PostuumJeroen Verhulst (1949 - 2021)

'Bescheiden en zorgzame’ stedelijk visionair

Jeroen Verhulst was de geestelijk vader van de Amsterdamse Vinex-wijk IJburg. Daarnaast zette hij zich in voor de binnenstadsbewoners.

Jeroen Verhulst  Beeld
Jeroen Verhulst

Zijn dochter Zinzi herinnert zich dat haar vader om vier uur in de nacht nog gewoon aan het werk was als zij in haar late tienerjaren terugkwam na een avondje stappen. Jeroen Verhulst was altijd bezig met bouwen en wonen. ‘Was hij een goede vader? Zeker. We hebben ontzettend veel van hem meegekregen. Maar in de naschoolse opvang waren mijn broertje Olmo en ik wel eens de kinderen die het laatst werden opgehaald.’

In zijn vrije tijd tekende hij in 1978 ook een keer een nieuwe Amsterdamse wijk in het Buiten-IJ en op het eiland Zeeburg. ‘Groot Zeeburg’ noemde hij het. In zijn visie moest dit een alternatief worden voor de zogenoemde ‘overlopers’ die naar forensengemeenten waren uitgeweken, omdat Amsterdam geen geschikte woonruimte had. Aanvankelijk was de gemeente tegen, maar later zou wethouder Michael van der Vlis van Ruimtelijke Ordening zijn idee toch vorm gaan geven.

Uiteindelijk kon in 1999 de eerste steen worden gelegd voor de Vinex-wijk op deze locatie: IJburg. ‘Hij is de geestelijk vader van IJburg. Nu een wijk met 25 duizend inwoners’, zegt freelance-journalist Annemiek Onstenk die vorig jaar een boekje over hem schreef. Decennialang was hij ook belangenbehartiger voor de binnenstadbewoners. In januari kreeg hij daarvoor de Amsterdamspeld. Op dat moment was al alvleesklierkanker bij hem vastgesteld. ‘Out of the blue’, zegt zijn echtgenote Hanneke Stasse, waarmee hij na ‘vijftig jaar zoenen’ vorig jaar nog trouwde. Hij overleed 15 mei.

Verhulst werd in een gezin van zes kinderen geboren in Weesp waar zijn vader gemeenteambtenaar was. Eind jaren zestig ging hij sociologie en planologie studeren aan de huidige UvA. ‘Zijn eerste kamer was aan de Zeeburgerdijk, later verruilde hij die voor een kraakpand in Wittenburg’, vertelt Hanneke.

Hij werkte eerst enkele jaren bij het Siswo (Stichting Interuniversitair Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk Onderzoek) voordat hij in dienst kwam van de gemeentedienst Wonen. Terwijl planologen en stadsontwikkelaars nog vol inzetten op overloop en stadsvernieuwing werkte Verhulst door aan zijn plan voor Groot Zeeburg. Onstenk: ‘In die tijd steeg het aantal woningzoekenden in Amsterdam naar 30 duizend. Vergrijzing, echtscheidingen, jongeren die eerder zelfstandig gaan wonen verdunden de bevolking van 3,4 naar 2,4 personen per woning. Daarnaast zijn er ook vele spijtforensen die terug wilden naar de stad. Stadsvernieuwing alleen was niet voldoende.’ ‘Jeroen was bescheiden en zorgzaam, maar ook een bevlogen doorzetter’, aldus Hanneke.

Met de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening (Vinex) in 1991 kwam de grote doorbraak. In 1996 besloot de gemeente tot de aanleg van IJburg. Verhulst werd in die tijd ook benaderd om deelraadbestuurder te worden voor GroenLinks.

Dat ging niet door, maar Verhulst zou actief blijven als bedenker van oplossingen voor verkeers- en stedelijke vraagstukken. De fiets was voor hem een heilige graal. Zo zijn fietsparkeervakken in de binnenstad mede aan hem te danken. Hij was een geëmancipeerd en modern huisvader. Zijn twee kinderen kregen al ruim dertig jaar geleden de achternaam van zijn vrouw en zijn gezin vestigde zich ineen woongroep.

Tot het laatst streed hij voor het behoud van de Oosterkerk voor de buurt. Daar vond de uitvaart plaats, waarna hij begeleid werd door leden van de Fietsersbond in gele hesjes naar de Nieuwe Ooster.

Meer over