'Ben ik wel gelukkig genoeg?'

Is het utopisme verdwenen met de jaren zestig?..

HET GAAT erom dat je je eigen leven regisseert. Je bent verantwoordelijk voor je eigen geluk. That's life, deal with it. Kijk niet naar wie je bent, maar naar wie je wilt zijn', zei de 29-jarige filmdirecteur Onno Fenstra onlangs in de Volkskrant-serie BV Jong.

Fenstra behoort tot de utopisten van de jaren negentig, de mensen die geloven dat ze hun leven geheel naar eigen inzicht kunnen inrichten. Je besluit wie je wilt zijn, en als je maar hard genoeg je best doet, zul je al je doelen bereiken.

Veel mensen geloven dat het utopisch denken verdwenen is. De bevlogen scenario's voor een perfecte, rechtvaardige samenleving lijken verwisseld voor een gedachteloos consumentisme, ontdaan van elke utopische dromerij. Het tegendeel is waar. Het utopisme is springlevend en we zitten er midden in. Alleen is de utopie verschoven van het collectief naar het individu, van de politiek naar het persoonlijke. Voor de meeste mensen is politieke strijd overbodig geworden. We hoeven niet meer te vechten voor de vrije zaterdag of het recht op abortus. We zijn rijker en vrijer dan ooit.

De problemen van het moderne leven liggen op het persoonlijke vlak. Hoe geven we vorm aan ons leven, temidden van een onoverzichtelijk woud van keuzemogelijkheden? De welvaart heeft opties geopend die een generatie geleden nog ondenkbaar leken. De meeste mensen kunnen hun eigen carrière kiezen, los van de vraag wat hun vader deed. We kunnen reizen, genieten, homo of lesbo zijn, naar een kinky party of de EO-Jongerendag, kinderen nemen of de eeuwige yup uithangen. Zelfs lelijkheid is niet meer onoverkomelijk. We hebben altijd de plastisch chirurg nog. De mogelijkheden om zelf je leven in te richten zijn enorm toegenomen.

De media zijn dol op mensen als Onno Fenstra, omdat ze de idealen van deze tijd vertolken. Ze zijn ondernemend, doortastend, goedgebekt en zien er doorgaans ook nog goed uit. It can be done, is hun boodschap. Die ene relatie, die precies aan je eisen voldoet, bestaat echt, als je maar genoeg geduld hebt. Net als die ene carrière, die helemaal tegemoetkomt aan je allerindividueelste wensen. Waarom zou je genoegen nemen met second best?

Het persoonlijk utopisme heeft zijn positieve kanten. Het stimuleert mensen ondernemend te zijn en niet bij de pakken neer te zitten. Maar de utopie van de totale zelfontplooiing maakt ook slachtoffers. Het geloof in de maakbaarheid van het leven wekt overspannen verwachtingen. Wie niet aan zijn eigen hoge eisen kan voldoen, voelt zich ongelukkig of schiet in een depressie. Niet voor niets wordt depressie al een nieuwe volksziekte genoemd.

De Volkskrant portretteerde enkele jaren geleden een 24-jarige vrouw die in een 'dipje' terechtkwam doordat zij schijnbaar niet kon voldoen aan de eisen van de tijdgeest. 'Je moet carrière maken, veel geld verdienen, je moet intelligent zijn, je moet leuk zijn, je moet gevat zijn, je moet humor hebben, je moet een enorm sociaal beest zijn. Je wordt enorm beïnvloed door reclame, televisie en tijdschriften, er komt heel wat op je af', vertelde ze.

Ze was mooi en talentvol, maar vond zichzelf niet mooi en talentvol genoeg, omdat haar leven achterbleef bij het utopische beeld uit Cosmo en Elle. Dit utopisme slaat op talloze gebieden toe. Relaties worden steeds instabieler, door de hoge eisen die partners aan elkaar stellen, op de werkvloer kampen meer en meer mensen met burn-out.

Tot ver in de jaren zestig was werk voor de meeste mensen een simpele noodzaak. Een man moest zijn gezin kunnen onderhouden. Met dat criterium werd werk ook beoordeeld. Zo werd een positie als ambtenaar buitengewoon aantrekkelijk gevonden, omdat zij 'vastigheid' bood, een woord dat tegenwoordig slechts in spottende zin wordt uitgesproken.

Vooral door de stijging van de opleidingsgraad hebben veel meer mensen de mogelijkheid gekregen leuk werk te doen. Arbeid dient niet alleen meer het levensonderhoud, maar ook de zelfontplooiing. In een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wordt werken zelfs omschreven als een vorm van consumptie.

Wie zijn werk echter als consumptieartikel beschouwt, maakt zich erg kwetsbaar. Hoeveel mensen functioneren nu werkelijk veertig jaar lang op het toppunt van plezier en zelfontplooiing? Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat het verschijnsel burn-out sterk toeneemt. Steeds meer werknemers moeten ervaren dat hun werk niet meer voldoet aan hun utopische verlangens, hoezeer ze ook hun best doen. Natuurlijk kunnen ook factoren als werkdruk meespelen, maar de veranderde houding ten opzichte van werk is van groot belang. Wie heeft ooit een mijnwerker horen klagen over burn-out?

Ook op de relatiemarkt eist het persoonlijk utopisme zijn tol. Relaties zijn in de loop der jaren steeds instabieler geworden, doordat de partners meer van elkaar zijn gaan eisen. De seksuoloog Cees Straver interviewde ooit traditionele echtelieden die elkaar in de jaren vijftig en zestig hadden leren kennen. Opvallend genoeg konden de meesten zich hoegenaamd niet meer herinneren wat zij destijds zo aantrekkelijk aan elkaar hadden gevonden. 'Ze was een buurmeisje. Je praatte met elkaar, in de tuin, en dan blijf je aan elkaar hangen', luidde het weinig romantische relaas van een 54-jarige automonteur.

In de jaren negentig zijn de eisen flink opgeschroefd. Vooral hoger opgeleide vrouwen zitten hoog in de boom, vindt relatiebemiddelaar Annelies Penning. 'Ze willen het hele rijtje: een man met een goede opleiding, sociaal vaardig en met relativeringsvermogen, betrouwbaar en dan ook nog vijf centimeter langer dan zij. Dan wordt het gewoon moeilijk. Negentig procent van de vrouwen is op zoek naar tien procent van de mannen', aldus Penning in De Groene Amsterdammer.

Relaties zijn loodzwaar geworden door de opeenstapeling van wederzijdse verlangens. De tijd dat getrouwde mannen en vrouwen rustig konden uitdijen, omdat ze eenmaal 'onder de pannen' waren, is definitief voorbij. We moeten tot op gevorderde leeftijd aantrekkelijk, en als het even kan zelfs sexy blijven. De vonk moet immers blijven overspringen.

Die eis van duurzame, maar toch spontane romantiek wordt gecombineerd met de noodzaak tot prozaïsch onderhandelen. Sinds de duidelijke rolverdeling tussen man en vrouw is verdwenen, streven beide partners naar volkomen gelijkwaardigheid. Niets is immers onverdraaglijker dan het gevoel ondergeschikt te zijn aan de ander. Voortdurend wordt dan ook de winst- en verliesrekening van de relatie opgemaakt.

Het is niet zo verbazingwekkend dat menige relatie onder deze last bezwijkt. Hiervoor wordt een hoge prijs betaald. Kinderen van gescheiden ouders doen het minder goed dan kinderen uit volledige gezinnen, blijkt onder meer uit een onderzoek van de Universiteit Utrecht. Ze roken, drinken en blowen meer, ze maken zich vaker schuldig aan kleine criminaliteit en hebben meer moeite met het aangaan van duurzame relaties. Het effect moet niet worden overdreven, maar is toch duidelijk aanwezig.

NATUURLIJK bestaan er grote verschillen tussen het traditionele, collectieve utopisme en het persoonlijk utopisme van de jaren negentig. Maar er zijn ook frappante overeenkomsten. 'Het utopisch syndroom steunt op de idee van de goddelijkheid van de mens. Wie daarin gelooft, ziet elke beperking en begrenzing als een affront', schrijven Hans Crombag en Frank van Dun in De utopische verleiding.

De gedachte van de goddelijke mens rechtvaardigde het verlangen naar meesterschap over de wereld, en daarmee ook over andere mensen, aldus Crombag en Van Dun. Utopieën als het communisme raakten dan ook in diskrediet vanwege hun dictatoriale karakter.

Ook de droom van grenzeloze zelfontplooiing loopt stuk op de aanwezigheid van anderen. Op de arbeidsmarkt is dat heel duidelijk zichtbaar. Succes is per definitie slechts voor een minderheid weggelegd. Succes betekent dat iemand het beter doet dan gemiddeld. Als iedereen succesvol zou kunnen zijn, zoals New Age-goeroes beweren, zou het begrip succes elke betekenis verliezen.

Ook op het gebied van relaties gooit de ander roet in het eten. Hij of zij zal immers nooit volledig aan onze wensen voldoen. Daar is hij/zij nu eenmaal een ander voor. Seksuoloog Cees Straver kwam dan ook tot de conclusie dat moderne partners nog iets kunnen leren van de 'huwelijkse logica' van traditionele echtelieden: de vanzelfsprekende solidariteit van mensen die hebben besloten samen een leven op te bouwen, met alle voor- en nadelen van dien.

Wie opgroeit in een wereld van welvaart en schijnbaar onbegrensde mogelijkheden kan nog maar moeilijk leven zonder zichzelf voortdurend de 'ben ik nog wel gelukkig genoeg?'-vraag te stellen. Toch is het belangrijk te doorzien dat absolute zelfbeschikking - 'kijk niet naar wie je bent, maar naar wie je wilt zijn' - een illusie is.

Anders zal Nederland zich steeds meer ontwikkelen tot een land van prinsesjes op de erwt, op weg naar de therapeut bij iedere tegenslag.

Meer over