Betty Friedan zou haar ogen uitkijken

Veertig jaar geleden staakten vrouwen in de VS tegen de ongelijkheid. Het was het begin van een onstuitbare opmars...

Diederik van Hoogstraten

Bij lokale voorverkiezingen in een reeks Amerikaanse staten wonnen onlangs alle vrouwen die meededen; allemaal conservatieve, werkende moeders. Sinds kort bestaat de Amerikaanse arbeidsmarkt voor meer dan de helft uit vrouwen. Bedrijven met vrouwen in de top presteren beter dan ‘traditionele’ ondernemingen. Op elke twee mannen die afstuderen, zijn er drie vrouwen. En president Obama heeft twee vrouwen benoemd bij het Hooggerechtshof.

Betekent dit alles ‘Het einde van de man’?, zoals het tijdschrift The Atlantic zich deze zomer afvroeg? De postindustriële samenleving kan wel eens ‘geschikter zijn voor vrouwen’, schreef journaliste Hanna Rosin. Zij merkte op dat Amerikaanse ouders in toenemende mate meisjes boven jongens verkiezen nu zwangerschap steeds vaker een keuze is.

Wat Betty Friedan hiervan zou vinden, valt slechts te gissen. De oermoeder van het moderne feminisme is in 2006 overleden. Maar vast staat dat haar ideeën van groot belang zijn geweest voor de verschuivingen in de verhoudingen tussen de seksen.

Woensdag 26 augustus 1970 vormde een omslagpunt. Friedan riep vrouwen op om die dag te staken. De belangengroep die zij had opgericht (de National Organization for Women, NOW) hield een ‘vrouwenstaking voor gelijkheid’ om aandacht te vragen voor de ongelijke betaling.

De actie – de eerste nationale demonstratie van de vrouwenbeweging – was een groot succes. In negentig Amerikaanse steden werd op deze manier de vijftigste verjaardag gevierd van het uit 1920 daterende negentiende amendement bij de Amerikaanse Grondwet, waarin het stemrecht voor vrouwen is vastgelegd.

Sindsdien hebben de Verenigde Staten zich ontwikkeld in een richting die Friedan veertig jaar geleden vermoedelijk niet voor mogelijk heeft gehouden. In 1970 waren vrouwen goed voor minder dan 6 procent van het gemiddelde gezinsinkomen. Dat is nu ruim 42 procent.

‘In demografisch opzicht is het absoluut duidelijk dat vrouwen de komende decennia zullen heersen in de middenklasse’, stelde Rosin in The Atlantic. Zij citeerde onderzoek waaruit blijkt dat de ‘vrouwelijke aanpak’ op de werkvloer in opmars is. Vrouwen doen het vooral goed in bedrijven waar ‘creativiteit en samenwerking belangrijk zijn’, aldus Rosin.

Ook in politiek opzicht is er veel veranderd sinds in 1992 het optreden van first lady en carrièrevrouw Hillary Clinton ter rechterzijde met afschuw werd aanschouwd. Inmiddels is Clinton zeer populair onder veel vrouwen, ook conservatieve.

De campagne van 2008 dwong Democraten om te kiezen tussen een vrouw en een zwarte man. Een aantal jonge feministen zette zich in de media hard af tegen de Friedan-generatie, die verordonneerde dat vrouwen zich vanzelfsprekend achter Hillary Clinton moesten scharen. Hetgeen niet gebeurde: Clinton verloor.

Tegelijkertijd wezen de Republikeinen voor het eerst een vrouw aan als running mate van de presidentskandiaat. Dat leidde tot een opmerkelijke weerzin van linkse zijde. Een zelfbewuste, onafhankelijke, moederende carrièrevrouw was mooi en aardig – maar Sarah Palin?

Palin en de groeiende schare conservatieve politici (‘Mama Grizzlies’) die zij ondersteunt, trekken zich niets aan van dit dedain. Ze zijn vrouwen met kinderen en ideeën over de toekomst van het land. Ze noemen zich soms feministen. Dit ergert progressieve, vrouwelijke opiniemakers; de Palins van deze wereld zijn geen ‘echte’ feministen.

Het succes van deze dames vormt een perfecte weerspiegeling van de politiek verdeelde, diverse bevolking. En de doorbraak van al die rechtse, linkse en onafhankelijke vrouwen is toch vooral een uitvloeisel van Friedans werk.

Diederik van Hoogstraten

Meer over