Britannia Rules OK

De Britten zingen over een nieuwe lente, een nieuw geluid; over een jonge premier in spijkerbroek die wil dat zijn ministers hem gewoon Tony noemen....

Het nieuwe kan kennelijk alleen maar gedijen in het oude. En turend naar de toekomst, kijken de Britten terug naar het verleden; naar de dageraad van 1945, de val van de Berlijnse Muur of de vrijlating van Nelson Mandela, historische gebeurtenissen waar ook serieuze commentatoren de verkiezingsoverwinning van Tony Blair mee vergelijken.

Maar het meest tot de verbeelding spreken de Swinging Sixties, het tijdperk van de Beatles en de minirok. 'Er is datzelfde gevoel van optimisme,' hoor je op radio en televisie. En heus, je ziet het op straat; ik bedoel: enkele straten, net als toen.

'Als U dacht dat het nieuwe tijdperk op 1 mei (de verkiezingsdag) is begonnen, heeft u het mis,' schreef The Observer met vette letters: 'Het begon dertig jaar geleden op King's Road. Maar hoe konden we zo verdwalen?'

De Britten raakten het spoor bijster. Nu zijn ze goddank weer terug op de goede weg. Er is weer toekomst. Het gaat niet om het beleid, het gaat om het gevoel.

Een andere krant, The Independent, zegt dat de droom van toen - de droom van de Labourpartij om een vanzelfsprekende regeringspartij te worden - eindelijk is verwezenlijkt. Opnieuw hebben jongeren de grond gekust, zoals ik ze dat in 1964 zag doen, toen Labour na jaren dolen door de wildernis won en Harold Wilson zijn intrek in Downing Street nam.

Dat waren nog eens mooie tijden en een jaar later schreef de Amerikaanse journalist John Crosby, als eerste, over Swinging London. Het was de meest opwindende wereldstad. Engeland won in 1966 de wereldcup.

In de keurige, conservatieve Sunday Telegraph beweerde Crosby: 'Zelfs de sex-orgieën hebben iets van jeugdige onschuld. De jonge Engelse meisjes genieten van sex alsof het een snoepje is en ze vinden het heerlijk.'

Mary Quant, de ontwerpster die de eerste boutique in King's Road opende, vertelde dat het accent in de mode kwam te liggen op het schaamhaar. Zij had het schaamhaar van haar echtgenoot geschoren in de vorm van een hart. 'Het meisje van nu is provocerend, ze staat uitagend met de benen uit elkaar en zegt: ''Ik ben sexy, ik houd van sex, maar het zal je moeite kosten me te krijgen. Je moet verdomde goed zijn. Sinds de pil is de vrouw in de liefde de baas.''

Maar er was nog iets anders aan de hand. Engeland had zijn wereldrijk verloren en was niet meer verantwoordelijk voor de wereldvrede, de Pax Britannica. Daarom, zo zeiden sociologen en antropologen, konden de Britten na eeuwen van de handhaving van de rust en van oorlogen in den vreemde hun energie op vrolijker zaken richten. Dat was ook de reden, zei Mary Quant, dat de borsten van mannequins zo plat als een pannekoek waren. 'In oorlogstijd hebben soldaten behoefte aan een moeder. De boezem is een moeder-symbool. Daarom hebben ze pin ups als Marilyn Monroe, Lollobrigida en Jayne Mansfield. Het zijn de bijprodukten van de oorlog.'

Pas eind jaren vijftig had Engeland zich van de Tweede Wereldoorlog hersteld, later, kan men zeggen, dan Duitsland, de verliezer. Maar nu was het dan zover. De jongens hoefden niet meer in militaire dienst en mochten in Carnaby Street paraderen als pauwen. De decadente dandy werd hun idool. Tekenend was een reclamecampagne van Campari. De tekst luidde: 'Als grote wereldrijken ten onder gaan, drinken zij Campari. Kijk naar Engeland. Er wordt meer Campari gedronken dan ooit. Het is verkeerd. Zelfs ons etiket is decadent. Deze drank bederft de jeugd.' De financiële redacteur van The Guardian schreef: 'Geef ons meer decadentie, het trekt toeristen.'

De modeontwerpers, filmmakers, kunstenaars en popzangers bleven de synmbolen van het wereldrijk trouw, maar dreven er de spot mee. 'The English Army won the war' zongen de Beatles op hun Sergeant Pepper's Lonely Hearts Club Band. En ze speelden met de vlag. Beroemd werd de prullemand, gedrapeerd in de Union Jack, met daarop de woorden: British Rubbish - Britse rotzooi. (Het mocht, het kon, totdat Margaret Thatcher, met de boezem van Vrouwe Britannia, de vlag afpakte en hem plantte op de Falklandeilanden.)

De koningin benoemde Mary Quant en de Beatles tot respectievelijk Officier en Lid van het Brits Imperium, het wereldrijk waar ze niet meer in geloofden.

Engeland veranderde. De doodstraf verdween, vrouwen kregen meer rechten bij echtscheiding en homoseksualiteit (tussen volwassenen) was niet meer strafbaar. Abortus werd gelegaliseerd.

Het toneel bloeide. John Osborne en Harold Pinter trokken volle zalen, maar tot eind jaren zestig moest ieder toneelsruk de goedkeuring hebben van de Lord Chamberlain. Opvoering van Edward Bonds Early Morning werd verboden, omdat Bond koningin Victoria als lesbienne beschreef. De filmcensor bleef nog jaren waken tegen ongewenste intimiteiten en orgasmen van vrouwen. Om mysterieuze redenen mochten mannen wel op het witte doek klaarkomen.

Iedereen rookte pot, maar toen Mick Jagger bij terugkeer van een optreden in Italië vier amfetaminetabletten op zak bleek te hebben die hij in een apotheek in Rome had gekocht, werd hij in de boeien geslagen, en tot drie maanden gevangenisstraf veroordeeld. De foto van zijn arrestatie werd kunst, ikoon van pop art. De Daily Mail schreef: 'Net goed', maar The Times protesteerde in een hoofdartikel: 'Als wij ieder geval beschouwen als symbool van het conflict tussen traditionele Britse waarden en de nieuwe leer van wellust, dan moeten wij ook weten dat tolerantie en gelijkheid voor de wet tot die traditionbele waarden horen. Het vermoeden blijft dat de heer Jagger een zwaardere straf kreeg dan een anonieme jonge man zou zijn opgelegd.'

De tijdgeest van de permissive society had zijn invloed, maar historici geloven dat de nieuwe liberale wetten meer aansloten bij een links-liberale traditie dan bij de revolutie van de jeugd,' zoals Kenneth Morgan schreef in The People's Peace, British history 1945-1990. Engelsen houden nu eenmaal niet van revoluties.

Stemrecht werd verlaagd tot achttien jaar, maar de Swinging Sixties brachten geen maatschappelijke verbetering, treurt Morgan, de linkse historicus. Integendeel, de klassenmaatschappij werd niet geslecht, maar versterkt. De Beatles, begonnen als volksjongens uit Liverpool, werden megastars die leefden als lords. Ze woonden op grote landgoederen en reden in Rolls Royces.

In Frankrijk en Duitsland had de studentenopstand wel succes en 'de drugs gebruikende Provo's van Amsterdam', schreef Morgan, vochten voor een eerlijker samenleving. 'De Britse jeugd bleef a-politiek en bezig met zichzelf.'

Inderdaad, de studentenopstand was milder en kleiner van omvang dan op het continent. Het ontbrak de studenten aan een hechte ideologie en theorie. Maar daar zijn het Britten voor. De Ban-de-Bommarsen hadden excentrieke trekjes en nooit zal ik de Vietnamdemonstatie bij de Amerikaanse ambassade vergeten die, live op de BBC, verslagen werd als een cricketwedstrijd. Een demonstrant in de voorste gelederen stak een sigaret op. De bobby tegenover hem gaf een vuurtje. 'Thank you', zei de demonstrant. How British. Engeland gaat nooit verloren.

Maar het was niet alleen fun en fair play. De vrolijke film Oh, What a Lovely War was een bijtende aanklacht. John Lennon gaf zijn lintje terug en Vanessa Redgrave geloofde werkelijk in de Rode Vlag. De Anti-Apartheidsbeweging en Amnesty International ontstonden in Engeland. Er was grote woede. Ook de geritualiseerde, bloedige vechtpartijen tussen de Mods en de Rockers waren uitingen van diepe frustratie. Maar bedreigend werd het nooit.

Labour kon de val van het wereldrijk niet opvangen. Economisch niet, maar, veel belangrijker, ook mentaal niet. Aansluiting zoeken bij Europa, dat de Britten eerder hooghartig hadden afgewezen, werd een bittere, vernederende noodzaak. 'Europa was zo anders'. En Harold Wilson vergeleek het Britse buitenlands beleid nostalgisch met de oude postkoets: je stapt in zonder precies te weten waar hij naar toe gaat. De tocht is lang, vermoeiend, maar tenslotte kom je op je bestemming.

Aan het eind van de jaren zestig, toen de Flower Power verwelkte, het optimisme omsloeg in cynisme en machteloosheid, wist niemand meer of Engeland vooruit of achteruit moest gaan. In het toneelstuk Forty Years on van Alan Bennett wil de nieuwe directeur van de oude kostschool de last van het verleden van zich afschudden. 'Waarom?' vraagt het vertrekkende schoolhoofd. 'Herinneringen zijn geen handboeien, het zijn guirlandes. De mist van het verleden biedt een zekere romantiek.'

Temidden van de vertwijfeling en ontreddering greep Margaret Thatcher in '79 haar kans. Ze brak af wat de Britten samenbond, wilde Brittannië weer Groot maken en bracht het eiland welvaart, armoe en isolement.

Tony Blair is de bevrijder met de open blik. Maar ook met visie op de toekomst? Het zou zeer on-Engels zijn. Ondertussen gaat de traditie voort en heeft Newsweek het eens zo swingende Londen omgedoopt tot Coolest City on the Planet.

De draad is weer opgepakt. Britannia Rules OK.

Meer over