ColumnPeter Buwalda

Bij schaarste schieten de koekprijzen omhoog

null Beeld

Huizen, gas, macarons. Niet te betalen.

‘Hoeveel voor die laatste?’

‘20 euro’, zegt Jet.

We staren elkaar aan, testend. Het gaat om de enige ­macaron die nog in het doosje zit, een veelbelovende, vind ik. Volgens de website van de bakker is het de Black Cherry Pie, een modelletje met dieppaarse en lila laagjes. Zoals veel macarons lijkt hij op een minihamburger en ook op een Rothkootje, van de zijkant. Dat is jammer. Liever heb ik een macaron die van de zijkant op een Vermeer lijkt. Toch wil ik hem. Maar vier van de zes in het doosje heb ik al opgeknabbeld, met kleine, sabbelende knaagjes, heerlijk. Jet heeft de macarons van d’r oma gehad, een verjaardagscadeautje. In principe is de Black Cherry Pie daarom heel erg van haar.

‘Stuur anders een tikkie’, zeg ik, watertandend boven het koekje.

‘Heb je het contant?’

Fluitend trek ik de poeplap. (‘Zo noem ik dat ding nou eenmaal. Wil je nou geld verdienen of niet?’)

Ergens niet goedkoop voor zo’n klein koekje, 20 euro. Maar zo is ten kastele de macaronmarkt. Gigantische vraag, beperkt aanbod. Om tijd te rekken, vertel ik een verhaal uit mijn studententijd, het gaat over mijn oude huisbaas en huisg’noot, Baelde Jansen, die altijd een rol chocoladekoekjes in zijn hand had.

‘Ook onder de douche?’

‘Juist onder de douche.’

Naast Huize Baelen, losjes vernoemd naar Baelde Jansen, stond een Albert Heijntje, zulke kleine bestaan niet meer, een soort gestrande SRV-wagen die ik gebruikte als ijskast, als ik iets wilde eten, trok ik dat Albert Heijntje open. Maar op zondag was de ijskast dicht en zat bijgevolg in mijn echte ijskast: niks. Baelde Jansen struinde door het studentenhuis met in zijn hand zijn rol chocoladekoekjes. ‘Ha Buwalda, skroins-skroins, hoe is het?’

‘Honger.’

‘Je kent de tarieven, ­Buwalda, één koekje 5 gulden, drie koekjes een tientje.’

‘20 euro’, zegt Jet.

Ik probeer me te herinneren hoe Baeldes duurbetaalde koekjes me smaakten. Werden ze lekkerder van de woekerbedragen die ik ervoor neertelde, of juist muffer?

‘Wist je dat deze macarons groter zijn dan de Franse?’, zegt Jet. ‘Op de website staat dat er meer amandelmeel in zit dan in Franse macarons, ze zijn iets groter, zwaarder, en vanbinnen extra chewy.’

Verkooppraatjes. ‘Grappig eigenlijk dat de president van Frankrijk Macaron heet’, zeg ik, ‘stel je voor dat Rutte Stroopwafel heette. Dan kreeg je Stroopwafel IV enzo. Mark Stroopwafel. Wekt sympathie, als je Stroopwafel heet, dan vinden columnisten je net iets leuker. Kun je langer blijven zitten.’

‘Hij heet Macron. Wil je hem? Anders neem ik hem.’ Ze pakt de macaron op, tussen duim en wijsvinger, wat de prijs drukt, lijkt me. ‘Overigens’, zegt ze, ‘zou jij mijn stuk zometeen even willen lezen? Als je tijd hebt?’

Dat wil ik wel doen hoor. Op zich. Maar het is wel veel werk. Als je rustig knabbelt, kun je tijdens het aandachtig lezen van zo’n stuk precies een macaron oppeuzelen. ‘Dat is op zich geen punt’, zeg ik daarom vriendelijk maar traag, ‘als ik vandaag een gaatje vind, wil ik dat best even doen.’

Stilte.

‘Maar?’

Goed aangevoeld. Er zit een ronde, koekvormige maar aan te komen. Een maar met extra amandelmeel. ‘Maar’, zeg ik met opengesperde ogen, ‘daar staat wel iets tegenover.’

Meer over