DE GIDSEindelijk weekend

Barbara Baarsma rent een blokje om voor de antwoorden

Barbara op weg naar haar huis in Amsterdam-Zuid.Beeld Erik Smits

Het is Eindelijk Weekend. Hoogleraar Toegepaste economie en directeur van Rabobank Amsterdam Barbara Baarsma (50) rent haar hoofd leeg.

Fun fact: elke zaterdagochtend dropt Barbara’s geliefde haar ergens in de ommelanden van Amsterdam, bijvoorbeeld aan de zuidkant, ‘in die práchtige polder’, of in Noord, ‘richting Landsmeer’. Wanneer zij dan uitstapt, zegt hij, even beslist als liefdevol: ‘Succes, ik zie je zo.’ Dan rent zij terug naar hun huis in Zuid, dwars door de stad, op ogenkompas en met Mozart in d’r oren, met ‘heel veel plezier’, ook nog eens.

Zelfs nu, in deze wankele wereld? Júíst nu, want rennen is een solitaire bezigheid en bovendien heeft ze het nodig om haar gedachten te ordenen, overzicht te krijgen. Barbara: ‘Ik zeg altijd, en dat voel ik ook echt, dat ik als bankier dienaar ben van de reële economie. Dat betekent ook meedenken bij het oplossen van de economische gevolgen van deze enorme volksgezondheidscrisis. Het vergt een ander instrumentarium, en om dat vorm te geven ren ik, want ik handel nu eenmaal beter als ik de tijd neem om te réflecteren.’

En, waaraan denkt ze dan, onderweg? ‘Over alles: heb ik het juiste gedaan, heb ik die prioriteiten wel goed gesteld, heb ik iets over het hoofd gezien? Er komen veel creatieve ideeën bij je op als je aan het rennen bent. Soms ben ik de hoek nog niet om of de eerste oplossingen dienen zich al aan.’

Maar hoe zorgt ze dat ze die niet vergeet? ‘Ik ­onthoud de eerste letter van de oplossing. Zodra ik thuis ben, schrijf ik het op. Het mooie aan mijn systeem is dat als ik eenmaal het antwoord op mijn eigen vragen heb en de bijbehorende letter heb geparkeerd, ik meteen ruimte heb voor nieuwe gedachten.’

Eenmaal thuis wacht haar niet alleen een kladblok en de ‘ultieme luxe’ van een warm kopje Les Invités-thee (‘Uit een bijzonder theewinkeltje hier in de buurt, als die vrouw ooit stopt heb ik een probleem, want ik drink geen zakjesthee’), een knapperig broodje en een stapel kranten, maar vooral de weldaad van de mentale ordening en een lijf dat op een prettige manier moe is.

Klaar voor de strijd.

Meer over