een vlucht genomen.

‘Ja. Mijn eerste programma werd gelukkig al goed gerecenseerd. Ik kreeg soms ook een prijsje waarmee ik een beetje aandacht kon genereren. (In 2012 won ze de publieksprijs op het Wim Sonneveld-concours, en in 2016 werd haar voorstelling Spiritus genomineerd voor de Neerlands Hoop prijs, de prijs voor een opvallend programma of een cabaretier die een opvallende ontwikkeling heeft doorgemaakt, red.). Nee, op carrièregebied heb ik nog nooit echt een dikke slap in the face gehad.’

Terwijl je je eerste liedjes bibberend voorlas, vertelde cabaretier Niels van der Laan, die vanaf het begin bij je programma’s betrokken is.

‘Ik denk dat ik er altijd head first in ga. Dat gaat niet zonder angst of schaamte, maar dat is geen reden het niet te doen. Misschien dat ook wel meespeelt dat het in mijn jeugd vechten en overleven was. Juist doordat het allemaal niet zo soepel ging, heb ik de wilskracht opgebouwd om die dingen toch te doen.’

Dat zei je vriendin Yvonne van den Eerenbeemt ook. ‘Al jong heeft Eva haar eigen boontjes moeten doppen. Daardoor heeft ze geleerd om moed te houden in tijden van crisis. Ze is er strijdvaardig door geworden.’

‘Het allerergste wat er kan gebeuren heb ik toch al meegemaakt. Het verdriet dat je kan voelen als je programma faalt, valt daarbij in het niet. Dan wordt mijn comedyserie straks slecht gerecenseerd, en dan? Zeker vlak voor een première kom ik in een enorme fuck it-modus. Dit is gewoon het beste wat ik nu kan maken, denk ik dan. En als je het kut vindt, dan vind je dat maar. Dat kan arrogant klinken, want ik geef veel om mijn publiek en wil dit werk graag blijven doen, maar het is toch echt het belangrijkste dat ík erachter sta en dat ík het vet vind wat ik heb afgeleverd.’

Volgens je vriendin Carolien Borgers is je werk niet je hoogste prioriteit. Het is meer: familietjes zoeken, warmte, vertrouwen.

‘O, wat grappig, dat is zo. Zo heb ik er zelf nooit naar gekeken, maar dat familietjes zoeken is heel erg wat ik doe. Kleine clubjes creëren.’

In het begin vond ze het ontroerend dat je niet meer tegen haar sprak als ze halverwege een feestje naar huis ging. Dan werd je echt boos.

‘O, verschrikkelijk, dat vind ik genant. Maar ik kon echt boos worden, inderdaad. Dan had ik een soort roedelgevoel en dat mocht niet worden doorbroken. Daar bovenop kwam het gevoel: dit is het enige wat er nu is, er is geen morgen. Dus het moest ook altijd zo lang mogelijk duren. Dat heb ik nog steeds wel. Ik heb moeite met afscheid. Toen mijn relatie waarmee ik vanaf mijn 21ste acht jaar samen was uitging, kreeg ik ook paniekaanvallen. Ik kreeg geen lucht meer. Non-stop zat ik te janken, zo ontroostbaar was ik.’

‘Iedereen met wie Eva heeft gewerkt zal ze oneindig bedanken’, zei Niels. ‘Er is bijna niemand die niet een door Eva zelfgemaakte sleutelhanger met naam heeft gekregen.’

‘Ik heb ook altijd zo veel mogelijk bedanketentjes. Met zo’n clubje mensen het leven vieren vind ik het ultieme geluk. Ik ben nu bezig met het organiseren van een feestje om de mensen van Opslaan als te bedanken. Toen ik daarmee bezig was bedacht ik ineens: maak ik nou programma’s en vier ik het daarna? Of maak ik programma’s om het daarna te kunnen vieren?’

Wit pak: Anne de Grijff.Beeld Jouk Oosterhof

Niels zei dat in het programma waarmee je vanaf 31 maart gaat try out’en je moeder voor het eerst geen rol heeft. ‘Het lijkt alsof het leven erna nu pas begint voor Eva.’

Instemmend knikkend: ‘Ja. Ja, ja.’ Dan ineens huilend: ‘Sorry, ik word daar instant superverdrietig van. Omdat het bijna lijkt alsof ik daarmee ook afscheid van haar zou nemen. Alsof zij er niet meer toe doet. Maar het klopt wel wat Niels zegt. Het wordt wel minder dat ik overal zo mee worstel. Hoewel ik tijdens dit gesprek al de hele tijd aan het huilen ben, waardoor ik denk: misschien moet ik er toch maar weer eens met iemand over gaan praten. Tegelijkertijd vind ik het moeilijk om te zeggen dat het beter gaat. Omdat het ook voelt alsof ik haar daarmee vergeet. Ik schreef laatst voor een lied de tekst: ‘Wanneer mag je door?’ Ik denk dat het verdriet nooit minder wordt, en het gemis ook niet, maar de manier waarop ik ermee omga verandert wel.’

Waarom heeft de dood van je moeder zo ontwrichtend gewerkt?

‘De jaren na het overlijden van mijn moeder waren heel onrustig, het voelt onveilig als zoiets gebeurt. Dat heeft me lang het gevoel gegeven dat ik stuk was. Alsof ik anders was dan de anderen. Ik voelde me een zwerfkatje waar een oortje vanaf is. Ik wilde zo graag normaal zijn, maar ik voelde me niet normaal. En nu voelt het alsof ik wel even in een lekkere fase zit. Ik heb een leuke vriend, heb lieve mensen om mij heen, mijn werk gaat lekker, en ik ben nog niet bezig met kinderen. Want ik denk dat er wel een shitstorm op me zal afkomen als ik zelf moeder wordt. Maar nu is het gewoon even oké. Ik ben nog steeds wel die zwerfkat met een verminkt oortje, maar ik heb er nu voor mijn gevoel een vette bontjas bij aan. En als ik lach, is mijn tand goud. Ik voel mezelf niet meer minder dan anderen. Ik voel me niet meer stuk.’

De satirische talkshow Promenade die je met Diederik Ebbinge, Henry van Loon en Ton Kas maakte, werd aanvankelijk niet zo goed ontvangen. Komt dat zwerfkatgevoel dan weer naar boven?

‘O nee, dat was zo leuk. We hebben zoveel lol om die slechte recensies gehad. Het is toch een beetje een talkshow over talkshows, dus alle drama was megawelkom. Om na één aflevering al ‘een mislukte talkshow’ te worden genoemd, was gewoon een cadeautje. Het was ook zo genieten dat mensen met allemaal tips kwamen over hoe we de talkshow konden verbeteren. Dat we absoluut moesten gaan zitten, want dat staan was heel ongemakkelijk. Haha. Dat is toch heerlijk? We zijn met Promenade in korte tijd van een geflopte talkshow naar een soort culthit gegaan, ineens werd het omarmd. Het is zo’n goed voorbeeld van hoe grillig en opportunistisch die meningsvorming is. En zo’n heerlijke bevestiging van dat je alleen maar moet maken wat je zelf wilt maken. Maar daarvoor moet je wel schijt hebben aan wat de mensen ervan vinden.’

Lachend: ‘Maar het kan zomaar gebeuren dat ik deze week opeens overmand word door onzekerheid, hoor. Dat ik kneiterzenuwachtig denk: oh my god, zometeen vinden ze mijn serie helemaal niks en komt iedereen erachter dat ik toch niks voorstel. Niet voor niets lig ik al nachten wakker en ben ik al zes weken aan de schijt. Doordat ik het ook zelf geproduceerd heb, denk ik op die momenten: dit kan wel eens helemaal mislopen. Maar dat weerhoudt mij er niet van het toch te doen. Want juist op dat soort momenten wordt die aloude overlevingsdrang in me wakker en geeft die ellende van vroeger me de moed om er totaal voor te gaan. Fuck it, denk ik dan. Head first!’

Fotografie: Jouk Oosterhof (Cake), styling: Marleen de Jong ( N.C.L Representation), haar & make-up: Anita Jolles (Every inch voor M.A.C & Balmain Hair Couture, met dank aan Doctor Decorum voor de locatie en meubels, assistent: Adelheid Vermaat  

CV Eva Crutzen

15 april 1987 geboren in Maastricht.

2009 Frank Sanders Academie voor Muzikaal theater in Amsterdam.

2012 Publieksprijs Wim Sonneveldprijs.

2014 Eerste soloprogramma Bankzitten.

2015-2016 bij Spijkers met koppen.

2016 Spiritus, nominatie Neerlands Hoop prijs.

2017-heden Klikbeet.

2018 Opslaan als.

2019 Gast satirische talkshow Promenade van Diederik Ebbinge.

2020 vanaf 31 maart try-out nieuwe voorstelling, première in oktober.

Zondag 15, 22 en 29 maart om 22.30 uur op NPO3: Opslaan als.

Meer over