Bekroond werk berust op artikel van Leidse biochemicus Niet gepasseerd, maar gewoon 'blij'

Gepasseerd voelt de Leidse biochemicus prof.dr J.P. Abrahams zich niet echt door de toekenning van de Nobelprijs voor chemie aan zijn voormalige chef John Walker in Cambridge....

Van onze verslaggever

Martijn van Calmthout

AMSTERDAM

Maar voor de goede orde moet het toch even gezegd: het werk waarvoor Walker nu de prijs krijgt, berust in essentie op een artikel dat Abrahams in 1994 in Nature publiceerde. Met ondermeer Walker als co-auteur, omdat chefs altijd co-auteur zijn.

Jan Pieter Abrahams vertrok in 1990 na zijn promotie in Leiden naar Cambridge. Daar was men er zojuist als eerste in geslaagd kristallen van het eiwit F1ATPase te laten groeien, het enzym dat de energievoorziening in levende cellen verzorgt. Abrahams zou in die kristallen de structuur van het eiwit ontrafelen.

Abrahams: 'Daarbij kwam het beeld naar voren van een bol op een steel. Ik realiseerde me al snel dat dat ding zijn werk deed door rond te draaien. Dat heb ik in Nature beschreven. Gaandeweg bleek ik gelijk te hebben had.'

Walker verdient volgens de Zweedse Academie van Wetenschappen zijn deel van de Nobelprijs voor het ontrafelen van de structuur en functie van F1ATPase. Abrahams' werk, dus?

Zover wil de in augustus in Leiden aangetreden hoogleraar niet gaan. Hij is nu 36 en dan al tot het hoogleraarschap geroepen. Bovendien was geldt zijn artikel in Nature nu al als een klassieker, dat herdrukt wordt in leerboeken. Wat wil een geleerde, behalve natuurlijk een Nobelprijs, dan nog meer?

Nou? 'Het even kwijt. Walker heeft het onderzoek opgezet en gaande gehouden. Maar hij heeft er een handje van te doen alsof hij alles zelf verzonnen heeft.'

Meer over