Ben Smit.

Eeuwig levenBen Smit (1922-2020)

Ben Smit (1922-2020): architect van het Nieuwe Bouwen op Curaçao

Ben Smit.

In de oorlog moest Ben Smit vluchten voor de Holocaust. Via Jamaica kwam hij terecht op Curaçao, om vanaf 1969 weer in Nederland te werken als architect.

‘On devient ingénieur, mais on naît architecte (‘Je wordt ingenieur, maar je wordt geboren als architect’), zo luidde de lijfspreuk van architect Ben Smit.

Hij was in de wieg gelegd voor zijn vak. Smit drukte zijn stempel op de bouwkunst op Curaçao. ‘Hij combineerde precisie met creativiteit in alles wat hij deed’, zegt zijn jongste dochter, theatermaakster Paulette. Hij hield zich graag aan de code dat een architect in het zwart gekleed moest gaan.Dat combineerde hij met een rood strikdasje of rode sjaal.

Avontuurlijk leven

Smit overleed 23 maart in Amsterdam na een lang en avontuurlijk leven. Hij werd als zoon van een joodse diamantslijper geboren in Amsterdam. Een jaar later verhuisde het gezin naar Antwerpen. In 1939 besloot Ben daar architectuur te gaan studeren aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten. Paulette: ‘Hij kon goed tekenen. Maar zijn belangrijkste drijfveer was, zo vertelde hij, dat hij zijn hele jeugd in lelijke huizen had moeten wonen. Hij wilde zelf iets moois creëren.’

In de meidagen van 1940 vluchtte de hele familie op aandrang van zijn moeder naar het Franse dorp Marmande, zo’n 90 kilometer onder Bordeaux. Ben kon zijn architectenopleiding voortzetten aan de de École des Beaux Arts in Lyon in het onbezette Franse gebied. Maar die rust duurde nog geen jaar.

Vluchtelingenkamp

Eind 1942 werd de grond onder hun voeten ook hier te heet. Ze reisden verder naar Spanje en waren van plan naar de VS te reizen. De boot waar ze op terechtkwamen, bleek af te meren in Jamaica, waar ze in een vluchtelingenkamp belandden. ‘Toevallig was daar een Nederlandse ingenieur van Curaçao op vakantie die bij de dienst openbare werken wel iemand kon gebruiken. En een juwelier in Willemstad had later een baan voor vader Smit. Na een half jaar zijn ze naar de Antillen gegaan’, zo vertelt zijn oudste dochter, kunsthistorica Jennifer Smit.

Voor zijn 24ste jaar had Ben Smit zijn eigen architectenbureau en groeide uit tot de belangrijkste naoorlogse architect van het eiland. Zijn werk kenmerkte zich door een functionele indeling en een strakke vormgeving in beton, het zogeheten Nieuwe Bouwen. Inspiratiebron was de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer.

Hij ontwierp op Curaçao onder meer de hotels Hilton en Intercontinental – het latere Van der Valk-hotel dat de eerste toren in de stad was. Van zijn hand waren ook het onderkomen van de Antilliaanse verffabriek, de kapel van het Alverna-klooster en de nieuwe vleugel van het St. Elisabeth-ziekenhuis. Daarnaast ontwierp hij vele woonhuizen en villa’s.

Onbegrip

Met zijn echtgenote Zita Moreno en twee dochters besloot hij in 1969 terug te keren naar Nederland, waar hij partner werd van een architectenbureau in Rotterdam. Paulette, die toen 12 was: ‘Ik vond het verschrikkelijk in Nederland. Ik was weliswaar wit, maar had een zwaar Antilliaans accent. Dat zorgde voor veel onbegrip.’

In Nederland werkte hij mee aan het hoofdkantoor van het ABP in Heerlen en aan wat nu de Tolhuistuin is in Amsterdam, de vroegere kantine van Shell.

Machteld Roede, huisvriendin van de familie: ‘Ben was een warme man die in zijn pand aan de Keizersgracht tentoonstellingen van Caribische kunst organiseerde of concerten met Caribische muziek.’ Zijn hart bleef in de Antillen liggen. Een van zijn grote hobby’s was het verzamelen van prentbriefkaarten van Curaçao, waarvan hij later ook boekjes maakte.

Twee jaar geleden overleed zijn vrouw. Zijn eigen dood kwam niet onverwacht. ‘Hij was 97 jaar en gewoon op’, zegt Jennifer.

Meer over