interviewbarbara Baarsma en Maarten de Lange

Barbara Baarsma en zoon Maarten over de coronacrisis: ‘De jongeren hebben de hoogste prijs betaald’

Barbara Baarsma en haar zoon. Maarten: ‘Het ging goed, ik had goed geleerd, maar kon niet afstuderen.’Beeld Ivo van der Bent

Als de covidcrisis ergens over ging, was het de solidariteit tussen generaties. De Volkskrant laat deze zomer ouders en kinderen aan het woord over vrijheid en beperking, afstand en nabijheid. Deze week: econoom Barbara Baarsma en Maarten de Lange, student economie.

Voordat het coronavirus alles in de war schopte, had Maarten de Lange zijn 24ste verjaardag altijd beschouwd als de zonsondergang van zijn mooiste levensjaren. En de maanden ervoor als een soort gouden uur, waarin zijn jeugd nog eenmaal in volle gloed zou stralen, voordat de sleur van de volwassenheid zou aanbreken. ‘Van je 18de tot je 24ste lijkt mij de leukste periode van je leven, want je kunt een beetje studeren...’

En daarna gaat het bergafwaarts.

‘Ja, daarna moet je serieus worden: ga je verder studeren of ga je een baan zoeken? En dan is de lol er wel een beetje vanaf.’

De lach van Maartens moeder, econoom Barbara Baarsma (50), schalt door haar kantoor op de twaalfde verdieping van de Mondriaantoren, waar de UvA-hoogleraar en stamgast van menig talkshowtafel zetelt als directievoorzitter van de Rabobank Amsterdam.

Maarten: ‘Al het leuke dat het studentenleven met zich meebrengt, is er door corona uitgehaald. Dat is voor mij extra zuur, want ik ben 24 en had mezelf voorgenomen nu echt wat te gaan doen. Dit was misschien wel mijn laatste leuke zomer, en die is me, heel vervelend, door corona min of meer ontnomen. Ik had gespaard voor een vakantie naar Bali, die kon opeens ook niet doorgaan.’

Barbara: ‘Dat is dan wel weer ons geluk: dankzij corona gaan Maarten en zijn broer Jelle deze zomer met ons op vakantie.’

Sinds Barbara Baarsma als 7-jarige rebelleerde tegen de lauwzure schoolmelk op de OBS J.C. van Gent in Sommelsdijk – ‘Er dreef zo’n vieze, vettige laag bovenop, waar je met je rietje doorheen moest prikken’ – heeft ze moeite met de bemoeienissen van vadertje staat. Gesubsidieerde zuivel, vrouwenquota, de filmkeuring: in Baarsma’s ogen is het allemaal dubieus wij-weten-wat-goed-voor-u-isbeleid van de overheid. 

Toen haar tien jaar geleden in Tuschinski met de kaartjes voor oorlogsfilm Defiance in de hand de toegang tot de bioscoopzaal werd geweigerd – Maarten en Jelle (nu 22) waren nog onder de 16 –, pende ze meteen een vinnig opiniestuk over dit ‘schadelijke’ paternalisme. ‘Want wij zijn haar kinderen, en zij kan beter bepalen wat we mogen zien dan de overheid’, herinnert Maarten zich het gesneefde uitje.

Daarom waren de voorbije maanden, met een sinds de oorlog niet meer geziene beknotting van de vrijheid, voor een klassieke liberaal als Baarsma op z’n zachtst gezegd ‘ingewikkeld’. Vooropgesteld, de hoogleraar toegepaste economie heeft niets dan lof voor hoe het kabinet Nederland door de eerste coronaweken heeft geloodst. ‘Echt complimenten aan Rutte en de zijnen voor hoe ze toen hebben leidinggegeven aan dit land.’

Ook over haar eigen lotgevallen tijdens de pandemie zul je haar niet horen klagen. Ja, ze werd gek van alle videovergaderingen, van dat gekoekeloer naar mensen in vakjes. ‘Ik had op de UvA een aio die moest promoveren in een Microsoft Teams-sessie; wat een armoe.’ Ze had vreselijk te doen met haar Rabo-collega’s met jonge kinderen: papa of mama kwam de stoom al uit de oren van alle kroegen, reisbureaus en andere bedrijven die in allerijl een overbruggingskrediet nodig hadden, en dan moesten ze ook nog thuisonderwijs geven. ‘En wallen dat ze hadden!’

Maar zelf? ‘Ik vind dat ik echt niet zo geleden heb onder de lockdown. Ik bedoel: het leven was grijs, het was saai, het was gewoon in robotstand werken. Je kon niet uit eten, je kon niet even een weekendje weg, maar als dat nou het ergste is.’

Máár, voegt ze er meteen aan toe, ‘de generatie onder mij...’ Ze knikt naar haar zoon. ‘Díe heeft de hoogste prijs betaald. En natuurlijk de ouderen, die hebben ook een forse prijs betaald.’

Waarom hebben jongeren een hogere prijs betaald voor corona dan ouderen? Onder ouderen vielen de meeste doden.

‘Omdat jongeren én weinig baat hebben bij een lockdown, én het ze veel kost. Als ze al ziek worden, hebben ze daar minder last van en is er ook minder kans dat ze anderen weer besmetten. Althans, ik praat hier de virologen na, ik ben slechts een econoom. Tegelijkertijd zie je dat jongeren massaal hun baan verliezen, want dat zijn meestal flexbanen, in de horeca bijvoorbeeld. Ze hebben nog geen goede plek bemachtigd op de woningmarkt, kunnen hun huur niet meer betalen en moeten terug naar hun ouders, of ze zitten in een klein huis waar ze geen kant op kunnen. Ze lopen studieachterstand op of kunnen niet meer naar school. En ze hebben ook nog eens weinig bewegingsruimte, terwijl jongeren ruimte nodig hebben om zich goed te ontwikkelen.

‘Dat zijn alleen nog maar de gevolgen op de korte termijn. Op de lange termijn neemt de kans op een baan voor net afgestudeerden significant af door de recessie. Dat betekent jarenlang een achterlopende loonontwikkeling. En daarnaast zijn er nog de overheidsfinanciën die momenteel – om goede redenen – uit het lood gaan, waardoor de staatsschuld oploopt. Dit betekent dat er voor dingen die belangrijk zijn voor de toekomst van jongeren – onderwijs, zorg, alles eigenlijk – straks minder geld te besteden is.’

Om te voorkomen dat scholieren door onderwijs op afstand achterop raken schonken Rabobank, ABN Amro en ING afgelopen maanden duizenden laptops aan kinderen uit arme gezinnen. ‘Die kinderen hadden geen keus, die hebben thuis misschien geen wifi, geen laptop, geen Nederlands sprekende ouders die hen wel even helpen inloggen in het online leersysteem. Die kinderen moeten nog zeventig, tachtig jaar voort, en die staan nu niet meer twee-nul achter, maar tien-nul. Die verontwaardiging voelde ik heel erg.

‘Ouderen hebben juist veel baat bij het coronabeleid – tenminste, de kwetsbare groepen onder de ouderen – en iets minder kosten, simpelweg omdat ze nu eenmaal minder toekomst voor zich hebben. Het feit dat jongeren totaal niet gehoord zijn bij het vormgeven van dit beleid vind ik problematisch, en ik denk dat het ten koste gaat van het draagvlak onder jongeren.’

Barbara Baarsma met haar zoon Maarten de Lange.Beeld Ivo van der Bent

Hoe waren de afgelopen maanden voor jou, Maarten?

‘Nou, in het begin vond ik het heel vervelend, omdat ik aan het afstuderen was. Eind maart had ik mijn laatste tentamens, dan was m’n bachelor finito. Ik studeer economie, richting finance. Maar ja, toen kwam corona. Het ging goed, ik had goed geleerd, maar kon niet afstuderen.’

Barbara: ‘Want die tentamens werden gecanceld.’

Maarten: ‘Die werden uitgesteld. Terwijl ik begin april aan m’n stage begon. Dat was eigenlijk nog wel chill, want terwijl al mijn vrienden thuiszaten en helemaal niks konden doen, kon ik nog elke dag de deur uit, al moest ik dan wel op kantoor blijven.’

Baarsma’s zoon had zijn stageplek nauwelijks beter kunnen kiezen: het Amsterdamse flitshandelshuis Flow Traders, een van de weinige Nederlandse bedrijven die floreerden tijdens de coronacrisis. De kantoorvloer veranderde in maart in een soort quarantainecamping, waar handelaren de nachten doorbrachten in naast hun bureau opgezette tenten om maar geen microseconde te missen van de paniek op de wereldbeurzen. Dankzij corona verveertienvoudigde de winst. Een deel daarvan schonk het bedrijf aan de Voedselbank, het Erasmus MC en andere goede doelen.

Naast zijn stage blokte De Lange voor zijn steeds weer uitgestelde tentamens Corporate Finance en Organisational Economics. Eind mei sloot hij op een van zijn ouders geleende laptop – zijn eigen laptop was niet snel genoeg voor de digitale leeromgeving van de UvA – de laatste online toets af. Volgend studiejaar begint hij aan de Universiteit van Amsterdam aan de master Quantitative Finance.

Hij is zich er terdege van bewust dat hij mazzel heeft gehad. Voor veel van zijn generatiegenoten is corona ‘één grote ellende’: vrijwel alles stond stil de afgelopen maanden – studies, baantjes, het sociale leven – terwijl hun woonlasten en studieschuld doortikten. ‘Een stage inplannen in coronatijd ging ook niet, want er waren nauwelijks stageplekken; hoe moet je virtueel stage lopen?’

Denk ook aan zoiets simpels als de introductieweken van universiteiten, die eind augustus worden gehouden, zegt hij: de nieuwste lichting studenten zullen hun entree in de collegebanken grotendeels achter hun computer moeten beleven, met als grootse finale een online eindfeest. ‘Je hebt genoeg studenten die pak ’m beet uit Lutjebroek naar Amsterdam komen en hier helemaal niemand kennen. Ga dan maar eens aan je studie beginnen.’

Barbara Baarsma was als kind een ‘weglopertje’, zei ze twee jaar geleden in Het Parool. Haar doodongeruste ouders vonden haar ooit met een knuffelbeer onder de arm terug langs de snelweg bij Leiden, nadat hun 2-jarige peuter er weer eens tussenuit was geknepen. De eerstvolgende keer dat dochterlief naar buiten wilde, maakten ze haar vast aan een touw. ‘Wel een lange, hoor’, grapte Baarsma in het interview.

Hoe vond u het dat iedereen nog amper naar buiten mocht?

‘Vervelend. Niet zozeer voor mij, maar voor andere mensen. Waar ik moeite mee had, is dat er zo monomaan naar ic-capaciteit werd gekeken. Elke dag weer: hoeveel besmettingen? Hoeveel overledenen? Hoeveel ziekenhuisopnamen? Hoeveel bedden? Als dat het enige is dat in de media voorbijkomt, gaat de politiek daar ook op draaien. En dat vind ik echt problematisch, want de niet-coronapatiënten kregen ondertussen minder zorg dan ze nodig hadden. Al die hart- of kankerpatiënten, of mensen die bang zijn dat ze kanker hebben, moesten nu achter in de rij aansluiten. Dan zag ik weer zo’n coronapersconferentie en werd ik er gewoon onpasselijk van.

Barbara Baarsma.Beeld Ivo van der Bent

‘Je zult maar in een verpleeghuis zitten en niet naar buiten mogen en misschien al wat verward zijn. En dan eigenlijk weten: als ik corona krijg, hoef ik niet naar de intensive care, want ik wil geen aanspraak maken op schaarse ic-bedden, maar ik wil nu wel graag bezoek hebben. Die keuze, dat zelfbeschikkingsrecht, werd mensen ontnomen. Nou, die pijn, daar kon ik wóédend van worden.’

Waarom, vraagt Baarsma zich bijvoorbeeld af, creëren we geen aparte verdiepingen in verpleeghuizen: de ene verdieping voor ouderen die wél aanspraak willen maken op schaarse ic-bedden als ze besmet raken, de andere verdieping voor mensen die dat niet willen? De eerste groep zou zich in ruil voor hun bescherming aan de strenge lockdownregels moeten houden, terwijl de tweede groep vrijer is. ‘Dan hebben we veel meer differentiatie in het coronabeleid. Die eenheidsworst, daar heb ik moeite mee.’

Haar 78-jarige vader, die nog thuis woont, zei de afgelopen maanden heel expliciet: ik hoef niet naar de ic. Hij wil überhaupt niet naar het ziekenhuis mocht hij covid-19 oplopen.

‘Ik begrijp hem volkomen; gezien zijn leeftijd en gezondheid komt hij er dan niet goed uit. Dat wil-ie niet. Hij ging wel naar buiten, de hond uitlaten, want hij dacht: alleen maar binnen zitten, dat is geen kwaliteit van leven. Hij woont op Goeree-Overflakkee, waar de bevolkingsdichtheid minder is, en hij ging de drukte niet opzoeken, hij is natuurlijk ook niet gek hè. Als hij in een verpleeghuis zou zitten, zou hij deze keuze niet kunnen maken en zou voor hem gekozen worden. Die gedachte boezemt ons beide grotere angst in dan de angst voor het virus.’

Ook haar in Den Haag wonende moeder van 73 – Baarsma’s ouders zijn gescheiden toen ze 12 was – ‘kan goed omgaan met de fragiliteit van het bestaan’, vertelt ze. Haar moeder was humanistisch raadsvrouw, een seculiere versie van een pastoor, imam of rabbijn, die mensen begeleidt bij dood, ziekte en andere grote levenskwesties. ‘Het is haar werk geweest. Zij wil het gewoon per stap bekijken. Afhankelijk van hoe ze zich voelt, beslist ze of ze wel of niet behandeld zou willen worden.’

Haar moeder stuurde haar laatst een juichend appje. ‘Ze was zo blij dat ze weer naar buiten kon. Ze is nog hartstikke vitaal en miste het golfen en tennissen.’

Hoe was het contact tussen jou en je ouders tijdens corona, Maarten? Hebben jullie elkaar een tijd niet kunnen zien?

Maarten de Lange.Beeld Ivo van der Bent

Maarten: ‘We zagen elkaar best vaak eigenlijk, omdat ik...’

Barbara: ‘Gewoon lekker eten!’

Maarten: ‘Ja, omdat ik best wel vaak langsging. Normaal ga je ’s avonds nog op een terras zitten, of na je werk nog ergens een biertje doen, maar omdat dat allemaal niet meer kon en ik soms mijn sociale contacten miste, ging ik vaker naar mijn ouders, ook omdat je een auto moet lenen...’

Barbara: ‘Wij kennen onze plaats.’

Maarten: ‘Omdat het openbaar vervoer dicht was.’

Barbara: ‘Nee, ik vind het superleuk, joh. We zijn ook samen gaan hardlopen. Hij rent mij er volledig uit, maar dat is prima. Los van de nadelen die ik echt niet onder stoelen of banken steek, vond ik dat een leuk aspect aan de afgelopen maanden: de jongens kwamen vaker eten. En dan ga je natuurlijk lekker voor ze koken.’

Maarten: ‘Coquilles Saint-Jacques met zeekraal, wat een luxe.’

Namen jullie dan nog voorzorgsmaatregelen in acht? Anderhalve meter afstand bijvoorbeeld?

Maarten kijkt naar zijn moeder: ‘Nee, toch?’

Barbara: ‘Nee, kijk: ik geloof dat Jelle een keer een beetje verkouden was, en dan houdt hij daar uit zichzelf al rekening mee. Maar nee, dat hebben we met gezond verstand gedaan. Maar als ik hem zie, ga ik niet ‘hoi’ zeggen, dan pak ik ’m wel even vast, weet je. Het is gewoon je kind.’

Discussieerden jullie ook over corona als jullie aan de zeekraal en coquilles zaten?

Barbara: ‘Ja, nu lijkt het net alsof wij altijd zo luxe eten. We eten ook gewoon wraps met gehakt, hoor.’

Maarten: ‘We spraken er best vaak over aan tafel. En ik moet zeggen dat het gesprek snel veranderde. De eerste drie weken was de toon nog van ‘o, voorzichtig zijn’, daarna veranderde het in ‘hoezo gebeurt dit of dat niet?’. Ik bedoel: mijn broertje zat aan huis gekluisterd, die was al snel klaar met de hele situatie.’

Er lopen een aantal breuklijnen door huize Baarsma-de Lange. Zo staat Baarsma intern te boek als ‘de boerin’, omdat ze in tegenstelling tot haar echtgenoot en twee zoons niet in Amsterdam maar in het exotische Leiden is geboren en opgroeide op het verre Goeree-Overflakkee. En dan werkt ze sinds 2016 ook nog eens voor de voormalige Raiffeisen-Boerenleenbank, oftewel de Rabobank.

Het gezin is bovendien verdeeld in twee intellectuele kampen: Barbara en Maarten zijn econoom, haar man en Jelle politicoloog. Het laatste kamp heeft er soms moeite mee als Barbara weer eens strooit met ‘kosten-batenanalyses’, ‘qaly’s’ (quality-adjusted life years) en ander economenbargoens, of er een grafiek bijhaalt om te bewijzen dat er een corona-optimum mogelijk is met weinig doden én geringe economische schade, bijvoorbeeld door alleen kwetsbare ouderen of bepaalde regio’s in lockdown te plaatsen in plaats van de hele bevolking. ‘Als ik met zo’n grafiek kom zeggen ze: ja, hou eens op.’

‘Ze vinden eigenlijk vaak hetzelfde als wij, ze verwoorden het alleen anders’, zegt Maarten over het kamp der politicologen.

En natuurlijk botsen de twee generaties aan tafel soms ook, vertelt Baarsma. ‘Op een goed moment zaten we een keer met z’n vieren te eten en was het zo warm dat alle deuren openstonden. Toen werd het zo’n fel gesprek dat ik de deur toch maar heb dichtgedaan.’

Waarover botsten jullie dan precies?

Barbara: ‘Kijk, ik snap dat de jongens, omdat ze zich zo weinig gehoord voelden door het kabinet, aan het begin soms erg veel nadruk op hun eigenbelang legden. Dan zeiden mijn geliefde en ik: denk ook even aan de belangen van andere groepen. Dus je probeert wat nuance aan te brengen en uiteindelijk waren we het ook wel eens met elkaar. Ik snap dat ze soms aan de keukentafel even zin hadden helemaal los te gaan over ‘die rotmaatregelen’ en over hoe saai en grijs het leven plotseling was.’

En ben jij het eens met de kritiek van je moeder op het coronabeleid?

Maarten lacht: ‘Ja, ik ben het vaak eens met mijn moeder. Ik vond het bijvoorbeeld raar dat in dat Outbreak Management Team geen econoom zat, of iemand die wat jonger is. Want er hangt wel een prijskaartje aan het coronabeleid, en het zijn de jongeren die voor een groot deel de rekening betalen. Ik dacht: er wordt – tussen aanhalingstekens – best weinig geapplaudisseerd voor de jongeren, terwijl wij misschien het hardst worden getroffen.’

Waarvan baalden jij en je broer het meest?

Maarten: ‘Dat vrienden hun baan verloren, dat we niet konden studeren en dat we niet naar de sportschool konden.’

Maarten en Jelle de Lange stonden allebei op de drempel van een profcarrière als voetballer. Maarten, een aanvallende middenvelder, speelde in de jeugd bij Ajax, PSV en FC Utrecht, zijn twee jaar jongere broer, een centrale verdediger, bij FC Utrecht. Maarten reikte tot de A1 van de Domstadclub. Jong FC Utrecht-aanvoerder Jelle kwam tot één Eredivisieduel, op zijn 17de als basisspeler tegen Vitesse, en meer dan een dozijn interlands voor de jeugdelftallen van Oranje, samen met tegenwoordige sterren als Matthijs de Ligt, Donny van de Beek en Frenkie de Jong.

Beide broers verkozen echter een universitaire studie boven profvoetbal en besloten te stoppen. ‘De voetballerij heeft natuurlijk weinig inhoud; het wereldje begon me steeds meer tegen te staan’, zei Jelle onlangs in Voetbal International. ‘Ik voetbal nu met m’n broer bij AFC in een vriendenteam, het vijfde elftal’, zegt Maarten. Hun trainer is 32-voudig international Bryan Roy. ‘Door corona is dat allemaal weggevallen.’

Mocht er een tweede golf volgen, dan hopen moeder en zoon dat er ditmaal meer rekening wordt gehouden met de jongste generaties. Baarsma maakt zich daarom ook al enkele jaren hard voor de invoering van een jongerenparlement, een forum om de stem van de Nederlandse jeugd meer te laten doorklinken in het maatschappelijk debat, een idee dat het kabinet inmiddels ook omarmt.

Ook pleit ze ervoor dat scholen en universiteiten een volgende keer zo lang mogelijk open blijven. ‘Nu zijn die denk ik te snel gesloten. Afstandsonderwijs kan tijdelijk aanvullend zijn, maar kan niet in de plaats komen van lessen en colleges.’

Maarten: ‘Ik hoop in elk geval dat zo’n Outbreak Management Team bij een nieuwe coronagolf zegt: we hebben van de vorige keer geleerd, misschien kunnen we de jongeren dit keer ook een beetje helpen.’

Hoe?

Maarten: ‘Misschien een stom voorbeeld, maar normaal gesproken moet je als jongere je identiteitsbewijs laten zien op het terras om te bewijzen dat je 18 bent. Doe het een keer andersom: dat je om besmetting te voorkomen boven een bepaalde leeftijd tijdelijk niet op het terras mag zitten.’

Barbara: ‘Of neem een sportschool, dat is misschien een beter voorbeeld.’

Maarten: ‘Ja, dat als je – ik noem maar een leeftijd – boven de 40 bent, je de sportschool niet in mag, bij wijze van spreken.’

Barbara: ‘Dat maakt dat je zo’n sportschool wel kunt openhouden tijdens een pandemie.’

Maarten: ‘Of een voetbalveld.’

Barbara: ‘Dat is goed voor de sportschool, dat is goed voor jongeren.’

Zien moeder en zoon, nu de eerste maanden van covid-19 achter de rug zijn, ook ergens een lichtpuntje? Voor Baarsma is het dat de pandemie ook de zwakke plekken van de wereldeconomie aan het licht brengt, zoals de kwetsbaarheid van onze hypergeglobaliseerde voedselketens. Daarom schoten zij en haar collega’s tijdens de zwaarste weken van de coronacrisis te hulp toen de vraag naar Nederlandse friet was ingestort en een miljard kilo aardappelen lagen te verpieteren op de boerenakkers. ‘We hebben al meer dan 30 duizend kilo aardappelen opgekocht bij boeren om aan arme gezinnen in Amsterdam te geven.’

Ook begon de Rabobank het initiatief Boeren voor buren, waarbij Amsterdammers met een kleine portemonnee van lokale boeren voedselpakketten vol piepers, uien, wortelen, kool en bieten krijgen. ‘We maken er een echt bedrijf van, hè’,  zegt Baarsma, ‘een organisatie die ook na de coronacrisis blijft bestaan.’

Maarten, zie jij ondanks alle ellende nog iets positiefs aan corona?

‘Ik zou niet weten wat. Of het moet zijn dat nu je weer gewoon uit eten kunt gaan of op het terras kunt zitten, en dat je extra geniet van familie en vrienden. Dus een vorm van dankbaarheid. Dat je over een paar jaar met elkaar op het terras kunt zitten en zegt: ‘Weet je nog, van corona? Toen kon dit allemaal niet.’

Meer over