Ça va bonbon

Backpackers, campinggasten, new-agers, safarigangers, avontuurlijke wandelaars, bergbeklimmers, Cote d'Azur-aanbidders. Hoe brengen Nederlanders hun zomervakantie door? Wandelen in Mali, deel 3: 'Heb jij je voeten nog droog?'..

Judith Koelemeijer

De Malinese gids Adama heeft de complete voorraad mineraalwater van Bankass opgekocht. 'We hebben helaas geen acht flessen, maar 7,3 fles de man voor vier dagen', vertelt reisleidster Anuschka onze groep avontuurlijke reizigers tijdens de lunchpauze in een eenvoudig toeristenkampement. Iedereen hangt in zijn stoel of ligt uitgestrekt op een matje. Het is te warm om wat te doen en er zijn te veel vliegen om te kunnen slapen. Zometeen beginnen we aan onze wandeltocht langs 'rustieke dorpjes' in de Dogonvallei.

De familie Boom, bestaande uit architect Ole, zijn vrouw Ivon, en de kinderen Bobo (21) en Bibi (16), maakt een snelle rekensom. Nog geen twee flessen per dag, dat is toch niet genoeg? 'Ik drink nu al drie flessen en dan lóóp ik nog niet eens', zegt Bobo.

Tegen vieren, als het iets minder heet lijkt, gaan we op pad. Geldbuidels om, petten op, waterflessen in de rugzak. In het dorp worden we achtervolgd door horden kinderen. 'Ça va? Bonbon!', roepen ze in koor. 'Ça va? Cadeau!' Niemand geeft wat. 'Dan verpest je ze', zegt Astrid.

Het schemert al als we na drie uur marcheren over een hete, zanderige vlakte Telli binnenlopen; een dorpje aan de voet van de imposante Bandiagara-rotswand. Er is één waterput en geen elektriciteit. 'Ça va bonbon', roepen ook hier de kinderen. Ze hebben allemaal dikke buiken. 'Eiwittekort', ziet verpleegkundige Astrid meteen.

Ons 16-koppige gezelschap, merendeels veertigers en vijftigers met goede banen in Nederland, overnacht op een binnenplaats. Door de dorpelingen worden behulpzaam bakken water met lauw bier en warme cola aangesleept. Voor het helemaal pikdonker is, wassen de dames zich gauw met één emmer putwater achter een muurtje. Het toilet is een gat in de grond waar je beter niet in kunt kijken. Maar niemand klaagt. 'We hebben thuis alles al, dus dan hoef ik op vakantie toch geen luxe?', zegt Lenie opgewekt.

Vervelend is wel dat de tenten nog niet zijn gearriveerd. Gids Adama heeft ze per ongeluk laten liggen in Bamako, 600 kilometer verderop. Nu moeten we vannacht in de klamboe onder een rieten afdakje slapen. Maar daar is niet voor iedereen plaats. Bibi en Bobo klimmen het dak op, maar wat als het gaat regenen?

Al tijdens het eten - we krijgen de spaghetti niet op, maar dat is niet erg, zegt Ivon, want 'daar eet het hele dorp straks van' - begint het voorzichtig te spetten. En midden in de nacht breekt hevig onweer los. In het licht van de bliksem zien we Bibi en Bobo voorbij hollen. Onder het afdak, dat lek blijkt, wordt geschoven en gezucht en gestoeid met zaklantaarns. 'Heb jij je voeten nog droog?'

Toch heeft iedereen de volgende ochtend veel zin het dorp te verkennen. Adama deelt cola-noten uit aan degenen die willen fotograferen. De Dogon willen vaak niet op de foto, vertelt hij, maar in ruil voor een paar high makende noten valt er misschien wat te regelen. Gijs - 'Ik kijk via mijn camera' - stopt zijn zakken goed vol. Hij schiet op reis gewoonlijk een rolletje per dag, maar dat valt in Mali niet mee. 'De mensen zijn bang dat hun beeltenis in Europa op ansichten of in tijdschriften verschijnt', legt Adama uit.

Toch kun je met onderhandelen een eind komen, weet Gijs inmiddels. Hij steekt regelmatig twee vingers omhoog naar potentiële kandidaten, wat betekent: voor 200 CFA (66 cent)? 'Dan willen ze vaak wel.'

Achtervolgd door kinderen klimmen we omhoog naar de indrukwekkende middeleeuwse graanschuren van de Dogon, die zich fotogeniek tegen de rotswand opstapelen. Het is koel hier. Ooievaars vliegen af en aan. Stil kijken we uit over het dorp en de eindeloze vlakte - waar de woestijn zichtbaar oprukt.

Wat vinden de reizigers van de armoede?

'Ach, je kunt beter een school een pakket pennen geven, dan aan elk kind wat', zegt bibliotheekmedewerkster Karin.

'Je kunt er niets aan veranderen', meent reisleidster Anuschka. 'En wij brengen nog wat geld binnen.'

Piet heeft het in Bolivia nog erger meegemaakt. 'Op de Altiplano aten kinderen onze broodkruimels van tafel.'

Meer over