Bosnische Moslims zijn geen Bin Ladens`

Bosnische Moslims maken zich ongerust over wat zij zien als stigmatisering van Bosnië als broeinest van de radicale islam; terwijl zij liever vijf keer per dag een glaasje drinken, dan vijf keer per dag bidden`....

Ik ben een moslim. Raak niet in paniek!` In de Bosnische hoofdstad Sarajevo zijn T-shirts met deze tekst populair onder jongeren die over de Ferhadija in het oude Habsburgse centrum flaneren. Het is een reactie op een islam-fobie` waaraan de westerse wereld in de optiek van deze jongeren ten prooi is gevallen.

Door die angst voor de islam worden volgens hen de grote onderlinge verschillen tussen moslims over het hoofd gezien. De Saudi`s bidden vijf keer per dag. Wij drinken graag vijf keer per dag een glaasje`, vat Hasan, een van de dragers van een I am a moslim. Don`t panic!`-T-shirt, samen. In Sarajevo - tot 1992 multi-etnisch, thans voor meer dan 90 procent bewoond door Bosnische Moslims - zijn hoofddoeken schaarser dan in Londen, Parijs of Amsterdam.

De islam zoals in Bosnië gepraktiseerd maakt deel uit van een open, Europese spirituele traditie`, zegt de Bosnische denker Rusmir Mahmutcehajic. In plaats van haar te stigmatiseren, zou het Westen haar moeten gebruiken om een brug te slaan naar de islamitische wereld, via Bosnië naar Turkije en verder. Dat is heilzamer dan een simplistische confrontatie.`

Wie voorgoed de mythe wil doorprikken dat de islam een godsdienst is die geen moderniteit verdraagt, dat de religie an sich een bepaalde gedragsverandering bij mensen bewerkstelligt zonder dat geografische, sociale en culturele omstandigheden daarbij een rol spelen, die moet hier komen kijken`, zegt de filosooof Muhamed Filipovic, vice-president van de Bosnische Academie van Wetenschappen. We hebben geëmancipeerde vrouwen en we prefereren de Verenigde Staten boven Iran of Afghanistan.`

Het wordt volgens veel Bosnische Moslims moeilijker de buitenwereld daarvan te overtuigen. Voor 9-11 waren we Euro- of Joego-moslims, nu zijn we je-weet-wel-wat-voor-moslims`, zegt schrijfster Ferida Durakovic. Een groeiende groep westerlingen denkt: help, in Bosnië wonen ook moslims.`

In het nog zichtbaar gehavende Sarajevo is het een wrange grap dat de voormalige Servische president Slobodan Milosevic tien jaar later met zijn karwei in Bosnië had moeten beginnen. In plaats van door de aanklagers van het Joegoslavië-Tribunaal van genocide te worden beschuldigd, was hij dan wellicht geprezen voor zijn bijdrage aan de strijd tegen het moslimterrorisme. Servische ultranationalisten eisen al jaren verongelijkt hun krediet op voor hun strijd tegen de islam op de Balkan. De Servische Radicale Partij is daar op een van haar websites nog het duidelijkst over: Servië streed in de jaren 1992-`95 in Bosnië tegen Al Qa`ida (net als in 1998-`99 in Kosovo). De toenmalige Bosnische president Alija Izetbegovic had een direct lijntje met Bin Laden. De Verenigde Staten waren helaas zo stom de as Izetbegovic-Bin Laden te steunen en hadden daar uiteindelijk zichzelf mee: ze haalden Al Qa`ida het Westen binnen. Hadden ze Servië gesteund, dan hadden de Twin Towers er nu nog gestaan.

Sinds 2001 wordt ook in het Westen soms een verband gelegd tussen de term jihad en de Bosnische Moslims, met de nadruk op twee zaken: de in Afghanistan getrainde mujahedin die in de jaren 1992-`95 aan de zijde van het Bosnische regeringsleger vochten en de Saudische, Iraanse en Maleisische wervingsactiviteiten onder Bosnische Moslims na 1995, onder meer middels het bouwen van reusachtige moskeeën.

Hoeveel mujahedin er in Bosnië vochten is onderwerp van controverse. Zeker is dat er na de oorlog enkele honderden achterbleven, de meesten getrouwd met Bosnische vrouwen. Sinds 11/9 staan deze Bosnische Afghanen - Al Qa`ida-cellen` - in de aandacht. De VS oefenen intensieve druk uit op de Bosnische regering om moslimterroristen` uit te leveren - een aantal Bosnië-veteranen zit inmiddels vast in Guantánamo Bay. Eind juni bezocht CIA-directeur Peter Goss Sarajevo om de Bosnische regering een lijst te overhandigen met namen van zo`n honderd islamitische radicalen die in het bezit zouden zijn van een Bosnisch paspoort. Het nieuwe imago van Bosnië als voorpost van de islam in Europa en als uitvalsbasis voor terroristen werd daarmee onderstreept.

In zijn onlangs verschenen boek Al Qaida`s Jihad in Europe: The Afghan-Bosnian Network maakt de Amerikaanse terrorisme-expert Evan Kohnmann met die theorie korte metten. Kohnmann concludeert dat de samenwerking tussen Bosnische Moslims en mujahedin door het enorme cultuurverschil uitdraaide op een mislukking. Hoe sterk de Bosnische Moslims in de jaren 1992-`93 ook in de verdrukking zaten, bij de legerleiding vatte al snel de overtuiging post dat de wreedheden die de Afghanen` aanrichtten averechts werkten. Uiteindelijk zag het Bosnische leger zich zelfs genoodzaakt in Centraal-Bosnië Kroatische eenheden tegen mujahedin te beschermen.

De mujahedin beoordeelden de Bosnische oorlog verkeerd, stelt Kohnmann. Zij zagen die als een strijd tussen de islam en het Westen en leefden in de overtuiging dat de Verenigde Staten de Servische christenhonden` steunden. In plaats daarvan ging de Bosnische oorlog tussen drie weinig van elkaar verschillende etnische groepen die dezelfde taal spraken en ondanks hun verschillende godsdiensten - islam, orthodoxie, katholicisme - praktisch dezelfde cultuur deelden. De VS intervenieerden, net als later in Kosovo, ten faveure van moslims. De Afghanen` werden op een zijspoor gemanoeuvreerd en het Balkan-project van Al Qa`ida` draaide uit op niets, aldus Kohnmann.

Een stelling waaraan hij in zijn boek vasthoudt, is dat de Bosnische oorlog Al Qa`ida wel hielp in Europa voet aan de grond te krijgen. Een andere stelling luidt echter dat Al Qa`ida Bosnië helemaal niet nodig had. Er bevonden zich onder de moslims in West-Europa immers meer dan voldoende voor haar gedachtegoed ontvankelijke lieden. Van geen van de deelnemers aan 11/9, Madrid of Londen is tot nog toe bekend geworden dat zij gebruik maakten van een Bosnische connectie`.

Ook de grootschalige wervingsactiviteiten die islamitische landen - Saudi Arabië voorop - de afgelopen tien jaar ondernamen in Bosnië, lijken weinig effectief. In de jaren 1995-2000 verrezen in de buitenwijken van Sarajevo reusachtige moskeeën, scherp contrasterend met de oude Bosnische moskeetjes met hun houten minaretjes in het stadscentrum. De allergrootste daarvan is de door de Saudi`s gebouwde Koning Fahd-moskee, die meer oogt als een enorme supermarkt dan als een godshuis. Iran opende in hartje Sarajevo een groot cultureel centrum. Deze opzichtige projecten van buitenlandse sponsors gingen vergezeld van een voor iedereen zichtbare toename van de geloofsbeoefening onder Bosnische Moslims.

Mensen die hier voor de oorlog waren, toen moskeeën musea en toeristische attracties waren en vrouwen in islamitische kleding compleet afwezig, kunnen niet anders dan getroffen worden door de mate waarin Bosnische Moslims thans hun geloof praktiseren in plaats van het te zien als een van die dingen die deel uitmaken van hun historische identiteit`, schreef de historicus Mark Wheeler van de Internationale Crisis Groep.

De islamitische kleding is echter het straatbeeld niet gaan domineren, en thans zie je in Sarajevo minder hoofddoeken dan in de eerste vijf jaar na de oorlog. Wie anno 2005 een kijkje neemt in de Koning Fahd-moskee of in een van de Maleisische godshuizen, kan constateren dat die op gebedstijden schaars zijn gevuld. Het is in Sarajevo een publiek geheim dat het Iraans cultureel centrum in de zomermaanden vooral in trek is omdat het een zwembad heeft.

Een ander publiek geheim zijn de sommen geld die door de buitenlandse sponsors zouden worden betaald aan Bosnische vrouwen die bereid zijn een burqa te dragen en mannen die hun baard willen laten staan. Volgens het weekblad Dani kunnen die oplopen tot 75 euro per maand, in een door een jarenlange oorlog verpauperd land een hoop geld.

Toch lijkt het succes van die strategie uiterst beperkt. De oorlog heeft niet zozeer de positie van de islam versterkt als wel het besef van de eigen etnische identiteit bij alle bevolkingsgroepen`, zegt Muhamed Filipovic. Het geloof fungeert daarbij hoogstens als bekrachtiger van die identiteit, op precies dezelfde manier als het katholicisme dat doet bij de Kroaten en de orthodoxie bij de Serviërs.`

Als je in ogenschouw neemt hoeveel Moslims er in de jaren 1992-`95 zijn gedood en hoeveel pogingen er nadien vanuit de Arabische wereld zijn ondernomen in Bosnië voet aan de grond te krijgen, dan is het verrassend hoe seculier de overgrote meerderheid van de bevolking is gebleven, vindt Filipovic. In het huidige Bosnië een opkomst ontwaren van de radicale islam, is simpelweg de verkeerde diagnose stellen. De correcte diagnose is het aanhoudende nationalisme bij alle drie de bevolkingsgroepen en het voortbestaan van drie gesloten gemeenschappen. Het is zaak dáárin verandering te brengen.`

Meer over