Betrokken vreemdeling in den haag

Ja: 'Politiek kan verschrikkelijk eenzaam zijn.' Nee: zijn leven is niet verloren als hij in Den Haag wordt afgebrand. Want: 'Waar ik op de een of andere manier in slaag, is dat ik redelijk mezelf blijf.' In gesprek met Job Cohen, staatssecretaris voor Vreemdelingenbeleid: 'Mensen blijken te begrijpen wat ik...

'Twee hoog achter', schalt een krachtige stem door de intercom. Met de lift omhoog naar het pied-à-terre van de staatssecretaris, gelegen op een Amsterdamse gracht, onder de rook van het PvdA-partij bureau. 'Toeval, hoor', zegt hij spottend, 'ik woonde hier al'. De flat was ooit uitvalsbasis voor stedelijke uitjes van de familie Cohen, maar de sfeervolle niveauverschillen in de hal en in de woonkamer zijn een steeds groter obstakel geworden voor de rolstoel van zijn vrouw. Hij is er dus nu alleen op doordeweekse dagen, weg van de Haagse 'viskom'. Hij heeft behoefte aan afstand, een leven ernaast.

Job Cohen is een fenomeen, de eerste staatssecretaris voor Vreemdelingenbeleid die niet wordt afgebrand, sterker, zelfs populair blijft. Een prestatie van jewelste. 'Helemaal niet', roept hij afwerend vanuit de keuken, waar hij met flessen en glazen rommelt. 'Ik moet kunnen geloven in de maatregelen die ik neem. Dan kan ik het anderen ook uitleggen, daar zit blijkbaar de overtuiging.' Later zal hij zeggen: 'Misschien scheelt het dat ik in Den Haag een beetje rondloop als een buitenstaander. Zeer betrokken, dat wel, maar ik ben niet aan de politiek verknocht.'

Hij schenkt een glas Spa in. Aan het eind van het gesprek waagt hij zich aan een glas wijn. De staatssecretaris is behulpzaam en welwillend, hij begrijpt wat er van hem wordt verwacht, maar hij is ook op zijn hoede, maakt een grapje over de diepgang die het gesprek zou moeten hebben. 'Ik ben maar een oppervlakkig type.' Hij spreekt niet meer dan nodig is, zegt dingen doorgaans maar één keer en heeft niet de neiging tot doorborduren of een beetje reflecteren op wat hij te berde brengt. Er vallen makkelijk en veel stiltes in het gesprek. 'Ik kan heel goed zwijgen.' Ook in debatten, wordt verteld, kan hij verpletterend zwijgen. Doet hij dat met een bedoeling? Hij reageert verbaasd. 'Welnee, ik zwijg omdat ik niks te zeggen heb. Ik kan het wel hoor, met veel woorden weinig zeggen. Maar ik doe dat liever niet.'

In de krantenknipsels buitelen de loftuitingen en lovende adjectieven over elkaar heen. Ik lees ze hem voor: sympathiek, integer, capabel, loyaal, ontwapenend, menselijk, toegankelijk, een lot uit de loterij, et cetera. Hij hoort het zwijgend aan. Een citaat: 'Iedereen vindt hem altijd nog aardiger dan hij al is.' Hier moet hij om lachen. 'Ik weet nog wie dat gezegd heeft.' Ook een hele mooie is: 'We moeten zuinig zijn op mensen als Job Cohen, al was het maar om te laten zien dat aardige, progressieve mensen niet per se naar D66 gaan.' Hij knikt: 'Dat was Jacques Wallage.'

- U hebt ze goed onthouden.

Grijnzend. 'Ja, ik lees ze wel.'

Hij is even stil en zegt dan. 'Dat kan me dus allemaal niks schelen. Natuurlijk maakt het wat uit dat het lovende adjectieven zijn, maar ook als ze negatief zouden zijn, ik kan er niks mee, het glijdt gewoon langs me heen.'

- Dat geloof ik niet. Elk mens vindt complimenten leuk.

'Natuurlijk. Maar ik vind het vooral prettig als ik zélf het idee heb dat het goed gaat. Waar ik op de een of andere manier in slaag, en dat is geen verdienste, is dat ik redelijk mezelf blijf. Verder is het allemaal gedoe, ik kijk ernaar en vind het wel best.'

- Dan de negatieve dingen: geen grote visies, geen duidelijke standpunten. Daar bent u even onverstoorbaar onder?

'Eh, nou ja, ik ben het er niet helemaal mee eens. Ik verkondig geen grote visies, dat klopt, maar meningen heb ik wel.'

Na weer een lange stilte. 'Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik ben niet verschrikkelijk bevlogen, en ben daarbij redelijk flegmatiek, maar daarachter zitten wel standpunten, die ik vaak onderkoeld breng. Ik kan niet anders. Mijn ervaring is dat ik daarmee wel wat over het voetlicht kan brengen, mensen blijken te begrijpen wat ik doe.'

De wittebroodsweken leken voorbij toen Cohen vorig najaar besloot iets aan de overvolle opvangcentra te doen. De asielzoekers werden opgevangen in lekkende legertenten bij Ermelo. Hij kreeg het zwaar te verduren.

'Men walste over me heen, terecht, het was gewoon fout en dat heb ik ook heel snel toegegeven. Ik heb later geanalyseerd waarom het zo mis kon gaan. We zaten met die niet te verwerken aantallen asielzoekers en we stelden voor de mensen even helemaal niet op te vangen, ze moesten zelf maar iets regelen. Dat bleek politiek niet haalbaar. Oké, zeiden we toen, dan gaan we het met tenten doen, maar het moeten wel sobere tenten zijn. Vervolgens hebben we Defensie gebeld met de vraag: lever ons snel die tenten. Wat we ons niet realiseerden is dat het woord 'sober' bij Defensie iets heel anders betekent dan bij ons. Ja, daar kan je om lachen, maar het is wel zo. We hadden direct die partytenten van De Boer moeten bestellen. Nou ja, en toen bleek van al die tenten er ook nog eentje te lekken! En vooral nadat journalisten eraan hadden getrokken.'

- Expres?

'Geen idee. Er gaan verhalen dat ze dat expres hebben gedaan. Maar dat doet er niet toe. Toen ging het ook nog vier dagen achter elkaar hard regenen. Die periode was uberhaupt moeilijk, de ene ellende na de andere, de zeeën gaan hoog, je staat er middenin, je moet diep ademhalen en maar hopen dat je het redt. Het zijn van die momenten dat je er alleen voor staat, en anderen keurig in een kringetje staan te kijken hoe het gevecht afloopt. Politiek kan verschrikkelijk eenzaam zijn.'

- O ja?

Hij maakt gauw een grapje. 'Dat wist u zeker niet? Fijn dat ik hier even een verse, nieuwe mededeling kan doen!'

Hij trad vorig jaar zomer aan met 'het geruststellende gevoel' dat je het in deze functie nooit goed kunt doen. 'Gejuich hoef je niet te verwachten, dus teleurgesteld kun je ook niet worden. Je kunt nog zo je best doen, mensen zullen nooit tevreden zijn. Dat merk ik nu ook met de eenmalige regeling voor witte illegalen, meer dan een besmuikt zesminnetje krijg je er niet voor.'

- Was u niet een beetje beledigd of gekwetst toen ze u deze rotjob aanboden?

'Nee. Waarom? Mensen roepen ook dat het ongeveer de moeilijkste baan in het kabinet is. Waarom zou je dan gekwetst zijn als ze je dat aanbieden?'

- Omdat het ook een onmogelijke baan is, met een hoog afbrandrisico.

Ongeduldig. 'Jaja, het is allemaal zo makkelijk. Ik wilde graag een functie hebben in de regering. Dat had ik kenbaar gemaakt. Dan ga ik vervolgens toch niet roepen: ik ben eigenlijk te goed voor deze baan, omdat ik minister had willen worden? Absoluut niet. Het is een baan die over mensen gaat, over iets wat ontzettend belangrijk is en in onze samen leving veel commotie veroorzaakt. Natuurlijk weet ik dat de kans op afbranden aanzienlijk is, maar moet je dan zeggen: ik doe het niet? Als ik hier afbrand, dan is mijn leven niet verloren. Dan ga ik iets anders doen.'

- Bent u nooit bang geweest voor de dingen die uw voorgangers zijn overkomen, bommen, brandstichting, ruiten ingooien, uitputting.

'Nee, ik maak me geen zorgen over wat er zou kunnen gebeuren. Maar... hoe moet ik dat nou zeggen... ik geloof dat het samenhangt met de ziekte van mijn vrouw. Achttien jaar geleden kreeg ze te horen dat ze multiple sclerose had. Er komt dan van alles op je af, je weet dat er erge dingen gaan gebeuren, maar je weet niet wat en wanneer, het is zo'n kloteziekte. Je kunt je daar vanaf het begin vreselijke zorgen over maken en je leven erdoor laten verpesten, of je denkt: we zien wel, we kijken wel wat er gebeurt. Dat laatste hebben we gedaan en daardoor heeft de ziekte heel lang niet hoeven domineren. Er zijn nog zoveel andere dingen om te doen, het is zoveel aangenamer je daarop te concentreren. Dat konden we. Nu ontkomen we er overigens niet meer aan. Steeds meer activiteiten vallen af, allerlei dingen waarvan het leuk zou zijn om samen naar toe te gaan, kunnen niet meer. Het is het laatste jaar heel hard gegaan.'

Hij komt er later nog eens op terug. Zegt dan: 'Ik realiseer me dat ik zo ontzettend veel geluk in mijn leven heb gehad. Ik heb niks ergs meegemaakt, de ziekte van Lidie is mijn enige tegenslag. Ja, goed, het is niet niks, maar voor mij is het afgeleid verdriet. Voor haar is het erger, zij zit er elke dag mee, elk uur, elke seconde.'

Zoals ze thuis met de ziekte omgaan, zo opereert hij ook min of meer in deze moeilijke functie. 'Ik loop er niet voor weg, en ik maak me geen zorgen over de dag van morgen.' En nee, hij heeft nooit gedacht: vreemdelingenbeleid, ha, dat zou ik nou leuk vinden! 'Er zijn ook momenten waarop ik denk: verschrikkelijk, waar ben ik in godsnaam aan begonnen. Toen het kabinet viel, ben ik bij mezelf te rade gegaan: stel, er komt een nieuwe regering, wat zou ik dan eventueel willen? Ik constateerde op dat moment dat ik graag door wilde gaan. Ik wil iets neerzetten, ik wil laten zien dat het vreemdelingenvraagstuk zodanig te organiseren is dat het veel minder commotie oproept.'

De staatssecretaris doet zijn best, met notities en wetsvoorstellen, met een eenmalige regeling voor witte illegalen en een nieuwe vreemdelingenwet die binnenkort naar de Tweede Kamer wordt gezonden. En intussen is hij bezig de Europese collega's warm te maken voor één Europese asielprocedure. 'Ik heb een wezenlijk uitgangspunt: vluchten doe je niet voor je lol. En een praktisch doel: het probleem beheersbaar maken. Ik wil dat mensen hier naar toe komen die het echt nodig hebben. Dat is nu ongeveer dertig procent van degenen die een vergunning vragen. Ik hoop dat dat percentage aanzienlijk oploopt, en dat degenen voor wie wij het niet bedoelen, het idee krijgen: je moet maar niet naar Nederland gaan, want dat lukt toch niet. En tja, hoeveel het er dan zijn, ja, dat hangt van de rest van de wereld af. Wij gaan niet over de ellende in de wereld.'

Hij is afkomstig uit een politiek geëngageerd gezin. 'Mijn ouders komen uit de vrijzinnig democratische hoek, geen rasechte socialisten dus. Keurige sociaal-democraten. Mijn moeder is nog een tijd PvdA-gemeenteraadslid ge weest in Heemstede. We spraken veel over politiek, de actualiteit. Mijn ouders zijn beiden joods, ze hebben onderge doken gezeten, ze hebben familieleden verloren, mijn grootouders zijn omgekomen. Ze hebben veel meegemaakt en beseften dat wat er in de maatschappij gebeurt, onmiddellijk consequenties heeft voor individuen.'

Zijn vader, tot aan zijn pensioen hoogleraar in Leiden, werkte in de eerste naoorlogse jaren als historicus op Oorlogsdocumentatie, als onderdirecteur van Loe de Jong. 'Hij was dus intensief met de oorlog bezig, ook in praktische zin. We praatten er veel over. Maar op een rationele manier, denk ik. Mijn vader en ik lijken op elkaar, wel betrokken, maar rationeel. De maatschappelijke betrokkenheid bij ons thuis uitte zich ook op een vanzelfsprekende manier, mijn ouders hadden niet zo'n sterke drive, maar wel duidelijke overtuigingen.'

Omdat hij het Vreemdelingen- en Asielbeleid doet, wordt vaak vermeld dat hij joods is. Vindt hij dat vervelend? 'Nee, afgelopen zomer bij de opening van een tentoonstelling in Westerbork ben ik daar ook op ingegaan. Ik begrijp best dat mensen me daarop aanspreken, vind ik prima. Met dat joods - zijn zelf ben ik nooit zo bezig. Alleen in 1966 met de Zesdaagse Oorlog, voelde ik me enorm bij Israël betrokken en vroeg ik me af of ik erheen moest om te helpen. Maar verder, nee, ik doe er niks aan, met het geloof heb ik niets. Toch vergeet ik geen moment dat ik joods ben.'

Zijn vader is inmiddels 85, zijn moeder overleed drie jaar geleden. 'Hij leeft erg mee, leest de kranten, knipt van alles voor me uit, we praten veel met elkaar over de politiek. Hij behoort tot mijn ongemotiveerde bewonderaars.'

Toen hij in 1993 staatssecretaris werd op Onderwijs, schreven de kranten: een interimpoliticus, een uitzendkracht, geen blijvertje. En ook al kwam hij terug, eerst in de Eerste Kamer en nu in het kabinet, hij behoudt het aura van buitenstaander, van amateurpoliticus, terwijl hij daarbij ook nog vanaf zijn achttiende in meer of mindere mate actief was in de partijpolitiek. 'Ik heb wel van alles gedaan in de partij, maar ik stond er maar met één teen in. Toen ik in het gewestelijk bestuur van Zuid- Holland zat, heb ik me wel serieus afgevraagd of ik de Tweede Kamer in wilde. Had makkelijk gekund. Maar ik vond het interessanter om naar te kijken en te analyseren, dan om er deelgenoot van te zijn en je eraan over te leveren. Ik ben in 1981 naar Maastricht gegaan, en hield me niet meer bezig met een politieke carrière.'

Het verzoek Roel in 't Veld op te volgen, de staatssecretaris die vanwege omstreden bijbanen reeds na acht dagen het veld moest ruimen, kwam in huize Cohen dan ook als donderslag bij heldere hemel. Hij moest er een paar dagen over nadenken. 'Ik wilde wel, maar alleen als het gezin ook mee ging. Lidie, die toen nog in betrekkelijk goede conditie was, had een baan in Maastricht, ze is decaan op een middelbare school. Toen ze een jaar onbetaald verlof kon krijgen, en de kinderen ook wel meewilden, heb ik ja gezegd.'

Een jaar lang zat hij op het ministerie van Onderwijs. Hij genoot, maar wees het verzoek om plaats te nemen in het daaropvolgende kabinet af, met een reden die hoog zou scoren op de feministische meetlat. 'Mijn vrouw wilde terug naar Maastricht, naar haar oude baan. Ik zou mijn kinderen alleen in de weekenden zien, de opvoeding kon ik dan op mijn buik schrijven. Ik weet nog dat ik in die tijd een keer met Jos van Kemenade sprak, en dat was cruciaal, die had vier jaar in het kabinet gezeten en toen hij daarmee klaar was, vertelde hij me, waren zijn kinderen ineens vier jaar ouder. Een schrikbeeld, zeker op de leeftijd die mijn kinderen toen hadden, elf en veertien, je mist hun puberteit, en dat bepaalt dan weer de relatie die je met je ze hebt. Ja, het was even slikken, maar ik heb er nooit een moment spijt van gehad.'

Vanaf 1981 was hij verbonden aan de Universiteit Limburg in Maastricht. Hij heeft er een juridische faculteit opgezet, was er hoogleraar, decaan, en vervolgens was hij zes jaar lang een alom geloofd en geprezen rector magnificus. 'Ik denk dat ik een hele goede universiteitsbestuurder was, omdat ik het talent heb anderen, de professionals, de ruimte te geven, hen te laten doen waar ze goed in zijn. Een politicus opereert anders, daar heb ik aan moeten wennen. Ik weet nog goed hoe ik een keer als staatssecretaris Onderwijs met een stel mensen aan het vergaderen was. Op zeker moment viel het stil, men keek naar mij, ik moest het zeggen, terwijl ik dacht, kunnen we daar nou samen niet iets... nee, niks daarvan, ik moet de koers bepalen en niemand anders.'

'Ik vind dat moeilijk. Ik ben een wikker en een weger, niet iemand die makkelijk kiest, het is bij mij altijd veel zoeken. Ik maak ambtenaren zo nu en dan horendol. Dan zeg ik: we moesten het maar zo doen. Een dag later kan ik zeggen, jongens, we doen het toch anders, omdat ik er dan weer over na heb gedacht of iemand met een andere argumentatie ben tegengekomen. Worden ze stapelgek van! Maar als het verhaal er eenmaal ligt, sta ik er helemaal achter, en kan dat dan ook uitdragen. Dus uiteindelijk is het wel effectief.'

Heeft hij ook net als Hans Wijers, minister in het vorige kabinet en ook zo'n buitenstaander, een afkeer van de politiek met de kleine p? Cohen oordeelt mild: 'Ach, zo zit de politiek in elkaar. Ik begrijp dat best. Ik zal zelf niet zo gauw meedoen aan politieke steekspelletjes, en soms vraag ik me ook wel af of bepaalde uitlatingen nog boven de gordel zijn, ik registreer dat, ik sla het op, en dan weet ik: dit zal mij met dezelfde persoon niet nog eens overkomen. Maar het hoort erbij, ik wind me er niet vreselijk over op.'

- Goed dan, politiek met een kleine p. Wie gaat Kok op volgen? Uw naam komt voor in het rijtje kroonprinsen.

'Ja. Volgend onderwerp.'

- Zo gemakkelijk komt u er niet vanaf.

Smalend: 'Ontzettend interessant!'

- Kom op, u bent vast ook ijdel. Het is toch vleiend?

Hij zegt niks. Volgt een lang, gepijnigd zwijgen. 'Wat moet ik daar nou over zeggen? Ik vind het onzin, dat gepraat over opvolgers. Over een paar jaar is het zover, maar nu nog niet. Al die peilingen, allemaal dagkoersen. Leuk, hoor, maar het is niks. Volgende week nieuwe dagkoersen.'

Meer over