PostuumRuud van der Peijl (1960-2021)

Beeldmaker die mode als kunstvorm op de kaart zette

In de jaren negentig, de roemruchte jaren van de Roxy, behoorde Ruud van der Peijl tot de gangmakers in de Amsterdamse homoscene. Hij was een van de vaste stylisten van de modeshows in de discotheek en verzorgde de showoutfits.

Ruud van der Peijl Beeld
Ruud van der Peijl

‘Ruud hield van show en gezien worden’, zegt Ninke Bloemberg, modeconservator van het Centraal Museum in Utrecht, die in diverse projecten met hem samenwerkte. Hij was stylist, niet slechts van mode, maar ook van grote ruimtes. Carlo Wijnands, modeconsultant en zestien jaar zijn levenspartner noemt hem liever een beeldmaker, dat is een wijder begrip. Hij was ook fotograaf (inspirator: Robert Mapplethorpe), en dj (met een voorkeur voor elektro). ‘Maar hij was dus niet een ‘stylist van de sterren’, zoals hij in RTL Boulevard is neergezet.’

Ruud, die zichzelf King of Style noemde, zocht altijd ‘the edge’, zegt Wijnands. Dat deed hij ook met die scheurjurk van Trijntje Oosterhuis, met een decolleté tot aan de navel, die ze zou dragen bij het Eurosongfestival in 2015 en die tot zoveel ophef leidde. Maar zij was vier maanden zwanger, de jurk zat te strak, dus dat feest ging niet door.

Van der Peijl slikte sinds zijn achttiende antidepressiva en kreeg drie jaar geleden een psychose. Op vrijdag 17 september maakte hij op 60-jarige leeftijd een einde aan zijn leven. Ex-levensgezel Wijnands: ‘Ruud heeft alles, inclusief zichzelf uit het leven gehaald.’

Na zijn dood omschreef lifestyle-journalist Fiona Hering hem in Het Parool als ‘de grote broer van de hechte modefamilie’. Dat gold óók zijn fysiek: hij tikte de twee meter aan. Conservator Bloemberg: ‘Ruud was een zeer oorspronkelijke geest en op veel fronten zijn tijd ver vooruit. Door al die zijn disciplines was hij niet in één hokje te vangen.’

Haags accent

Hij was behept met een licht Haags accent en als zoon van een garagehouder te Voorburg een gewiekst onderhandelaar. Een eigenschap die in het modewereldje, waar ontwerpers vooraf moeten produceren en risico’s lopen, goed van pas kwam. ‘Dat zei hij: ik ben de zoon van een autohandelaar: één en één is twee’, aldus zijn ex-partner.

Van der Peijl genoot zijn opleiding op de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht (HKU). Eind jaren tachtig maakte hij samen met vier andere ontwerpers furore met het modelabel Gletcher, dat opviel omdat het anders dan gebruikelijk in Nederland sterk internationaal was georiënteerd. Ninke Bloemberg: ‘Hij heeft met dat label de mode als kunstvorm op de kaart gezet.’ Eén van zijn ontwerpen uit die periode, in het bezit van het Centraal Museum, wordt momenteel tentoongesteld op Maison Amsterdam.

Tot 1997 was Van der Peijl docent aan diverse kunstacademies in Nederland en werkte hij voor bladen als Squeeze en Blvd. In 2005 had hij een expositie van staatsieportretten (‘Portraits of State’) van bekende Nederlanders (onder wie Frans Molenaar, Rineke Dijkstra, Ans Markus, Regilio Tuur) in het Haagse fotomuseum.

Op zoek naar de mens achter de kunstenaar, werd hem in 2007 door de Volkskrant gevraagd naar zijn favoriete snuisterijen. Jeans? Moest van G-Star zijn (het merk waarvoor hij jaren werkte). Overhemd? Prada. Tandpasta? Aquafresh. Eau de toilette? Hermes. Het was een gimmick natuurlijk. ‘Overal waar hij kwam gaf Ruud die extra twist’, zegt Bloemberg. ‘Het is nauwelijks voor te stellen dat Ruud niet meer van de partij zal zijn op modefeestjes’, schreef Fiona Hering.

Op de vraag van de Volkskrant welk merk hij zou willen zijn, antwoordde hij: ‘Ik ben al een merk, het merk Ruud van der Peijl. Dat is authentiek, eigenwijs en trefzeker.’

Meer over