op mijn plek

Benjamin Herman – jasje, dasje – is hier helemaal het heertje

Met een pochet en een stropdas ziet saxofonist en bandleider Benjamin Herman er als een heertje uit. Zelfs in zijn vrijetijdskleding en op zijn onafscheidelijke Vans-sneakers. ‘Ik ben trots op wat ik doe en wil dat ook uitstralen.’

Maxine van Veelen
Benjamin Herman Beeld Jordi Huisman
Benjamin HermanBeeld Jordi Huisman

Wie? Benjamin Herman (53).

Wat doet hij? Hij is jazzsaxofonist, onder meer bekend als bandleider van New Cool Collective.

Waar zijn we? Sociëteit De Kring, een gekende ontmoetingsplaats in Amsterdam voor creatieven.

Waarom deze plek?

‘In deze veilige haven, in deze rust te midden van de gekte op het Leidseplein, speel ik al meer dan dertig jaar saxofoon. Ik vind het een bijzondere plek, om zijn fijne akoestiek en geweldige locatie. De ruimte heeft een mooi balkon dat op het Leidseplein uitkijkt en waar je duidelijk voelt hoe de stad erbuiten altijd in beweging is, terwijl De Kring steeds constant blijft.

Ik heb het publiek zien veranderen in de jaren dat ik hier kom: van de gasten die hier kwamen toen De Kring nog een heel exclusieve club was, en ik nog een conservatoriumstudent, is een aantal inmiddels overleden of te oud geworden om de lange trap nog op te komen. Met veel van de vrienden die ik hier heb ontmoet, maak ik muziek. Zo heeft de plek grote invloed op mijn oeuvre.

Jazz is sociaal, door samenspel tot stand gekomen, in huiskamers en kroegen. Dat past goed bij de informele, huiskamer-achtige sfeer: afstand tussen muzikant en publiek is er eigenlijk niet. Als ik op De Kring speel, wat vóór corona elke twee weken was, gaat het voor mij vooral om experimenteren, om sparren met mijn jonge collega’s.’

Vind je het belangrijk hoe je erbij loopt?

‘De kleding op de foto is vrijetijdskleding, mijn lockdown-outfit, maar toch, zoals altijd, met zorg uitgekozen. Ik ben mijn hele leven lang al dol op kleding en kwam laatst een citaat van zanger Paul Weller tegen die mijn modefilosofie samenvat: ‘Clean living under difficult circumstances.’ Als muzikant kun je ervoor kiezen er slonzig uit te zien, omdat je duidelijk wil maken dat je je kunst boven alles stelt. Maar ik heb het altijd belangrijk gevonden er onberispelijk uit te zien, om met trots de dag in te gaan. Ik ben trots op wat ik doe, op de muziek die ik maak, en wil dat ook uitstralen. Je moet een beetje je best doen, vind ik. Vroeger, als ik naar concerten ging, was ik benieuwd wat de artiesten aan zouden hebben. Dan was ik zo teleurgesteld als iemand gewoon in z’n spijkerbroekie en T-shirt op dat podium stond. De leukste muzikanten zijn altijd interessant geweest om te zien: met heel mooie kleding, of juist heel lelijke. Maar in ieder geval onderscheidend.’

Hoe zou je je smaak omschrijven?

‘Veel verschillende stijlen spreken me aan. Ik haal veel inspiratie uit kleding uit de jaren vijftig, maar ook uit de jaren zestig. En de jaren twintig. Uit skatekleding, uit Engelse mod, uit ivy league en uit alle stijlen van klassieke jazzhelden. Ik wil vooral niet blijven hangen in één sentiment, want dan beperk je jezelf alleen maar. Ik vind dat je kleding, als muzikant, ook tijdig moet verversen: als je denkt dat iets nog een jaartje mee kan, moet je het eigenlijk wegdoen.

Ik sta overal voor open. Soms ga ik naar een kledingwinkel om er alleen maar rare kleding te passen en vervolgens weer weg te gaan. Dat levert niet per se iets op, maar is wel vermakelijk. Ik wil mijn nieuwsgierigheid niet indammen, want ik hou van spelen en dat kan alleen maar als je goed overzicht hebt. Ook in muziek geldt: schoonheid is geen vereiste, slechts een onderdeel. Artisticiteit en spanning zijn het belangrijkst.’

Wat streef je na in een outfit?

‘Ik wil me in ieder geval graag onderscheiden, dat zit nou eenmaal in me. In de kunst heeft een dergelijke eigenwijsheid ook altijd de leukste dingen opgeleverd. Ik heb er vaak maar half bij gehoord: geboren in Engeland, maar opgegroeid in Nederland, de zoon van een rabbijn, de helft van een tweeling, een jazzmuzikant. Ik ben dus altijd een buitenbeentje geweest. Die positie heeft zijn weerslag gehad op alles wat ik doe: ik kan doen wat ik wil, kan alles maken. Ik ben niet bang om anders te zijn.’

Saxofoon

‘Deze Selmer Mark VI uit 1958 is een saxofoon met een mooie klank. Ik ben er inmiddels mee vergroeid geraakt, mijn vader heeft hem ooit voor me gekocht toen ik net op het conservatorium zat. We zijn ervoor naar België gereden, naar een legendarische handelaar die zijn boerenschuur vol had staan met de mooiste tweedehands saxofoons.’

null Beeld Jordi Huisman
Beeld Jordi Huisman

Pochet

‘Dit pochet is op zich niks bijzonders, maar geeft toch net iets feestelijks aan een verder informele outfit. Dat feestelijke vind ik leuk, zeker als het gecombineerd wordt met streetwear als Vans. Dat creëert een leuk contrast.’

Overhemd

‘Dit is een overhemd dat ik ooit in Thailand heb gekocht en dat het gewoon maar blijft doen. Ik vind het fijn dat de boord zo lekker strak zit en dat de knoopjes ervan dicht op mijn stropdas zitten.’

Bril

‘Deze bril, van Ace & Tate, is net nieuw. Ik heb hem gekocht omdat hij lijkt op mijn vorige, vier keer zo dure, die ik in een taxi had laten liggen. Het is een classic model, en eigenlijk een soort knipoog naar de bril die Paul Desmond, de saxofonist van Dave Brubeck, had. Ik ben groot fan van hem.’

null Beeld Jordi Huisman
Beeld Jordi Huisman

Schoenen

‘Ik heb altijd al van skatekleding gehouden. Toen ik een vriend van me in de jaren tachtig Vans zag dragen, dacht ik: wauw, dit zijn coole schoenen, wat is dat? Ik ben er meteen achteraan gegaan en nooit gestopt ze te dragen. Ik vind het fijn dat Vans niet zo veel kosten en dat ze lekker simpel zijn.’

null Beeld Jordi Huisman
Beeld Jordi Huisman

Stropdas

‘Ik ben gek op Japan. Ik kom er vaak en koop dan telkens een lading schooldasjes zoals deze. Ze zijn kort, wat past bij mijn lengte. Stropdassen zitten lekker: ze houden warmte binnen, zien er gewoon goed uit en zijn bovendien praktisch bij het saxofoonspelen. Saxofonisten hebben tegenwoordig tuigjes en ingewikkelde verzinsels om hun nekwervels te ontlasten; als je een stropdas en overhemd draagt, hoeft dat niet.’

null Beeld Jordi Huisman
Beeld Jordi Huisman
Meer over